2-231

2-231

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 OKTOBER 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de eerste minister over «de spectaculaire stijging van het aantal door de luchtmacht vervoerde VIPs en de stijging van het aantal vluchten met VIPs onder deze regering» (nr. 2-1076)

De voorzitter. - De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Guy Verhofstadt, eerste minister.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Uit recent gepubliceerde cijfers blijkt dat de ministers meer dan ooit vliegen en dat het vervoer van vips spectaculair is gestegen. Terwijl in 1998 zo een 1850 vips werden getransporteerd door de transportwing van het leger op kosten van de Staat, waren dat er in 2001 4584. In 1999 - het jaar van het aantreden van de nieuwe regering - was er in vergelijking met 1998 een stijging van 169%, namelijk tot 4985 en in het jaar 2000 bedroeg dat aantal 3954.

De verplaatsingen gebeuren niet meer met de kleinere, oudere Boeings, maar met Airbussen die meer personen kunnen vervoeren. Ook het aantal vluchten en het aantal vluchturen is aanzienlijk toegenomen.

Zijn de gepubliceerde cijfers juist? Bestaat er een redelijke verantwoording voor die toename? Kan de minister een overzicht geven van het aantal vluchten per minister, het aantal personen per vlucht en de bestemming van de vluchten?

Welke redelijke verklaring is er voor de spectaculaire toename van het aantal vips dat de regering door de Belgische Luchtmacht laat vervoeren?

Wat is de meerkost van de toename van het aantal vluchten met vips in opdracht van de regering? Is dat een aanvaardbare meerkost volgens de minister? Zijn de trips relevant voor het beleid van de meerderheid of zijn ze een vorm van public relations op kosten van de belastingbetalers, met inbegrip van die van de oppositie?

Wat zijn de toekomstige plannen in verband met de vluchten?

Twee maanden vóór de Duitse verkiezingen ontstond er een politieke rel over de verplaatsingen van de Duitse parlementsleden per vliegtuig. Twee parlementsleden verloren zelfs hun zetel en hebben niet meer deelgenomen aan de verkiezingen.

Het is een vorm van publieke moraliteit te weten wie wordt bevoordeeld bij het gebruik van overheidsmiddelen voor bepaalde taken. Is het waar dat, in grotere mate dan vroeger, systematisch een resem journalisten wordt meegevoerd? Dat beïnvloedt indirect de beeldvorming zodat de oppositiepartijen worden gediscrimineerd.

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Tot op heden heeft premier Verhofstadt steeds geweigerd om op dergelijke mondelinge vragen te antwoorden, aangezien het reglement van de Belgische Senaat daarin niet voorziet. De heer Vandenberghe weet dat natuurlijk zeer goed.

Voor mij is het bovendien gewoonweg onmogelijk om binnen een dergelijke korte tijdsspanne de becijferde gegevens te verschaffen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Gisteren in de Kamer was er nochtans veel mogelijk...

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Die gegevens hebben overigens geen andere dan statistische waarde. Het is niet omdat we de vliegtuigen van de Luchtmacht vaker gebruiken, dat er ook meer of in groteren getale wordt gereisd. Er wordt ook gereisd met commerciële vluchten. Een verschuiving van de ene naar de andere reiswijze valt niet uit te sluiten.

Wat mijn departement betreft, maak ik een evaluatie en neem ik een beslissing voor elke verplaatsing. Het criterium om te bepalen of een beroep wordt gedaan op een commerciële dan wel op een militaire vlucht, is in de eerste plaats de kostprijs. Voor kleine delegaties is een commerciële vlucht veelal voordeliger, voor omvangrijke delegaties is dat niet het geval.

Voor de top over de Duurzame Ontwikkeling werd er dus met een militair vliegtuig gevlogen, maar voor mijn verplaatsing naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te New York nam ik een commerciële vlucht.

Le nombre de déplacements augmente également en fonction d'éléments externes. Ainsi, il faut bien constater que le nombre de conférences internationales est en nette augmentation. Alors qu'elles avaient lieu auparavant au rythme de tous les trois, quatre ou cinq ans, elles se suivent maintenant de beaucoup plus près - Doha, Monterrey, Johannesburg.

Ensuite, je rappelle que la Belgique a exercé la présidence de l'Union européenne au second semestre de 2001, ce qui a fortement influencé le nombre de déplacements.

J'ajoute que, d'une part, compte tenu de l'organisation fédérale de notre pays, nos régions et communautés sont impliquées dans les négociations et dans les conférences internationales et que, d'autre part, la coopération internationale concerne de plus en plus des questions relevant de la compétence de ministres dits techniques. Ces deux phénomènes contribuent à expliquer les délégations plus importantes et les déplacements plus fréquents.

Je voudrais enfin dire que le gouvernement mène une politique étrangère indiscutablement plus active que par le passé, monsieur Vandenberghe.

Een actief buitenlands beleid kan niet worden gevoerd van achter een bureau en evenmin per fiets.

