2-1456/1

2-1456/1

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

6 FEBRUARI 2003


Voorstel van resolutie betreffende de stopzetting van de wapenwedloop tussen China en Taiwan en de terugtrekking van de Chinese raketten die aan de Straat van Taiwan opgesteld zijn

(Ingediend door de heer Georges Dallemagne)


TOELICHTING


Lange tijd is de militaire dreiging die China en Taiwan voor elkaar vormden vrij beperkt gebleven. De Volksrepubliek China had immers weinig redenen om een Taiwanese inval te vrezen, terwijl het weinig waarschijnlijk leek dat het Chinese Bevrijdingsleger in staat zou zijn om de Straat van Taiwan over te steken.

Sinds het midden van de jaren 1990 echter zijn beide landen zich massaal gaan bewapenen en is de kans op een destabilisering van de regio aanzienlijk toegenomen.

Zo heeft de Volksrepubliek China 350 korteafstandsraketten opgesteld in de kustprovincies aan de Straat van Taiwan. Het Chinese Bevrijdingsleger is overigens bij manoeuvres die in de lente van 1996 gehouden werden reeds overgegaan tot het afvuren van ballistische wapens aan de grens van de Taiwanese territoriale wateren. Om die dreiging het hoofd te bieden heeft Taiwan beslist zich met de hulp van de Verenigde Staten te bewapenen.

De aanzienlijke toename van de defensie-uitgaven van de Volksrepubliek China vormt een bijkomende reden voor ongerustheid. De officiële begroting van 2001 (19 miljard dollar) vertoonde reeds een stijging van 17,7 % ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor 2002 zouden de defensie-uitgaven volgens de Volksrepubliek China oplopen tot 20 miljard dollar. Westerse specialisten menen echter dat de totale Chinese defensie-uitgaven, die in werkelijkheid over verschillende begrotingen verspreid zijn, waarschijnlijk een drievoud daarvan bedragen (1).

Georges DALLEMAGNE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Gelet op de resolutie van het Europees Parlement over de mededeling van de Commissie « Europa en Azië : een strategisch kader voor versterkte partnerschappen » [Com(2001)469-C5-0255/2002 ­ 2002/2120(COS)];

B. Gelet op de bezorgdheid, geuit tijdens de plenaire zitting van het Europees Parlement van 4 september 2002, door de Europees Commissaris voor externe betrekkingen, Chris Patten, over de aanhoudende spanningen in de Straat van Taiwan;

C. Bezorgd over de opstelling van ballistische raketten door de Volksrepubliek China in de kustprovincies aan de Straat van Taiwan;

D. Bezorgd over de wapenwedloop tussen de Volksrepubliek China en Taiwan;

E. In de overtuiging dat het zoeken naar een vredesoplossing voor het conflict tussen China en Taiwan de noodzakelijke voorwaarde is om de vrede en de politieke stabiliteit in de regio te handhaven;

vraagt de regering :

1. langs de klassieke diplomatieke kanalen de Chinese Volksrepubliek op te roepen tot een terugtrekking van de raketten in de kuststreek aan de Straat van Taiwan;

2. de Chinese en Taiwanese overheid aan te sporen een constructieve dialoog aan te gaan om een einde te maken aan de huidige massale bewapening;

3. de Europese Commissie te vragen voorstellen te doen voor het opstarten van een dialoog over veiligheidsaangelegenheden binnen de ASEM (Asia-Europe Meeting) (2), teneinde passende mechanismen voor conflictpreventie te bepalen.

16 december 2002.

Georges DALLEMAGNE.

(1) Zie het « Annual Report on the Military Power of the People's Republic of China », in juli 2002 gepubliceerd door het Amerikaanse ministerie van Landsverdediging.

(2) ASEM (the Asia-Europe Meeting) is an informal process of dialogue and cooperation bringing together the fifteen EU Member States and the European Commission, with ten Asian countries (Brunei, China, Indonesia, Japan, South Korea, Malaysia, the Philippines, Singapore, Thailand, and Vietnam). The ASEM dialogue addresses political, economic and cultural issues, with the objective of strengthening the relationship between our two regions, in a spirit of mutual respect and equal partnership. The first ASEM Summit was held in Bangkok in March 1996, giving rise to an ongoing process including Summit-level meetings every second year, Ministerial-level meetings in the intervening years (although now normally once a year) plus a range of meetings and activities at the working level.