Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-46

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 1629 van de heer Hordies d.d. 25 oktober 2001 (Fr.) :
Ministerie van Buitenlandse Zaken. ­ Personeelsleden met een opleiding oosterse vechtsporten.

In verband met de bescherming van ambassades en officiële gasten in België had ik graag geweten of er in het ministerie van Buitenlandse Zaken personeelsleden zijn die een opleiding oosterse vechtsporten hebben gekregen.

Zou u mij bovendien kunnen zeggen of uw ministerie gespecialiseerde personen opdracht heeft gegeven om een dergelijke opleiding te geven ?

Indien dat zo is, gaat het dan om loontrekkenden van uw ministerie of om personen van buitenaf ?

Antwoord : Wat de bescherming betreft van ambassades dan wel de personeelsbeveiliging van wie in een officiële hoedanigheid België bezoekt, treedt het ministerie van Buitenlandse Zaken op als tussenpersoon tussen de betrokken buitenlandse instanties en de bevoegde instanties in België, met name het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Justitie.

Wanneer het ministerie van Buitenlandse Zaken een verzoek tot bescherming van een ambassade ontvangt of indien het oordeelt dat in het licht van bijzondere politieke omstandigheden het niveau van beveiliging van buitenlandse personen en goederen in België moet worden aangepast, wordt een beroep gedaan op de Algemene Rijkspolitie die de situatie bekijkt en overeenkomstig handelt door de vereiste manschappen en middelen ter beschikking te stellen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan terzake niet optreden en de opleiding van personeel in de krijgskunsten behoort dan ook niet tot zijn bevoegdheid.