2-202

2-202

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 8 MEI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jan Remans aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over ęeen persmededeling over zijn oorlog met de artsenĽ (nr. 2-969)

De heer Jan Remans (VLD). - Op 2 mei 2002 heeft de Arbeidsrechtbank van Brussel dokter Jacques de Toeuf, voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), in kort geding voorlopig in het gelijk gesteld in een zaak tegen het RIZIV. De elementen van het geschil zijn gekend. De minister heeft in het Belgisch Staatsblad een besluit laten publiceren dat de artsen vanaf 1 maart 2002 25 miljoen euro besparingen oplegt. Tot die besparingen werd beslist zonder dat de wettelijke procedures van de begrotingscontrole werden nageleefd. Het gaat om verstrekkingen die niet voor besparingen in aanmerking komen volgens het nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen voor de jaren 2001 en 2002, dat op 18 december 2000 werd ondertekend. De rechter zegt dat dokter de Toeuf gelijk heeft en dat hij de oude honoraria nog mag aanrekenen worden omdat de voorgeschreven verminderingen illegaal zijn. Ingevolge die beslissing zouden alle getroffen artsen later opnieuw hogere honoraria kunnen aanrekenen. Als de ziekteverzekering haar terugbetalingen niet aanpast - maar dat is dan de beslissing van het RIZIV en de minister - betaalt de patiŽnt het gelag.

Bij herhaling heb ik hier op dit spreekgestoelte en in de senaatscommissie voor de Sociale Aangelegenheden de besparingen in de gezondheidszorg ondersteund ik zal dat blijven doen op voorwaarde dat die besparingen rationeel verantwoord zijn en bijdragen tot een resultaatgerichte geneeskunde gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en in functie van de patiŽnt. De procedures moeten daarbij echter worden gerespecteerd. Ik maak me zorgen wanneer politici blijven zeggen dat in het huidige verzekeringsstelsel alles betaalbaar blijft voor iedereen. Dat is zeer de vraag als we weten dat de verwachtingen van de patiŽnten groeien, dat de vooruitgang van de technologie een prijs heeft en dat de bevolking vergrijst. Ik maak me ook zorgen wanneer de minister in de geschreven pers verklaart dat de artsen "als ze oorlog willen voeren tegen de patiŽnten, oorlog krijgen met de minister". Daarom kreeg ik graag een antwoord op volgende vragen.

Is die persmededeling correct? Wie zegt dat artsen oorlog willen met patiŽnten? Kan een minister in functie dergelijke bedreigingen uiten in deze tijden van onrust wanneer een arts-burger zijn recht door een rechtbank laat erkennen?

Ik reken op een duidelijk antwoord, want dat is de sterkte van de minister. Ik reken op de dialoog, want dat is zijn kracht.

(Voorzitter: de heer Jean-Marie Happart, ondervoorzitter.)

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - In de eerste plaats dank ik senator Remans voor de vriendelijkheid waarmee hij zijn vraag besluit. Ik weet dat hij het meent, ook al omdat we meestal goed overeenkomen als we het over gezondheidszorg hebben.

Ik heb geen persmededeling uitgegeven maar inderdaad in een antwoord op een vraag van Belga gezegd dat, als dokter de Toeuf - ik had het bewust niet over de artsen - een oorlog wil met de patiŽnten, hij onvermijdelijk er ook een krijgt met de minister. Ik heb daar in een aanvullende vraag van een journalist van RTBf aan toegevoegd dat ik dat niet beschouwde als een begin van vijandelijkheden, maar als een consequentie van een campagne die al was ingezet. Daar neem ik geen woord van terug. In die zin is het relaas in de pers volkomen juist, buiten het detail dat ik het niet had over de artsen, maar over dokter de Toeuf.

Ik wil in mijn reactie onderscheid maken tussen de juridische en de politieke aspecten van het geschil omtrent de niet-tegenstelbaarheid van nomenclatuurwijzigingen die worden doorgevoerd buiten de situaties beschreven in het akkoord ten opzichte van de arts die binnen de voorziene termijn een `andersluidende wilsuiting' heeft betekend aan het RIZIV. Het juridische vraagstuk betreft de vraag of de betrokken arts in dat geval nog als geconventioneerd moet worden beschouwd en bijgevolg recht kan doen gelden op het sociaal statuut zonder gebonden te zijn door de gewijzigde bepalingen van de nomenclatuur. Over deze juridische kwestie heeft de rechter in kortgeding een uitspraak gedaan, die nog niet in kracht van gewijsde is getreden. Daaromtrent wil ik afwachten hoe deze rechtszaak verder evolueert en zal ik, zoals dat in een rechtstaat past, de uitspraak van de rechter eerbiedigen, wat ze ook mag zijn.

