2-265

2-265

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 30 JANUARI 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Gerda Staveaux-Van Steenberge aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over «de Belgische gevangenen in Saudi-Arabië» (nr. 2-1217)

De voorzitter. - Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, en belast met Landbouw, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.

Mevrouw Gerda Staveaux-Van Steenberge (VL. BLOK). - Een Senaatsdelegatie van de commissie voor de Justitie maakte van 27 tot 30 september 2002 een studiereis naar Saudi-Arabië met de bedoeling na te gaan in hoeverre de sharia, de islamitische wet die rechtstreeks teruggaat op de koran, in de rechtspraak en in het sociale leven wordt toegepast. Zelf heb ik niet aan deze studiereis kunnen deelnemen, want de heer Dubié heeft het Vlaams Blok vakkundig geweerd.

Eergisteren, vier maanden later, heb ik het rapport ontvangen. Het is, ronduit gezegd, hallucinant. Mensenrechten zijn in Saudi-Arabië ondergeschikt aan de islamitische leer, vrouwen krijgen in het openbare leven een minderwaardige, ondergeschikte plaats en het uitvoeren van doodstraf en lijfstraffen zijn er vastgeankerde gebruiken. In die omstandigheden zouden, volgens het officiële verslag, Belgische onderdanen gevangen zitten. Volgens de rapporteur werd hierover tijdens het bezoek gesproken met verschillende prominenten, maar er wordt niet vermeld of er concrete oplossingen werden gevonden. Evenmin wordt de huidige situatie beschreven en nergens staat te lezen of de gevangen Belgische onderdanen na diplomatieke of wettelijke stappen aan België kunnen worden uitgeleverd.

Gezien het streng religieus islamregime en de mensonwaardige straffen die in Saudi-Arabië heden ten dage nog altijd worden uitgesproken, moeten er dringend maatregelen genomen worden.

Heeft de minister al initiatieven genomen op diplomatiek of wetgevend vlak om de uitlevering van de Belgische onderdanen te bespoedigen?

Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, en belast met Landbouw. - Ik zal het antwoord van vice-eerste minister Michel lezen en daaraan enkele persoonlijke beschouwingen toevoegen. In oktober jongstleden mocht ik zelf immers een bezoek brengen aan de steden Riad en Djedda in Saudi-Arabië.

De vraag over de Belgen die in dat land worden gevangen gehouden, heeft onze aandacht gaande gehouden.

De consulaire bescherming die Belgen in het buitenland genieten, met inbegrip van de bijstand aan Belgen die in het buitenland een gevangenisstraf uitzitten, behoort hoofdzakelijk tot de bevoegdheid van de minister van Buitenlandse Zaken. België heeft met Saudi-Arabië echter geen bilateraal akkoord gesloten inzake de overdracht voor het uitzitten van een gevangenisstraf. Het sluiten van een dergelijk akkoord kan in de nabije toekomst niet in overweging worden genomen, precies omwille van de grote onverenigbaarheid van beide rechtsstelsels, waarop mevrouw Staveaux overigens heeft gewezen.

Wij delen de bekommernis inzake de inachtneming en de bescherming van de rechten van de mens in Saudi-Arabië, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de vrouw, de doodstraf en andere onmenselijke of onterende handelingen. Bepaalde handelwijzen of wetgevingen die voortvloeien uit de sharia, vormen inderdaad een flagrante schending van de internationaal erkende regels inzake de bescherming van de rechten van de mens.

De FOD Buitenlandse Zaken volgt via zijn ambassades en consulaten de lotgevallen van landgenoten die in derde landen in hechtenis zijn genomen, met zeer veel zorg. Soms treft die landgenoten zelf een zeer grote schuld. Niet zelden worden Belgen voor vergrijpen, misdrijven of misdaden veroordeeld. We volgen dergelijke voorvallen op de voet en zorgen ervoor dat de betrokkenen een menselijke behandeling of, in de gegeven omstandigheden, althans een zo menswaardig mogelijke behandeling.

Het geval waarop wordt gealludeerd, is ons wel degelijk bekend. In die zaak is er juridisch nog geen definitieve uitspraak gedaan en voorzichtigheid gebiedt ons daarover geen commentaar te geven. Ik kan echter wel zeggen dat we ter gelegenheid van onze contacten met de Saudische autoriteiten in Riad en in Djedda, onze bekommernis hebben medegedeeld aan leden van de Saudische regering.

Ik wil één kanttekening maken. Zelfs in een zo strak regime als het Saudische, wekt een reis van een parlementaire delegatie die ter plaatse heeft kunnen discussiëren over het rechtssysteem, een sprankje hoop op beterschap. Destijds heb ik als hoofd van een economische missie contact gehad met Saudische zakenvrouwen. Voor de mannelijke collega's wil ik eraan toevoegen dat aan die gesprekken geen mannen mochten deelnemen. Die gesprekken waren bijzonder hoopvol en de vrouwen zelf apprecieerden die contacten met vrouwen uit het Westen enorm. Het zou dus jammer zijn mochten wij niet langer dergelijke gelegenheden creëren. Wij moeten ze inderdaad zelf creëren, ze worden ons niet geboden.

Het lot van onze landgenoten die in derde landen in hechtenis zijn genomen, wordt door alle bevoegde diensten met de grootste zorg gevolgd.

Mevrouw Gerda Staveaux-Van Steenberge (VL. BLOK). - Ik begrijp wel dat onze landgenoten zelf schuld hebben aan het feit dat ze in de gevangenis belanden.

In het verslag staat dat Saudi-Arabië aalmoezeniers betaalt die in de Belgische gevangenissen komen werken. Ik betwijfel echter dat Belgische aalmoezeniers de toelating krijgen om onze landgenoten in Saudische gevangenissen te bezoeken.

Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, en belast met Landbouw. - Onze eerste zorg is dat onze landgenoten in de Saudische gevangenissen menswaardig worden behandeld. Voorts pleiten we ervoor dat het vonnis in de best mogelijke omstandigheden wordt uitgevoerd.