Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-52

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 1925 van de heer Verreycken d.d. 4 maart 2002 (N.) :
Vluchtelingen ­ Seksueel misbruik door ontwikkelingshelpers.

Volgens een rapport, opgesteld door het Hoog Commissariaat voor vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR), worden er in West-Afrika op grote schaal kinderen seksueel misbruikt door ontwikkelingshelpers. Volgens de ondervraagden worden kinderen soms tot seks gedwongen alvorens voedsel te krijgen. Meer dan 40 hulporganisaties zouden hierbij betrokken zijn.

1. Zijn er ook Belgische ontwikkelingshelpers of Belgische hulporganisaties betrokken in deze zaak ? Zo ja, welke organisaties betreft het, en welke maatregelen werden er genomen ?

2. Zijn u klachten bekend over mogelijk seksueel misbruik geuit tegen Belgische ontwikkelingshelpers of Belgische hulporganisaties ? Zo ja, hoeveel en tegen welke organisaties ?

3. Zijn medewerkers van NGO's onderworpen aan enig moraliteitsonderzoek alvorens te kunnen vertrekken naar ontwikkelingsgebieden en heeft de overheid enig controlerecht op deze medewerkers ?

Antwoord : In overleg met secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties heeft het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen (UNHCR) beslist geen details te geven over de genoemde NGO's omwille van de bescherming van het onderzoek. Het rapport is niet vrijgegeven. Het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen heeft eind februari 2002 een samenvattend rapport gepubliceerd zonder namen van verdachten, waarin een eerste beschrijving van de feiten wordt weergegeven en een reeks te nemen maatregelen. De Oversight Services te New York (OIOS) zullen op vraag van de top van UNHCR een grondig onderzoek starten over de verdachtmakingen. De resultaten van OIOS moeten definitieve duidelijkheid scheppen over de aard van de beschuldigingen.

UNHCR heeft op 11 maart 2002 een overzicht gegeven van de getroffen maatregelen in de regio en deze kunnen als volgt samengevat worden :

­ UNHCR Genève heeft een Task Force opgericht, om in samenwerking met de regionale vertegenwoordigers een actieplan op te stellen. Bijkomend personeel is of wordt binnenkort op het terrein ingezet. Het gaan hier niet enkel om meer vrouwelijke aanwezigheid in de kampen, maar tevens over experten in « sexual & gender based violence » en « Community Services Officers ». Meer aandacht gaat naar de inschakeling van de vluchtelingen bij de distributie en het logistiek proces van voedselbedelingen. De algemene toepassing van een « Code of Conduct » moet misbruiken tegengaan.

­ Specifieke acties in samenwerking met de NGO's betreffen hun inschakeling bij de opstelling van een regionaal actieplan, de organisatie van diverse seminaries om de NGO-werkers, vluchtelingen en overheid te sensibiliseren voor de problematiek van « sexual & gender based violence ».

De betrokken NGO's worden op bilaterale basis door UNHCR gecontacteerd en zullen gevraagd worden om dringende maatregelen te nemen en zich te engageren in het actieplan van UNHCR.

België heeft een demarche uitgevoerd bij de assistent hoog commissaris, Kamel Morjane, om zijn verontwaardiging uit te drukken over deze wantoestanden en de UNHCR verzocht om zowel dringende administratieve als preventieve maatregelen te treffen opdat deze feiten zich niet meer zouden herhalen. Kamel Morjane heeft hierop geantwoord dat het onderzoek lopende is en dat er maatregelen getroffen werden om de controle en preventie te vergroten. Volgens de assistent hoog commissaris zijn er geen Belgen of Belgische organisaties betrokken bij deze zaak.

De overheid heeft wel enige vorm van controle over de NGO-coöperanten. Om voor subsidies in aanmerking te komen dienen deze coöperanten een attest van goed gedrag en zeden te kunnen voorleggen en een aangepaste vorming te hebben gevolgd. In de periode van 1964 tot einde 1997 werden deze coöperanten door ABOS zelf aangeworven, en dienden ze een opleiding te volgen. Het bewijs van goed gedrag en zeden werd steeds vereist. Sinds 1 januari 1998 worden deze coöperanten door de NGO's zelf aangeworven, maar het attest van goed gedrag en zeden blijft een vereiste.