Ik wil het hier vooral in alle duidelijkheid hebben over het onderliggende politieke probleem. Dokter de Toeuf heeft er zich tegenover mijzelf en de regering uitdrukkelijk toe verbonden om op vraag van de eerste minister en van mijzelf een besparing te realiseren van 1,6 miljard frank door een nomenclatuurwijziging. Een voorstel daartoe werd uitgewerkt door de Technisch-geneeskundige raad, die hij voorzit, en vervolgens goedgekeurd door de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen. Ik heb zijn voorstel van a tot z aanvaard, ook al ben ik van oordeel dat dit op sommige punten voor verbetering vatbaar was. Ik geef een voorbeeld uit de sector die de heer Remans zeer goed kent: intra-articulaire injectie wordt in het voorstel van de Toeuf geschrapt, ook al kunnen de reumatologen voor de rest bijna geen technische prestaties in rekening brengen. Ik heb dat desalniettemin aanvaard, omdat er een sfeer van constructief overleg was bij zowel de ziekenfondsen als de artsensyndicaten en omdat ze samen een besparingspakket hadden voorgesteld. Als minister kan ik dan niet anders dan mij daarmee akkoord verklaren. Achteraf krijg ik dan wel boze brieven van reumatologen en recentelijk nog van hematologen, die protesteren dat het toezichthonorarium op de transfusie geschrapt is en van dat soort reacties meer. Toch aanvaard ik het voorstel-de Toeuf.

Het probleem ontstaat pas als de heer de Toeuf in feite een campagne start waarin hij zegt dat hij en met hem alle artsen zich niet gebonden voelen door het voorstel dat hij zelf heeft uitgewerkt en goedgekeurd en dat ze de oude tarieven kunnen handhaven en de kost van de besparing helemaal doorrekenen aan de patiŽnt. Om dat te kunnen doorvoeren heeft hij ook een rechtszaak aangespannen.

Wat mij daarin tegensteekt en treft is dat dit niet correct is tegenover de regering en het parlement: dokter de Toeuf heeft een akkoord gegeven om een tariefvermindering uit te werken die een inspanning vroeg van een aantal categorieŽn van specialisten, maar door zijn handelwijze wordt die opgevat als een vermindering van de terugbetaling ten laste van de patiŽnten.

Als hij daarmee doorgaat, wentelt hij eigenlijk een besparing af op de rug van de patiŽnten. Dat kan ik niet aanvaarden en ik vind dat daardoor een zeer ernstig probleem rijst voor ons overlegmodel. Ik wil de analyse niet tot het uiterste drijven, maar achteraf gezien kan men zich afvragen of er geen dupespel wordt gespeeld. Het pakket maatregelen van 1,6 miljard frank dat dokter de Toeuf zelf heeft uitgewerkt, oogt inderdaad nogal eigenaardig. Hij schrapt daarin noodzakelijke dingen. Als dokter de Toeuf in zijn achterhoofd had om nadien naar de rechtbank te stappen en te kunnen afdwingen dat de artsen die tarieven mogen handhaven zodat de volledige besparing ten laste van de patiŽnt valt, dan wordt de logica achter zijn pakket begrijpelijker. Dat ruikt dan naar vooropgezet spel. Ik vind dat niet eerlijk ten aanzien van de regering die de artsen had verzocht een inspanning te doen, en evenmin eerlijk ten aanzien van het Parlement waaraan ik had verklaard dat de regering blij was met het initiatief dat de heer de Toeuf samen met het artsenkorps wilde nemen. Vandaar mijn nogal scherpe reactie. Wij leven in een rechtstaat, maar als er op die basis een campagne wordt gevoerd en de artsen wordt aangeraden zich hiervan niet te veel aan te trekken omdat de patiŽnten dat toch zullen betalen, dan is er mijns inziens sprake van woordbreuk. In dat geval zullen wij ons systeem van conventies moeten hertekenen zodat dit soort dupespel onmogelijk wordt. Vandaar dat ik er sterk wil voor waarschuwen dat wie dat alles op de patiŽnt wil afwentelen, in conflict treedt met mij. Ik zal al het mogelijke doen omdat in de toekomst te vermijden en desnoods ook fundamentele hervormingen overwegen. Dat is de reden van mijn antwoord op een vraag van Belga van vorige week.

De heer Jan Remans (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Hij weet dat ik voorstander ben van het verder zetten van een open dialoog. Op allerhande gebieden is bewezen dat wij zo het verst kunnen geraken. Zowel politici, als artsen worden vandaag bedreigd. De bedreigingen worden overigens soms zelfs uitgevoerd.

Ik wil in dit verband verwijzen naar het voetbal. De dag waarop trainer Michels zei dat voetbal oorlog is, zijn de voetbalhooligans ontstaan. De dag waarop Sef Vergoossen trainer van K.R.C. Genk is geworden, werd voetbal een feest en nu heeft de ploeg kampioen gespeeld. Die man stond voor open dialoog. Wij zullen er dus wel geraken, als wij zo verder werken.