2-253

2-253

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 DECEMBER 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Justitie over źde hervorming van het interneringssysteem╗ (nr. 2-1181)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - In april 2001 kondigde de minister in de pers aan dat er eindelijk een duidelijk voorstel voor de hervorming van de internering op tafel lag. We zijn dit hervormingsvoorstel niet tegengekomen in de zogenaamde zuurstofwet en daarom wil ik de minister daarover nu ondervragen.

Een voorontwerp van wet werd toen rondgestuurd naar de collega-ministers en alle betrokken partijen.

De voorstellen strekken ertoe om de kwaliteit van de psychiatrische onderzoeken te verhogen, een meer deskundige en multidisciplinaire samenstelling van de Commissies ter Bescherming van de Maatschappij te verzekeren en de psychiatrische verzorging van de ge´nterneerden te waarborgen.

Zeer terecht, want ge´nterneerden zijn mensen die ontoerekeningsvatbaar verklaard werden voor een misdrijf. Ze worden in BelgiŰ nog steeds ondanks herhaalde veroordelingen van ons land door de Toezichtscommissie van de Raad van Europa op de naleving van de Rechten van de Mens in de Belgische gevangenissen zonder enige vorm van behandeling opgesloten.

Sommige ge´nterneerden zitten meer dan 30 jaar achter de tralies zonder aangepaste behandeling. In BelgiŰ is bijna ÚÚn gevangene op de tien op die manier `ge´nterneerd'.

In onze 34 gevangenissen zijn er 8800 mensen opgesloten hoewel er slechts plaats is voor 7346. Van die 8800 zijn er maar liefst 708 ge´nterneerd! Zij werden door de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij niet alleen gevaarlijk maar ook ziek verklaard, maar krijgen geen behandeling. Van hen zijn er in Vlaanderen maar liefst 150 zo ernstig mentaal gehandicapt dat ze niet eens beseffen wat er met hen aan de hand is.

Sinds de aankondiging door de minister van Justitie van het hervormingsvoorstel, nu meer dan anderhalf jaar geleden, werd er niets meer vernomen.

Wat was het statuut van uw voorstel tot hervorming van de internering? Was het een voorontwerp van wet?

Werd het reeds geagendeerd binnen de regering? Zo ja, met welk gevolg? Zo neen, wat is de reden van de vertraging?

Wat zijn de moeilijkheden of waar ligt het gebrek aan politieke wil om aan de situatie van de mentaal gehandicapten en psychiatrische patiŰnten in onze gevangenissen tegemoet te komen?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Het aantal ge´nterneerden in onze gevangenissen schommelt inderdaad rond de 700. Wat men er altijd vergeet bij te zeggen is dat meer dan 3000 burgers in dit land het statuut van ge´nterneerde hebben en in die hoedanigheid afhangen van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij. Slechts ÚÚn op vier van die ge´nterneerden verblijft in een gesloten penitentiaire afdeling, wat duidelijk aantoont dat de we maximaal een beroep doen op externe zorgmogelijkheden. Dit aantal zou vooral aan Vlaamse zijde nog kunnen worden verbeterd. Daarom heb ik met een aantal psychiatrische klinieken akkoorden gesloten. Ze worden gesubsidieerd voor de opname van in totaal 94 `medium risk'-patiŰnten.

Wat de wetgeving betreft zal u, als uw betrokkenheid bij deze problematiek zo groot is, ongetwijfeld genoteerd hebben dat de ministerraad van 19 juli 2002 mijn voorontwerp van wet betreffende de internering heeft goedgekeurd. De tekst werd intussen besproken door de Raad van State en ik verwacht eerstdaags een definitief advies. Ik ben nu bezig met het aanbrengen van een aantal kleine wijzigingen, waarna het voorontwerp definitief aan de ministerraad kan worden voorgelegd.

De regering remt het ontwerp dus niet af. Als mevrouw De Schamphelaere vindt dat het te traag gaat, vraag ik haar eens diep in eigen boezem te kijken. Sedert de wet op de bescherming van de maatschappij van 1964 werden nooit noemenswaardige inspanningen gedaan voor deze groep van delinquenten. Ik ben begonnen met de uitvoering van de aanbevelingen van de commissie Internering. Ik heb de ondervoorzitter, die tevens advocaat-generaal is bij het Hof van Cassatie, gevraagd een ontwerptekst te maken. Ik heb die tekst voorgelegd aan alle betrokken instellingen, diensten en overheden. Ik heb ook rekening gehouden met een aantal aanbevelingen en ben er uiteindelijk in geslaagd de regering een coherent ontwerp te doen aannemen.

Wat de mentaal gehandicapte ge´nterneerden betreft, is er een tekort aan geschikte opvangplaatsen buiten de gevangenissen. De problematiek van de wachtlijsten in de gehandicaptensector is genoegzaam gekend. Ik heb begrepen dat gemeenschapsminister Vogels dat wil verhelpen. Ik heb haar alle nuttige gegevens over de mentaal gehandicapte ge´nterneerden die in de psychiatrische diensten verblijven, meegedeeld. Ik hoop dat ze erin slaagt een aangepaste plaatsing mogelijk te maken.

In de schoot van de penitentiaire administratie heb ik een beleidscel Psychiatrische Zorg ge´nstalleerd. Deze werkgroep is belast met de verbetering van de intramurale zorg. Onze doelstelling is de kwaliteit van de zorg en de behandeling in de penitentiaire instellingen op hetzelfde niveau te brengen als dat van de gewone psychiatrische klinieken. Bij de budgetraming voor de nieuwe wet heb ik ook het prijskaartje hiervan aan de ministerraad gepresenteerd. De regering gaat akkoord met de noodzakelijke verbeteringen, weliswaar binnen de budgettaire marges. De concrete dossiers worden op dit ogenblik voorbereid. Omdat de sector jarenlang achteruitgesteld werd, moeten de kosten op 9 miljoen euro worden begroot.

Na meer dan veertig jaar zullen we nu eindelijk echt vooruitgang kunnen boeken.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik stel vast dat gewerkt wordt aan deze schrijnende problematiek. Tussen de aankondiging in de pers in april 2001 en de agendering van het voorontwerp door de regering, zijn wel 14 maanden verlopen. Op het einde van de regeerperiode blijkt alles echter toch in orde te komen.

(Voorzitter: de heer Jean-Marie Happart, ondervoorzitter.)