2-1058/7

2-1058/7

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

19 NOVEMBER 2002


Wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de bescherming van de goederen van de minderjarigen


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE UITGEBRACHT DOOR MEVROUW TAELMAN


I. PROCEDURE

Het wetsontwerp, dat optioneel bicameraal is, was oorspronkelijk een wetsvoorstel ingediend door mevrouw de T' Serclaes c.s.

De tekst werd door de Senaat goedgekeurd op 25 april 2002 en op 26 april 2002 overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Op 7 november 2002 heeft de Kamer de tekst na amendering met eenparigheid van de 132 aanwezige leden goedgekeurd en hem op 8 november 2002 naar de Senaat teruggezonden.

De commissie voor de Justitie heeft het ontwerp op haar vergadering van 13 november 2002 in aanwezigheid van de minister van Justitie opnieuw behandeld.

II. UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN JUSTITIE

De minister herinnert eraan dat er op initiatief van mevrouw de T' Serclaes een wetsvoorstel werd ingediend bij de Senaat, een soort « herstelwet » op de voogdijwet van 29 april 2001.

De regering had enkele amendementen ingediend, die werden aangenomen.

In de Kamer werd een dertigtal hoofdzakelijk technische amendementen ingediend, waarvan een tiental door de regering. Die laatste amendementen waren het resultaat van overleg met het Koninklijk Verbond der vrede- en politierechters.

Er werd een vijftiental amendementen aangenomen zonder dat dit aanleiding gaf tot een omstandig debat.

Het gaat om technische amendementen ter verbetering van de werking van het voogdij-instituut in de praktijk.

III. BESPREKING

Mevrouw Nyssens wenst meer details over die wijzigingen. De Senaatscommissie voor de Justitie had namelijk de mogelijkheid nagegaan om de draagwijdte van het wetsvoorstel te verruimen tot andere artikelen van de voogdijwet.

Heeft de Kamer het werk voortgezet dat de Senaat had aangevat ?

De minister herinnert eraan dat, om de goedkeuring van de tekst in de Senaat niet te vertragen, besloten werd er slechts enkele van de amendementen van de regering in te dienen, terwijl de overige in de Kamer zouden worden ingediend.

Bepaalde denkpistes die de Senaat had aangewezen, werden inderdaad in de Kamer gevolgd, maar er werd niet zeer uitgebreid over gedebatteerd.

Het gaat hoofdzakelijk over amendementen die het resultaat waren van het overleg met de vrederechters. Sommige zijn zuiver technisch, andere zijn het gevolg van vaststellingen van de vrederechters in het veld.

Amendement nr. 9 van de regering bijvoorbeeld stelt voor geldsommen die een minderjarige als vergoeding ontvangt, te blokkeren op een rekening die op zijn naam is geopend, tot het tijdstip van zijn meerderjarigheid.

Een technischer amendement behelst het feit dat, wanneer een voogd werd aangewezen krachtens de OCMW-wet van 1976, de vrederechter volgens de wet van 2001 geen kennis had van die aanwijzing.

Amendement nr. 10 van de regering bepaalt dat het OCMW de vrederechter ervan in kennis moet stellen.

Mevrouw Nyssens herhaalt geen bezwaar te hebben tegen die wijzigingen, maar stelt vast dat ze geenszins technisch zijn.

Mevrouw de T' Serclaes herinnert eraan dat de commissie onderstreept had dat de wet binnen één à twee jaar moet worden geëvalueerd en dat bij die gelegenheid eventueel belangrijker wijzigingen kunnen worden overwogen.

IV. STEMMING

Het ontwerp van wet in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 8 aanwezige leden.

Dit verslag wordt eenparig goedgekeurd door de 8 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitter,
Martine TAELMAN. Josy DUBIÉ.

De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
die in plenaire vergadering
in de Kamer van volksvertegenwoordigers
werd aangenomen en aan de Senaat
werd teruggezonden
(stuk Kamer, nr. 50-1772/9)