Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-56

ZITTING 2001-2002

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 2117 van de heer de Clippele d.d. 27 mei 2002 (Fr.) :
Schenkingen van onroerend goed. ­ Niet-ingezetenen. ­ Progressief karakter van de belastingen. ­ Discriminatie.

Artikel 5 § 2, 8º, van de bijzondere wet betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, zoals gewijzigd door de wet van 13 juli 2001, heeft de bevoegdheid voor schenkingen van onroerend goed die door niet-ingezetenen van het Koninkrijk gedaan worden, toegekend aan het gewest waar het onroerend goed zich bevindt.

Moet men daaruit afleiden dat als de schenker in dezelfde notariële akte, in verschillende notariële akten van dezelfde dag of in akten die binnen een periode van minder dan 3 jaar worden geregistreerd, verschillende onroerende goederen die zich in verschillende gewesten bevinden, schenkt, er geen progressiviteit van het schenkingstarief meer is ?

Elke schenking zal afzonderlijk worden bekeken door de onroerende goederen per gewest bijeen te brengen.

Hoe moet men anders de progressiviteit van de schenkingstarieven berekenen als de belastingsschijven een gewestelijke bevoegdheid zijn ? Zodra elk gewest zijn eigen belastingsschaal heeft, zal het mathematisch niet meer mogelijk zijn de progressiviteit van het tarief toe te passen, als de schenking betrekking heeft op goederen die zich in verschillende gewesten bevinden.

Is de minister het met mij eens dat niet-ingezetenen van het Koninkrijk ontsnappen aan de progressiviteit van de tarieven in het geval van schenking van goederen die zich in verschillende gewesten bevinden ?

Is hier geen sprake van discriminatie ten aanzien van de bewoners van het Koninkrijk die het progressief tarief blijven ondergaan ?