(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 1611 aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 2232).
Antwoord : 1. De gunning van opdrachten voor juridische diensten gebeurde voor de gevraagde periode aan de volgende advocaten en advocatenkantoren :
mrs. A. Verriest, P. De Maeyer, M. Kaiser, van het kantoor Leurquin, Verriest, Van Hout, Vandenput (Brussel);
mrs. R. Verstraeten en P. Hofströssler, van het kantoor Eubelius (Brussel);
mrs. D. D'Hooghe en F. Vandendriessche, van het kantoor Stibbe (Brussel);
mr. M. Detry (Brussel);
mr. E. Kat, van het kantoor De Caluwé & Horsmans (Brussel);
mr. J. Dierckxsens, van het kantoor Hendrickx Mattheessens Dierckxsens (Antwerpen);
mr. A. De Meester, van het kantoor De Meester, Ballon, Billiet & Co (Gent).
2. Er werd een beroep gedaan op deze advocaten omwille van twee redenen. Enerzijds omwille van de specialisatie in een bepaalde rechtstak (administratief recht, strafrecht, handelsrecht), en anderzijds omwille van de vertrouwdheid met het departement, en dit gelet op voorgaande opdrachten.
Het meedelen van de uitbetaalde erelonen zou in strijd zijn met de verplichte vertrouwelijkheid die hierover tussen de advocaat en zijn cliënt dient te bestaan. De vraagsteller wordt hiervoor evenwel verwezen naar het Rekenhof, waaraan de honorariastaten moeten worden voorgelegd.
3. De aanstelling van advocaten geschiedt na toepassing van de onderhandelingsprocedure, door middel van een aanstellingsbrief, die het onderwerp van de opdracht vormt. Hierop wordt door de aangestelde advocaat geantwoord met een brief, die de aanvaarding van de opdracht vormt. De overeenkomst wordt dus schriftelijk aangegaan. Al dan niet uitdrukkelijk wordt voor de forfaitaire prijsbepaling verwezen naar en uitgegaan van de gangbare methoden van ereloonberekening, zoals deze door de respectievelijke orden van advocaten worden voorgeschreven. Naargelang de aard en de omvang van de opdracht, wordt bij de beoordeling voor de verstrekte diensten nagegaan of de gevraagde bedragen in verhouding zijn met de geleverde prestaties. Zo niet, wordt niet nagelaten de gevraagde sommen te betwisten. Ter illustratie hiervan kan verwezen worden naar een lopend geschil over de betwisting van het ereloon van een advocaat, stafhouder van de Nederlandstalige balie te Brussel, volgens de procedure van de taxatie op tegenspraak.
4. De minister van Buitenlandse Zaken onderschrijft het standpunt van het Rekenhof zoals geformuleerd in het 157e Boek. De diensten van juridische aard vallen onder de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten. Het beroep op de mededinging is dus ook principieel toepasselijk.
5. Er wordt in de geschillen- en adviesdossiers geopteerd voor de gehele of gedeeltelijke toewijzing aan een advocaat als externe deskundige zonder dat de rol van de beherende ambtenaar hierbij van ondergeschikte aard moet worden geacht. Deze werkwijze en taakverdeling dringt zich op wegens de werklast en de complexiteit van de juridische geschillen en de diverse aard van de te geven juridische adviezen, waardoor het beroep op externe deskundigen aangewezen is.
6. De opdrachten worden afzonderlijk toegewezen, en er wordt tot op heden geen gebruik gemaakt van een samenwerking in de vorm van een abonnementsovereenkomst.