Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-51

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1711 van de heer de Clippele d.d. 29 november 2001 (Fr.) :
Aangifte van nalatenschap. ­ Termijn voor het indienen ervan.

In de Senaatscommissie voor Financiën heeft men een wetsvoorstel bestudeerd dat een automatische verlenging voorziet van de termijn die bepaald wordt in artikel 40 van het Wetboek van successierechten als de aanvraag daarvoor op tijd wordt ingediend.

De minister van Financiën heeft toen voorgesteld om alle ontvangers eraan te herinneren dat de termijn verlengd moest worden, zonder die verlenging te koppelen aan voorwaarden die niet in de wet staan.

België wordt kosmopolitisch, zeker wat Brussel betreft. Nalatenschappen waarbij personen met een buitenlandse nationaliteit betrokken zijn, komen vandaag de dag regelmatig voor.

De modelfamilie is aan het verdwijnen. Bij nalatenschappen heeft men bijgevolg vaak met conflicten te kampen.

Wij geven enkele voorbeelden om aan te tonen dat de termijn van vijf maand in vele gevallen volledig ontoereikend is :

­ de erfgenaam woont in het buitenland;

­ één van de gebouwen van het nalatenschap bevindt zich in het buitenland;

­ er zijn één of meer minderjarige kinderen bij het nalatenschap betrokken;

­ er werd een voorafgaande expertise aangevraagd;

­ één of meer gekende erfgenamen zijn afwezig;

­ slechte verstandhouding tussen de erfgenamen;

­ moeilijkheden bij het interpreteren van het testament;

­ er zijn schulden.

Kan de geachte minister me zeggen of hij de ontvangers door middel van een omzendbrief herinnerd heeft aan de oplossing ?

Antwoord : Krachtens artikel 41 van het Wetboek der successierechten kan de directeur-generaal van de BTW, Registratie en Domeinen de termijn voor de inlevering der aangifte van nalatenschap verlengen.

De uitoefeningsmodaliteiten van die bevoegdheid werden onlangs versoepeld aangezien de ontvanger der Registratie, bij wie de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend deze bevoegdheid uitoefent in naam van de directeur-generaal, als de gevraagde verlenging niet langer is dan vier maand. Indien het gevraagde uitstel langer is, is het de directeur-generaal die beslist.

Ieder gemotiveerd verzoekschrift ­ verzoekschrift dat moet gedaan worden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van vijf maand ­ kan positief onthaald worden. In het geval er een negatieve beslissing van de ontvanger is, moet deze ook behoorlijk gemotiveerd zijn.

Voor het overige, rekening houdend met de verscheidenheid van de tegengekomen omstandigheden, lijkt het noch noodzakelijk noch opportuun om een reeks van omstandigheden vast te leggen waarin a priori de toekenning van de verlenging van de inleveringstermijn gerechtvaardigd wordt.

Als het geachte lid kennis heeft van een welbepaalde nalatenschap waarin, ondanks het feit dat een gemotiveerde vraag werd ingediend binnen de wettelijke termijn voor de indiening van de aangifte, een verlenging van de indieningstermijn wordt geweigerd, nodig ik hem uit om mij de concrete situatie bekend te maken.