La question que vous me posez est sans doute légitime et je n'ai aucun problème à y répondre. Cependant, je ne vous cacherai pas qu'elle me laisse une impression bizarre. Depuis trois ans que je suis à la tête du département des Affaires étrangères, je n'ai jamais eu le sentiment de voyager pour mon plaisir. Lorsque vous parlez de « VIP », je ne sais pas très bien ce que vous voulez dire : nous voyageons comme tout le monde. Nous ne bénéficions d'aucun environnement particulier, nous ne nous faisons pas accompagner de danseurs ou de danseuses : nous vivons normalement, assez modestement et dormons très peu car nous travaillons beaucoup. Selon moi, comparer le volume des déplacements à l'étranger avec la situation de 1998, c'est comparer des pommes et des poires ! La situation internationale est différente, le contexte également. Les missions en Afrique prennent du temps et je peux vous assurer que généralement, nous n'avons jamais une heure de liberté. Ceux qui m'ont accompagné, il y en a parmi vous, le savent : j'ai même parfois eu pitié de certains qui avaient peine à suivre le rythme de nos réunions et de nos rencontres. Je suis dès lors quelque peu surpris de la tonalité que vous donnez à votre question, monsieur Vandenberghe.

Vous m'avez interrogé sur les différents voyages de mon département. J'ai vérifié ce qu'il en était pour 2001 et je tiens les informations à votre disposition : il n'y a pas une seule réunion qui ne corresponde à une obligation de la Belgique. Je voudrais savoir si je dois vous soumettre la liste des voyages et vous demander s'il est opportun ou non de participer à une réunion à laquelle nous sommes conviés pour exprimer le point de vue de la Belgique, pour représenter notre pays et faire connaître notre politique à certains endroits. Dites-le moi, je suis tout à fait disposé à soumettre la question à un comité de censeurs. Je suis quelque peu peiné, monsieur Vandenberghe, car je pense vraiment que vous valez mieux que cela.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Mijn vraag brengt de regering duidelijk in moeilijkheden. Zij antwoordt op geen enkele wijze. Ik heb geen vraag gesteld over de minister van Buitenlandse Zaken. Ik heb in mijn vraag op geen enkele manier, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks gesuggereerd dat de regeringsleden, wat hen betreft, misbruik zouden maken van de bestaande faciliteiten. De minister van Buitenlandse Zaken mag van mij 365 maal per jaar, dus elke dag vliegen.

In andere democratieën is er over een vraag als deze een open debat mogelijk. Ik verwijs naar de Duitse incidenten. De minister van Buitenlandse Zaken zal het zeker appreciëren dat zijn voorganger, minister Claes, destijds het buitenlands beleid voerde van achter zijn bureau of misschien zelfs per fiets. Dat blijkt uit de cijfers over de verplaatsingen onder zijn bewind.

Wij hebben geen bezwaar tegen nuttige reizen. Waarom zou er trouwens een Airbus worden ingezet voor de verplaatsingen van een minister met twee van zijn kabinetsleden? Tegen het volstouwen van een militaire Airbus met 150 vips - very important in de ogen van de regering althans - op kosten van de belastingbetaler maken wij echter wel bezwaar.

Wij hebben zelfs meegemaakt dat minister Dua de correspondent van de plaatselijke televisiestation in Oost-Vlaanderen mee naar Johannesburg heeft getroond om verslag uit te brengen over de conferentie.

Vindt u het aanvaardbaar dat de regering de centen van de belastingbetaler gebruikt voor het voeren van een bepaald beleid onder voorwaarden die niet objectief zijn beschreven? Er worden geen criteria opgegeven. Ik vraag niet dat alles nominatim wordt aangeduid, maar in zijn antwoord maakt de minister zelfs geen melding van ook maar één criterium.

Het reglement van de Senaat inroepen om te weigeren op mijn vraag te antwoorden is volstrekt onaanvaardbaar. Mijn vraag betreft de resultaten van de Copernicusbevraging. Deze regering is de regering van het referendum.

De eerste minister antwoordt mij dat hij op mijn vraag niet zal antwoorden. Sinds de openbaarheid van bestuur in de Grondwet is opgenomen, komt de regering hier steeds opnieuw zeggen dat zij op de gestelde vragen niet kan antwoorden. De verkozenen hebben het recht om vragen te stellen, maar de regering heeft blijkbaar ook het recht om te antwoorden dat de verkozenen geen recht hebben op het antwoord. Dat is een radicale wijziging van de gangbare gebruiken. Ik stel vast dat de regering weigert een verantwoording te geven voor de verplaatsing van 5.000 vips per jaar op kosten van de belastingbetaler, zonder dat zij hiervoor op deze tribune objectieve criteria kan aangeven.

De voorzitter. - Mijnheer Vandenberghe, ik wil er toch op wijzen dat een vlucht met twee personen of met 30 personen aan boord even veel kost aan de Staat.

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Er heeft geen enkele Airbus gevlogen met slechts twee personen aan boord.