Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-46

ZITTING 2001-2002

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 1544 van de heer Van Quickenborne d.d. 12 september 2001 (rappel van 14 november 2001) (N.) :
Drugsbeleid. ­ Internationale verdragen.

In de federale drugsnota van begin 2001 staat onder meer te lezen : « 4.4. Zorgverlening, risicobeperking en (her)integratie ».

De door België ondertekende internationale verdragen zijn niet bevorderlijk voor een innovatief verslavingszorgbeleid. Niet enkel een realistische reactie op het gebruik van cannabis, ook initiatieven om de schade ten gevolge van drugsgebruik te beperken (zoals spuitenruil, gecontroleerde heroïneverstrekking, on-site-testing, injectieruimtes, ...) zijn vooralsnog te weinig expliciet voorzien in de internationale verdragen. De federale regering zal, in overleg met andere, gelijkgezinde Europese landen, pleiten voor een heronderhandeling van de VN-verdragen. Het gaat hierbij in eerste instantie om het Enkelvoudig Verdrag van 30 maart 1961, het Verdrag van 21 februari 1971 en het Verdrag van 20 december 1988. »

1. Wat wordt bedoeld met de zinsnede « een realistische reactie op het gebruik van cannabis ?

2. Op welke punten willen de bevoegde ministers voornoemde VN-verdragen gewijzigd zien ?

3. Welke minister (Justitie of Volksgezondheid) zal hiertoe het initiatief nemen en wie zal onderhandelen ?

4. Zal dit gebeuren in het kader van het Europees voorzitterschap ?

5. Zal de Belgische regering pleiten voor de decriminalisering of depenalisering van het gebruik van cannabis in voornoemde verdragen ?

6. Quid met de handel en verkoop van cannabis ?

7. Hebben er reeds onderhandelingen plaatsgevonden ?