2-704/5

2-704/5

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

20 NOVEMBER 2002


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten in de context van de ontwikkeling van de informatiemaatschappij


AMENDEMENTEN


Nr. 33 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

(Subamendement op amendement nr. 17)

Art. 3

In het voorgestelde artikel 22, § 1, 4ºter, de woorden « soortgelijke drager, wanneer die reproductie wordt verricht » vervangen door de woorden « soortgelijke drager, en mededeling wanneer die reproductie of mededeling wordt verricht ».

Verantwoording

Deze wijzigingen beogen het artikel 22, § 1, 4ºter, in overeenstemming te brengen met de uitzondering vermeld in artikel 5.3 a van de richtlijn waar voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek niet alleen reproductie maar ook mededeling is toegestaan. Zowel reproductie als mededeling is essentieel om educatieve activiteiten te kunnen uitvoeren en om de doelstelling van levenslang en levensbreed leren, zoals vermeld in considerans 14 van de richtlijn, te realiseren.

Nr. 34 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

(Subamendement op amendement nr. 17)

Art. 3

Het voorgestelde artikel 22, § 1, 12º, vervangen als volgt :

« 12º De gedeeltelijke of integrale reproductie en de mededeling aan het publiek voor reclamedoeleinden, voor openbare tentoonstellingen of openbare verkopen van artistieke werken, voor communicatiedoeleinden voor openbare culturele manifestaties, voor zover het noodzakelijk is voor de promotie van die gebeurtenissen, met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik. »

Verantwoording

In het voorstel van de regering wordt een uitzondering gemaakt voor de reproductie en mededeling aan het publiek voor reclamedoeleinden voor openbare tentoonstellingen of openbare verkopen van artistieke werken, voor zover het noodzakelijk is voor de promotie van die gebeurtenissen, met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik.

Hierdoor kunnen verkoopzalen en musea on line en off line die openbare tentoonstellingen of verkopen aankondigen.

Ons voorstel is om een gelijkaardige uitzondering te bekomen ten behoeve van algemene cultuurcommunicatie en promotie. Waarom kan een museum vrij gebruik maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal bij de promotie van zijn evenement en een theatergezelschap of concertzaal niet ?

Het is namelijk essentieel om zoveel mogelijk het culturele aanbod, onder meer langs digitale weg, te ontsluiten. Als hiervoor telkens toestemming moet gevraagd worden of licenties aangegaan, wordt werking van adequate cultuurcommunicatie financieel en technisch onmogelijk gemaakt.

Nr. 35 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

(Subamendement op amendement nr. 21)

Art. 6bis

Het voorgestelde artikel 6bis aanvullen met een 9º, luidende :

« 9º Het eerste lid, 3º, wordt vervangen door de volgende bepaling :

« de reproductie en mededeling in familiekring of in het kader van onderwijsactiviteiten ».

Verantwoording

Aangezien hier dezelfde uitzonderingen worden bedoeld als in artikel 22 is het noodzakelijk voor de eenvormigheid het begrip « schoolactiviteiten » te vervangen door « onderwijsactiviteiten » en « privé-uitvoering » door « reproductie en mededeling ».

Met betrekking tot de uitzonderingen betreffende het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek moet de niet-winstgevende doelstelling van de betrokken activiteit worden bepaald door de activiteit als zodanig. De organisatiestructuur en de financiering van de betreffende instelling zijn in dit opzicht niet de doorslaggevende feiten (considerans 42 van de voormelde richtlijn). Dit geldt voor het begrip « onderwijs » doorheen de gehele omzetting.

Nr. 36 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

(Subamendement op amendement nr. 26)

Art. 7

In het voorgestelde artikel 79bis, § 2, de woorden « artikel 46, 3ºbis, 7º, 9º en 10º » vervangen door de woorden « artikel 46, 1º, 2º, 3º, 3ºbis, 6º, 7º, 8º, 9º en 10º ».

Verantwoording

Gezien de expliciete bedoeling deze maatregelen toe te passen in het kader van het onderwijs moeten deze aanvullingen noodzakelijkerwijze worden toegevoegd. De verantwoording bepaalt immers dat de opgelegde maatregelen bepaald door de richtlijn, beperkt zijn tot bepaalde domeinen waaronder « onderwijsgebruik ».

Vincent VAN QUICKENBORNE.