2-164

2-164

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 13 DECEMBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jan Remans aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over ęde banken met stamcellen uit navelstrengenĽ (nr. 2-621)

De heer Jan Remans (VLD). - De potentialiteit van stamcellen uit navelstrengen is in vitro aangetoond. Door middel van externe factoren kunnen ze gedifferentieerd worden en gericht uitgroeien tot orgaancellen. De bron van deze stamcellen is meestal medicinaal aanwezig in hersenen, spieren, beenmerg, darm en ook in vroege embryo's. Daarom is een gemakkelijke bron voor stamcelvergaring in de toekomst belangrijk. In navelstrengbloed is een relatieve hoeveelheid stamcellen aanwezig. Een groot deel daarvan is evenwel al tot bloedcellen gedifferentieerd. Het onderzoek in vitro is volop bezig om aan te tonen dat uit vroege-stamcelpopulaties weefsels en gedifferentieerde cellen kunnen worden gekweekt die dan kunnen uitgroeien tot functionele weefsels of organen.

De vraag is natuurlijk of experimentele in vitro data zomaar in vivo toepasbaar zijn. Dat kan vandaag nog niet worden ingeschat. In deze context kunnen we denken aan de aanmaak van weefsels voor transplantatie bij patiŽnten met een kwaadaardige ziekte en bij patiŽnten met een niet-maligne, maar uiteindelijk fatale ziekte: mucoviscidose, Huntington, Parkinson, multiple sclerose, hart- en herseninfarct.

Bij allogene transplantatie, dus met cellen van een andere persoon, botst men op een HLA-incompatibiliteit. Donoren zijn meestal levende, HLA-gescreende donoren uit de familie of pasgeborenen waarvan de navelstrengstamcellen opgevangen en ingevroren bewaard kunnen worden. Ook deze techniek is experimenteel in de zin dat de indicaties niet duidelijk zijn: aplastische anemie, genetische immuundeficiŽntie, mogelijk leukemie.

In veertig procent van de gevallen zijn er niet genoeg stamcellen voor voldoende mergtoename.

Enkele Belgische universiteiten hebben een invriesbank voor navelstrengcellen. De hoge kostprijs wordt gedragen door giften en acties. Er is voor deze nieuwe techniek geen fonds voorzien om na te gaan of er een therapeutische waarde is en of de handelingen later eventueel kunnen worden terugbetaald. Dat is momenteel niet het geval voor de gewone, veel gebruikte perifere autologe stamceltransplantatie.

Het invriezen van autologe navelstamcellen ter preventie van een mogelijke ziekte later in het leven speelt in op de hype die er nu heerst.

Sommige universiteiten temperen het enthousiasme voor deze nieuwe technologie door het accent te leggen op de beperkte kans dat een individu ooit zijn stamcellen nodig heeft. Firma's promoten daarentegen navelstrengbloedbanken als een biologische verzekering voor toekomstige ziekten. Verzekeringsmaatschappijen en welstellende burgers zijn geÔnteresseerd. Sommige politici spreken van klassegeneeskunde. Commercialisering is niet de beste weg en kan zelfs een verkeerde optie zijn, maar het kan ook de enige mogelijkheid zijn als bepaalde politici en wetenschappers volharden in het minimaliseren van de mogelijkheden van deze "gift van pasgeborenen aan de geneeskunde". Enkele stamcellen kunnen van grote waarde zijn voor de donor later in zijn leven. Momenteel wordt het contract afgesloten tussen de aanvrager, de ouders en het privť-bedrijf.

Het kan interessant zijn bijvoorbeeld politici en wetenschappers een strategie te laten ontwikkelen om de uitbouw en het gebruik van de bank met stamcellen uit navelstrengbloed gezamenlijk te laten realiseren door privť-firma's voor individueel gebruik en het ministerie voor Volksgezondheid voor algemeen gebruik. Het zou een fair en vernieuwend voorbeeld zijn van goed overwogen gezondheidsbeleid. De stamcellen uit de privť-bank zouden kunnen worden opgevraagd door de gemeenschapsbank indien dat type cellen een persoon hulp kan bieden. Maar deze stamcellen blijven bewaard op naam van de boreling in de privť-bank.

