2-1111/2

2-1111/2

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

25 JUNI 2002


Voorstel van resolutie betreffende de mensenrechten in Tibet


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER VERREYCKEN

De voorgestelde resolutie vervangen als volgt :

« Voorstel van resolutie teneinde de Volksrepubliek China te bewegen respect te hebben voor de mensenrechten en de schending ervan onverwijld stop te zetten »

De Senaat,

A. gelet op de reeds jaren aanhoudende berichten over de schending van de mensenrechten in China;

B. gelet op de feitelijke vaststelling dat er in het verleden nooit van Belgische regeringszijde formeel afstand is genomen van deze schendingen;

C. gelet op het feit dat het ophouden van de schendingen van de mensenrechten nooit door de Belgische regering als noodzakelijke voorwaarde is gesteld voor het aangaan van economische en culturele relaties;

D. gelet op de talrijke rapporten van Amnesty International die de schending van de mensenrechten in China reeds herhaaldelijk aantoonden;

E. gelet op het gezag dat deze internationale organisatie nochtans geniet, ook in ons land;

F. gelet op het feit dat verschillende ministers uit de federale regering zich vóór hun ministerschap vaak vele jaren engageerden in mensenrechtenorganisaties;

G. overwegende dat China Tibet reeds vele jaren bezet houdt, er een repressief beleid voert en de geestelijke leider, de Dalai Lama, niet mag terugkeren naar zijn land;

H. overwegende dat het boeddhisme in Tibet zonder ademruimte aan banden is gelegd;

I. overwegende dat ook andere religies in China worden gemuilkorfd en dat hun religieuze leiders zeer vaak worden gevangen genomen;

J. overwegende dat Falun Gong, een los op het boeddhisme geïnspireerde meditatiebeweging met vele leden, wegens haar grote populariteit, door de Chinese autoriteiten als een politieke bedreiging wordt aangezien met duizenden detenties tot gevolg;

K. overwegende dat de officiële katholieke kerk in China noodgedwongen ondergronds moet opereren terwijl een door de overheid georganiseerde en gecontroleerde staatskerk, de zogenaamde patriottische kerk, naar voor wordt geschoven als de enige katholieke kerkgemeenschap;

L. overwegende dat er nog steeds mensen vastzitten die jaren geleden deelnamen aan de vreedzame acties voor meer openheid en democratie op het Tien'anmenplein in Beijing;

M. overwegende dat onder meer de Oeigoeren in de noord-westelijke regio Xinjiang als tweederangsburgers worden behandeld;

N. overwegende dat de Oeigoerese zakenvrouw die ijvert voor vrouwenrechten en die in 1995 nog lid was van de officiële delegatie voor de VN-vrouwenconferentie in Beijing, Rebiya Kadeer, tijdens een geheim politiek geïnspireerd proces werd veroordeeld tot acht jaar gevangenis;

O. overwegende dat in China het bestaan van vrije vakbonden onmogelijk wordt gemaakt;

P. overwegende dat China een eenpartijstaat is en dus een dictatuur waar verkiezingen uitgesloten zijn;

Q. overwegende dat in China de doodstraf wordt uitgevoerd en jaarlijks meer mensen worden geëxecuteerd dan in alle andere landen bij elkaar, vaak zelfs voor niet-gewelddadige misdaden zoals fraude of oplichting;

R. overwegende dat China er in slaagde ­ in samenwerking met andere landen waar het ook erg gesteld is met de democratie en de mensenrechten, zoals Rusland, Cuba, India, Indonesië en Pakistan ­ om in april 2000 bij de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties via een procedurele zet te ontkomen aan een Amerikaanse resolutie die de toenemende politieke en religieuze repressie in dat land veroordeelde;

S. gelet op het feit dat China dit initiatief van de Verenigde Staten een ongegronde aanval noemde;

T. overwegende dat bij aangevoerde handelsmissies naar China enkel de economische belangen op het voorplan stonden;

U. overwegende dat België en China inzake mensenrechten een zeer algemene en absoluut nietszeggende verklaring aflegden die tot geen enkel engagement dwingt en zonder dat concrete feiten inzake de schending van de mensenrechten aan bod kwamen;

V. overwegende dat België bij China geen effectieve stappen heeft ondernomen om het gevoerde beleid inzake mensenrechten te wraken en te doen wijzigen;

W. overwegende dat de huidige Belgische regering inzake China gewoon het beleid van de vorige regering verderzet;

X. gelet op het feit dat het buitenlandse beleid van deze regering nochtans de mond vol heeft over de democratie en mensenrechten als het over westerse landen gaat;

Y. besluitende dat de Belgische regering terzake een inconsequente houding voert;

vraagt de federale regering :

1. initiatieven te nemen om zo spoedig mogelijk formeel te protesteren bij de Chinese autoriteiten tegen alle toestanden waarbij de mensenrechten in China geschonden worden;

2. in algemene orde handels- en economische relaties enkel aan te gaan met landen waar de democratie en de mensenrechten verzekerd zijn.

