Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-56

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1919 van de heer de Clippele d.d. 4 maart 2002 (Fr.) :
BTW. ­ Parkeerplaatsen. ­ Vrijstelling.

Ik heb vernomen dat de administratie soms vrijstelling van BTW verleent voor bepaalde parkeerplaatsen.

Kan u me zeggen onder welke voorwaarden dat gebeurt, aangezien krachtens artikel 44, § 3, 2º, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het verpachten, de verhuur en de overdracht van huur van goederen die van nature onroerend zijn alsook het gebruik daarvan onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld zijn van de belasting, met uitzondering van het verlenen van de diensten waarnaar wordt verwezen in artikel 18, § 1, tweede lid, 8º tot 10º, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde ?

Bovendien werd op 1 januari 1993 artikel 18, § 1, tweede lid, 8º, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde gewijzigd, zodat het momenteel niet meer bepaalt dat die activiteit moet worden uitgeoefend door een « exploitant ».

Omwille van die reden is de belastingplicht van een persoon die parkeerplaatsen voor auto's ter beschikking stelt, dus niet langer verbonden met de hoedanigheid van « exploitant ». Vandaar dat de aard van de plaatsen die ter beschikking worden gesteld en de kwalificatie van de inkomsten die uit die activiteit voortvloeien voortaan niet meer in aanmerking mogen worden genomen om te bepalen of de terbeschikkingstelling al dan niet onderworpen is aan de belasting.

Onder welke voorwaarden is er dan een vrijstelling mogelijk, als in de voorwaarden van de artikelen 2 en 4 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde iemand die plaatsen voor voertuigen ter beschikking stelt, zelfs als het gaat om gesloten garages of autoboxen, de hoedanigheid van BTW-plichtig heeft ?

Antwoord : De terbeschikkingstelling onder bezwarende titel van stallingen voor rijtuigen, zelfs al betreft het gesloten garages of boxen, in een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8º, van het BTW-Wetboek, die onderworpen is aan de belasting indien ze gebeurt door en belastingplichtige die handelt onder de voorwaarden van de artikelen 2 en 4 van het genoemd wetboek, onder voorbehoud evenwel van de toepassing van de vrijstellingsregeling ingevoerd door artikel 56, § 2, van hetzelfde wetboek.

De kleine ondernemingen, te weten iedere belastingplichtige natuurlijke of rechtspersoon die handelingen verricht die niet uitdrukkelijk worden uitgesloten van het voordeel van de vrijstelling waarvan de jaaromzet 5 580,00 euro niet overschrijdt, worden door deze bijzondere regeling immers ontheven van de voornaamste verplichtingen die voortvloeien uit de hoedanigheid van belastingplichtige. Zij worden inzonderheid ontheven van het indienen van de periodieke aangiften en van het betalen van de belasting aan de Schatkist met, natuurlijk, als logisch gevolg dat zij geen recht op aftrek mogen uitoefenen van de BTW geheven van de goederen en diensten die hen werden verschaft.

Hoe dan ook, een dergelijks terbeschikkingstelling maakt in geen geval de belasting opeisbaar waaneer ze nauw verbonden is met een op grond van artikel 44, § 3, 2º, van voormeld wetboek vrijgestelde onroerende verhuur betreffende een voor een ander gebruik bestemd onroerende goed (bijvoorbeeld bewoning, commercieel, enz.), zodanig dat beide verhuringen één enkele economische handeling vormen. Dit is inzonderheid het geval wanneer de stalling voor rijtuigen en het voor een ander gebruik bestemd onroerend goed deel uitmaken van eenzelfde onroerend geheel (bijvoorbeeld een apaartementsgebouw, wooncomplex, enz.) en beide goederen door dezelfde eigenaar, ­ zelfs bij afzonderlijk gesloten overeekomsten ­ worden verhuurd aan dezelfde huurder. Ik verwijs in dit verband naar de administratieve beslissing van 21 februari 1994, nr. E.T. 78.929, gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 109/617 ­ waarvan het geachte lid klaarblijkelijk kennis heeft aangezien hij er uittreksels van overneemt in zijn vraag ­ alsook naar de commentaar onder nr. 53 van de BTW-Handleiding.