Belangrijk is te voorkomen dat een commerciŽle activiteit wordt ontwikkeld met menselijk weefsel. Er moeten ook strenge criteria zijn in verband met het stockeren van de cellen. De EN- en ISO-normen zijn geregulariseerd, maar er is geen wettelijke regeling.

Graag vernam ik of u bereid bent de nodige maatregelen te overwegen en de nodige wetgeving uit te werken om de EN- en/of ISO-normen te doen toepassen voor de afname, het bewaren en de ontwikkeling van stamcellen. Graag vernam ik of u bereid bent de nodige maatregelen te overwegen en uit te werken om een samenwerkingsakkoord van privť-firma's en gemeenschapsbanken van stamcellen uit te bouwen.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De regering is het volkomen eens dat een regelgeving absoluut noodzakelijk is. Ze is daarmee volop bezig, samen met de Hoge Gezondheidsraad, die in de moeilijke en ingewikkelde problematiek veel meer thuis is.

Er wordt ook een strategie ontwikkeld om het gebruik van stamcellen uit navelstrengbloed minstens te ondersteunen en daar waar nodig aan te moedigen.

Zonder te willen vooruitlopen op het definitief advies van de Hoge Gezondheidsraad kan ik nu reeds meedelen dat de vermelde problematiek betrekking heeft op de opvang van patiŽnten met zware pathologie voor wie stamcellen uit navelstrengbloed dikwijls de laatste therapeutische hulp is. Het is daarom zonder meer duidelijk dat de toegang tot stamceltherapie moet verzekerd blijven voor iedereen. Rekening houdend met hun menselijke oorsprong moet het gebruik van stamcellen uit navelstrengbloed aan bepaalde ethische normen voldoen, onafhankelijk van het statuut dat de organismen hebben die betrokken zijn bij de verschillende activiteiten in verband met het ter beschikking stellen van stamcellen aan de bevolking.

Als gevolg van nieuwe concepten en ontwikkelingen op het gebied van stamceltherapie is een reglementaire leemte ontstaan, met als gevolg dat er zich de jongste tijd een parallelle markt heeft ontwikkeld van cel- of weefselproducenten, die niet onderworpen wordt aan een evaluatie en een controle door de bevoegde overheid en die volgens de geruchten die ik opvang de gangbare voorschriften inzake sanitaire veiligheid en publieke moraliteit niet naleeft.

Voor mij zijn waarden als gratuÔteit en anonimiteit van de donatie, eerbied voor het menselijk lichaam, informatie en instemming, eerbiediging van het privť-leven en bescherming van de vertrouwelijkheid van de ingezamelde informatie bij het wegnemen en/of inplanten van cellen en weefsels, preventie van risico's inzake discriminatie en rechtvaardige toegang tot de therapeutische mogelijkheden een echte must.

Ik ben echter ook van mening dat de nationale wetgeving conform moet zijn met de Europese richtlijnen.

Op het ogenblik gaat mijn aandacht in de eerste plaats naar de afname, de bereiding en de bewaring van cellen en weefsels voor preventieve doeleinden met uitgesteld karakter, met het oog op een eventuele aflevering en een autoloog gebruik indien de op het ogenblik van de afname gezonde donor later een ernstige aandoening of deficiŽntie zou ontwikkelen. Ik heb zowel maatregelen genomen op het uitvoerend als op het wetgevend vlak om een en ander in juiste banen te leiden.

Tot slot wil ik duidelijk zeggen dat elk gebruik van navelstrengbloedcellen voor preventieve doeleinden met uitgesteld karakter moet onderworpen worden aan een restrictieve regelgeving. In deze optiek ben ik er niet van overtuigd dat een samenwerkingsakkoord zoals de heer Remans voorstelt, daaraan beantwoordt. Uit de contacten van mijn administratie met de Hoge Gezondheidsraad blijkt dat enige terughoudendheid geboden is. Als er goede argumenten bovenkomen om daarop terug te komen, ben ik uiteraard bereid een en ander opnieuw in overweging te nemen.

-Het incident is gesloten.