Verantwoording

Niettegenstaande de problematiek die in de resolutie uiteengezet wordt over de positie van Tibet in de Volksrepubliek China een terechte bekommernis is, meent de indiener dat de resolutie kan uitgebreid worden naar andere aspecten, inzonderheid het respect voor de mensenrechten en de herhaaldelijke schendingen ervan door China. Te meer daar een resolutie met dezelfde reikwijdte van de indiener tijdens de vorige legislatuur werd verworpen.

Het Vlaams Blok staat niet alleen als het stelt dat het communistische China onophoudelijk de mensenrechten met de voeten treedt. Verschillende mensenrechtenorganisaties en objectieve waarnemers geven herhaaldelijk hun gemotiveerde kritiek terzake.

Iedere Chinese burger die niet in de pas loopt van de denkbeelden van de Chinese autoriteiten, wordt in het oog gehouden, geïntimideerd, aangehouden en desgevallend bij de kraag gevat voor een zogenaamd « heropvoedingproject ». In vele gevallen volgen ongenadige celstraffen of zelfs de doodstraf.

Het Vlaams Blok huivert van elke denkdictatuur en kant zich tegen elk regime dat de vrije meningsuiting, de vrijheid van gedachte, geloof en vergadering aan banden legt. Om aan deze houding concreet gestalte te geven, zag het Vlaams Blok onlangs nog af van deelname aan een officiële zending van de Kamer van volksvertegenwoordigers naar China, aangezien China op grote schaal de mensenrechten schendt.

Als een van de weinige partijen distantiëren wij ons dan ook van de officiële bezoeken aan en van China zolang er van regeringszijde niet formeel wordt geprotesteerd bij de Chinese autoriteiten tegen de schending van de mensenrechten in China.

Wim VERREYCKEN.

Nr. 2 VAN DE HEER DALLEMAGNE C.S.

Na punt E de volgende consideransen invoegen :

F. overwegende dat in de dialoog tussen de Europese Unie en China over de mensenrechten niet de minste vooruitgang is geboekt,

G. eraan herinnerend dat Tibet in 1949 en in 1950 door de Chinese strijdkrachten werd overrompeld en bezet,

H. herinnerend aan de oprichting, in 1965, van de Autonome Regio Tibet (TAR) door de autoriteiten in Peking en overwegende dat in die regio sinds de bezetting van het grondgebied door China niet langer enige reële autonomie bestaat,

I. herinnerend aan de toekenning, in 1989, van de Nobelprijs voor de vrede aan de Dalai Lama en aan diens oproep aan de internationale gemeenschap om een vreedzame regeling van het Tibetaanse vraagstuk te helpen bevorderen,

J. herinnerend aan het feit dat Tibet tot « Bijzondere Economische Zone » werd omgevormd en aan de daaropvolgende massale overbrenging van Chinese « kolonisten », waardoor de Tibetanen in enkele jaren een minderheid in eigen land zijn geworden.

Verantwoording

Deze consideransen beogen de resolutie een bredere inhoud te geven, zodat ze een ruimere draagwijdte krijgt dan de werkzaamheden van het Adviescomité voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen van de Senaat.

Nr. 3 VAN DE HEER DALLEMAGNE C.S.

De consideransen van het voorstel van resolutie vanaf F aanpassen aan het vorige amendement.

Verantwoording

Technisch amendement.

Nr. 4 VAN DE HEER DALLEMAGNE C.S.

Punt 3 doen luiden als volgt :

« verzoekt de Belgische regering, in overleg met de overige EU-lidstaten, in het bijzonder bij te dragen tot : »

Verantwoording

Initiatieven van de regering op Europeen niveau, onder meer in het kader van de dialoog tussen de Europese Unie en China over mensenrechten, moeten worden bevorderd.

Nr. 5 VAN DE HEER DALLEMAGNE C.S.

Na punt 3.5 een punt 3.6 (nieuw) invoegen, luidende :

« 3.6 initiatieven die de regering van de Volksrepubliek China ertoe aanzetten Tibet een statuut te geven dat de Tibetanen volledige autonomie waarborgt. »

Verantwoording

Het is de bedoeling nogmaals het recht van de Tibetanen te bevestigen om binnen de Volksrepubliek een volwaardig autonoom statuut te genieten, in plaats van de nepautonomie die de TAR heeft gekregen.

Nr. 6 VAN DE HEER DALLEMAGNE C.S.

Punt 4 doen luiden als volgt :

« vraagt de Belgische regering om via de Europese Unie en de Verenigde Naties alles in het werk te stellen opdat de Tibetaanse kwestie op de agenda komt van de 59e zitting van de Commissie voor de mensenrechten van de Verenigde Naties en opdat de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de rechten van de mens toegang tot Tibet wordt verleend. »

Verantwoording

Wanneer de Commissie voor de mensenrechten van de Verenigde Naties een resolutie goedkeurt, waarin een land wordt veroordeeld wegens de schending van de mensenrechten ter plaatse zendt zij er haar bijzondere vertegenwoordiger heen.

Georges DALLEMAGNE.
Magdeleine WILLAME-BOONEN.
Erika THIJS.
Sabine de BETHUNE.