(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Om de uitgaven van de verschillende departementen te kunnen beheersen en het behoud van het begrotingsevenwicht te kunnen garanderen past de regering het anker-begrotingsprincipe toe. Concreet gesproken zou er beslist zijn dat de gecumuleerde benuttingsgraad van de ordonnanceringskredieten tijdens het begrotingsjaar 2002 in geen geval de gecumuleerde benuttingsgraad tijdens het vorige jaar mag overschrijden. Wat het investeringsprogramma van de departementen betreft, zal de periodieke vrijgave door de Ministerraad voor de eerste negen maanden van 2002 slechts 3/15 bedragen. De inspectie van Financiën en de controleurs van de vastleggingen kregen dan ook de opdracht strikt toe te zien op de naleving van die maatregel.
Ik heb vernomen dat tal van verenigingen te kampen hebben met schatkistproblemen doordat de betaling van subsidies of prestaties slechts drie tot zes maand nadat de factuur aan het betrokken departement is voorgelegd, plaatsvindt. Naar verluid zouden ingevolge de invoering van het anker-principe bepaalde bedragen die verband houden met het jaar 2001 nog steeds niet afgerekend zijn.
Ik had graag geweten :
1. wat de gevolgen zijn van de toepassing van het anker-principe voor de betaling van subsidies of van prestaties die VZW's ten bate van de federale Staat hebben geleverd;
2. wat de termijnen zijn die de Schatkist toepast bij de afrekening van een subsidie die is toegekend aan een VZW;
3. of u weet hebt van problemen waarmee de schuldeisers van de federale Staat zouden af te rekenen hebben sinds de invoering van dat principe. Met andere woorden : is de termijn voor het afrekenen van verschuldigde bedragen verlengd ? Zo ja, bestaat de kans dan niet dat dat principe heel wat schuldeisers van de federale Staat in moeilijkheden zal brengen, aangezien het een verlenging van de betalingstermijnen met zich brengt.
Antwoord : In antwoord op de vraag van het geachte lid heb ik de eer het volgende mede te delen.
In het kader van de begrotingscontrole 2002 en rekening houdend met de verbintenissen die België heeft aangegaan in het kader van het Stabiliteitsprogramma 2002-2005 heeft de Ministerraad op 25 maart 2002 beslist dat de federale overheidsdiensten/departementen het verbruik van de middelen die de wetgever heeft toegekend nauwgezet opvolgen en bewaken. De begroting 2002 houdt immers rekening met een onderbenuttiging van 500 miljoen euro die dient gevrijwaard te worden.
De omzendbrief van 24 april 2002 legde de toepassingsmodaliteiten van dit principe vast. De algemene regel is dat binnen een FOD/departement de gecumuleerde benuttigingsgraad van de ordonnanceringskredieten tijdens dit begrotingsjaar de gecumuleerde benuttigingsgraad tijdens het vorige jaar niet mag overschrijden. De opvolging gebeurt op maandelijkse basis. Wat specifiek de toelagen betreft, geldt de algemene regeling waarbij de ordonnancering en uitbetaling van een toelage op zijn vroegst één jaar na de ordonnancerings- en betalingsdatum van het jaar voordien mag plaatsvinden, behoudens wanneer de minister van Begroting zijn formeel akkoord heeft gegeven voor een specifiek stelsel.
In dit verband is het belangrijk om op te merken dat het aan de FOD's/departementen zelf toekomt om het verbruik van hun begrotingskredieten op te volgen en te bewaken, en desgevallend tot noodzakelijke arbitrages over te gaan. En in geen geval kan het anker-principe tot gevolg hebben de rijksbegroting nog meer te bezwaren, in de zin dat een vertraging in de betalingen aanleiding zou geven tot schadevergoedingen of gelijkaardige financiële boetes. De FOD's/departementen beschikken bijgevolg over een zekere appreciatiebevoegdheid bij de aanwending van hun begrotingskredieten.
De FOD Budget en beheerscontrole heeft geen gestructureerd overzicht van de betalingstermijnen sinds de invoering van het anker-principe wat de toelagen aan VZW's of de betalingen aan (andere) schuldeisers van de Staat betreft. Het is wel zo dat in bepaalde individuele dossiers een vertraging in de betalingen werd geconstateerd.
Toch wil ik eraan herinneren dat de Ministerraad op 19 juli 2002 naar aanleiding van de extra begrotingscontrole ervoor heeft geopteerd om :
enerzijds bij de toepassing van het anker-principe rekening te houden met bijzondere onvermijdelijke meeruitgaven die in aanzienlijke mate de begrotingsuitvoering van een bepaald departement/FOD beïnvloeden;
anderzijds een duidelijke begrotingsdoelstelling per departement/FOD voorop te stellen tegen eind 2002 waarbij het de integrale verantwoordelijkheid van de departementen/FOD's is om deze doelstelling te realiseren. Dit betekent dat tijdelijke overschrijdingen op maandbasis in principe mogelijk zijn, al behoudt de minister van Begroting zich het recht voor om bijzondere maatregelen te nemen in geval van niet verantwoorde budgetoverschrijdingen.
Ik ben dan ook van mening dat indien de departementen/FOD's op een efficiënte wijze hun kredieten beheren de doelstelling inzake onderbenuttiging kan gerealiseerd worden zonder dat dit aanleiding zou geven tot een onverantwoorde verlenging van de betalingstermijnen.