Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-51

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 1784 van de heer de Clippele d.d. 17 december 2001 (Fr.) :
Griffies van de handelsrechtbanken. ­ Europese groep met economisch belang. ­ Deponering van statuten.

Krachtens artikel 71 van het Wetboek der vennootschappen wordt het uittreksel van de te publiceren akten ondertekend door een notaris als het om een authentieke akte gaat en door de solidaire vennootschappen of hun mandatarissen als het om een onderhandse akte gaat.

Nu is het zo dat de wet toelaat dat de oprichting van een Europese groep met economisch belang met een onderhandse akte gebeurt. Sommige griffies van de handelsrechtbank gebruiken dat als argument om de deponering van de te publiceren uittreksels door notarissen te weigeren als die akten in authentieke vorm zijn opgesteld.

Niettegenstaande de authentieke certifiëring van de statuten blijven die griffies de aanwezigheid van alle vennoten eisen, wat voor een Europese groep met economisch belang bijzonder duur is, gezien het feit dat de leden uit verschillende landen komen en ze allemaal voor de griffie moeten verschijnen of een machtiging geven met een echtverklaring van hun handtekening ten overstaan van de gemeentelijke overheid.

Zou het volgens de geachte minister niet nuttig zijn om de griffies eraan te herinneren dat als de akten van een vennootschap voor een notaris worden opgesteld, die laatste gemachtigd is om de uittreksels te deponeren met het oog op de publicatie in het Belgisch Staatsblad ?

Antwoord : In antwoord op zijn vraag deel ik het geachte lid het volgende mee.

De in deze vraag behandelde onderwerpen vertonen veel gelijkenis met deze gesteld door het geachte lid in zijn vraag van 18 oktober 2001 (nr. 1625). Ik wil het geachte lid dan ook verwijzen naar het antwoord daarop in het bulletin van Vragen en Antwoorden van de Senaat van 8 januari 2002, blz. 2402 en 2403.

Voor het overige kan ik eraan herinneren dat hoewel de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden geen enkele uitdrukkelijke bepaling bevat wat betreft de vorm van de akten van de EESV, overeenkomstig artikel 66 van het Wetboek van vennootschappen, het buiten twijfel staat dat de EESV's zowel bij onderhandse als bij authentieke akte kunnen worden opgericht, en dat, zo de EESV bij authentieke akte werd opgericht, het te bekendmaken uittreksel slechts de handtekening van de notaris moet bevatten.

Wat betreft de neerlegging van oprichtingsakten onder authentieke vorm, is het de instrumenterende notaris die de neerlegging moet doen : hij is het namelijk die een fiscale boete oploopt bij niet-neerlegging (artikelen 256 en 257 van het Wetboek van registratie, hypotheek- en griffierechten).

Ik herinner eraan dat overeenkomstig artikel 12, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen, de formaliteiten aangaande de neerlegging van de oprichtingsakte en de inschrijving van een Europees samenwerkingsverband slechts aanvaard worden zo ze gelijktijdig geschieden.

Wat betreft de inschrijving van een Europees samenwerkingsverband, moet de in artikel 10, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit bepaalde aanvraag ondertekend worden door de leden van het verband of door een bijzonder gemachtigde. Dit betekent dat zo een lasthebber die de neerlegging doet niet beschikt over een bijzondere machtiging om de inschrijvingsaanvraag te ondertekenen in de plaats van de leden, de griffie zowel de inschrijving als de neerlegging moet weigeren.

Wanneer de notaris die de neerlegging moet doen, gemandateerd wordt door de leden om de aanvraag te doen, moet hij er zich van vergewissen dat hij houder is van de hiervoren vermelde machtiging. Ik onderstreep echter dat voormelde machtiging niet deze is waarvan sprake in artikel 7 van de wetten op het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964 : de handtekening van de lastgever moet niet worden gelegaliseerd zoals dit artikel het voorschrijft.

Ik zal kortelings onderrichtingen hieromtrent aan de griffies van de rechtbanken van koophandel van het Rijk overmaken teneinde dit complex vraagstuk toe te lichten.