2-173 | 2-173 |
De voorzitter. - Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, minister toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Via de internationale pers en verschillende NGO's, waaronder de NGO Sant'Egidio, hebben we vernomen dat in Nigeria een vrouw ter dood is veroordeeld omdat ze een buitenechtelijk kind kreeg. Op 9 oktober 2001 werd Safiya Husseini Tungar-Tudu, een moslimvrouw, voor overspel tot de dood door steniging veroordeeld. Het vonnis werd geveld door een shariarechtbank in de noordwestelijke provincie Sokoto.
Eind 1999 voerde de gouverneur van de tien noordelijke provincies in Nigeria een aparte rechtspraak in voor moslims. Volgens de sharia maakt een vrouw zich schuldig aan overspel indien ze seksuele betrekkingen heeft met een man met wie ze niet gehuwd is, zelf als ze gescheiden is.
Op 22 november 2001 tekende Safiya Husseini beroep aan tegen het vonnis. Gisteren werd een uitspraak verwacht, maar ik verneem dat de zaak weer is uitgesteld. Verschillende NGO's lanceerden een campagne tegen de uitvoering van het vonnis. Ook de Italiaanse Senaat en de Italiaanse regering hebben officieel genade gevraagd voor de vrouw.
Op 24 december 2001 heeft Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, in een brief aan de president van Nigeria gevraagd om het leven van Safiya Husseini te redden en hem aangemoedigd om de doodstraf af te schaffen.
Graag had ik van de minister vernomen welke initiatieven de Belgische regering op bilateraal en multilateraal vlak zal nemen om te vermijden dat Safiya Husseini zal worden terechtgesteld. Wordt het probleem op Europees niveau behandeld? Wat zijn de eventuele drukkingsmogelijkheden of welke sancties kunnen worden getroffen tegenover de Nigeriaanse autoriteiten?
Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, minister toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw. - België en de Europese Unie volgen de zaak van mevrouw Husseini van nabij. Om tot een gemeenschappelijke gedragslijn te komen in deze zaak werden onder het Belgische voorzitterschap, eind vorig jaar de EU-partners ter plaatse en in de Europese hoofdsteden geconsulteerd.
De groep Afrika van de Europese Unie heeft de EU-ambassadeurs in Abuja gevraagd een gedetailleerd rapport op te stellen over de beroepsprocedures die voor mevrouw Husseini nog openstaan. Daarnaast volgen de bevoegde diensten van de Raad van ministers, met name de groep Mensenrechten, het dossier nauwgezet.
Uit de raadplegingen van onze ambassadeur in Abuja met de Europese partners en uit de officieuze contacten met de federale Nigeriaanse instanties, blijkt dat mevrouw Husseini nog verschillende juridische mogelijkheden heeft. Dat maakt dat een officiële demarche van de Europese Unie bij de Nigeriaanse autoriteiten op het ogenblik niet opportuun is.
Mevrouw Husseini heeft overigens al beroep aangetekend tegen de straf die werd uitgesproken onder de shariawet van Sokoto. Het beroep werkt opschortend. In het huidige juridische stadium zou een demarche bij de lokale autoriteiten contraproductief kunnen zijn. Geen enkele lidstaat van de Unie heeft zich trouwens tot nog toe voor een dergelijke demarche uitgesproken. Het spreekt voor zich dat de diensten van Buitenlandse Zaken en de diensten van de Europese instanties het dossier op de voet volgen.
De juridische instanties die nog kunnen worden gemobiliseerd inclusief die van het federale niveau, moeten hun werk in volle onafhankelijkheid kunnen doen. Pas na een uitspraak van het Nigeriaanse hooggerechtshof kan een gratieverzoek worden ingediend bij president Obasanjo.
Vanzelfsprekend hebben België en de Europese Unie al eerder hun ongerustheid over de zaak aan de Nigeriaanse autoriteiten meegedeeld. Ze zullen dat ook in de toekomst blijven doen. De flagrante onverenigbaarheid van dergelijke veroordelingen met de verplichtingen die Nigeria heeft aangegaan in het kader van het internationaal recht, vormt een reëel probleem waarvan de federale overheden in Nigeria zich overigens ten volle bewust zijn. Over die verplichtingen kan worden gepraat in het kader van het Cotonou-akkoord, waarbij een vermindering van de hulp aan Nigeria achter de hand kan worden gehouden. Voor een demarche in die zin is het echter nog te vroeg.
Ik verzeker mevrouw de Bethune dat we de zaak nauwgezet blijven opvolgen.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank mevrouw Neyts voor het feit dat ze ons informeert over de procedures die nog kunnen worden gevolgd.
Het is geruststellend dat het Belgisch voorzitterschap en de Europese Unie al eind vorig jaar initiatieven rond deze zaak hebben genomen en dat het dossier op de voet wordt gevolgd. We kunnen altijd hopen dat de gerechtelijke instanties een uitspraak vellen die overeenstemt met de internationale rechtsorde en de basismensenrechten, maar de ervaring leert dat we inzake dergelijke dossiers beter heel alert blijven. De CD&V-fractie zal dat zeker zijn.
Ik herinner er bovendien aan dat de Senaat in oktober vorig jaar unaniem een resolutie heeft goedgekeurd die de regering oproept om België actief te laten deelnemen aan acties om de doodstraf wereldwijd te verbieden of minstens op te schorten in de landen waar ze nog bestaat.