2-548/3

2-548/3

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

10 DECEMBER 2001


Wetsvoorstel betreffende de uitbreiding van het gemeentelijk stemrecht en het recht om verkozen te worden tot de niet-Europese onderdanen die in België verblijven


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER LOZIE

Opschrift

In het opschrift de woorden « en binnengemeentelijk » invoegen tussen het woord « gemeentelijk » en het woord « stemrecht ».

Verantwoording

In zijn advies van 14 september 2001 suggereert de Raad van State een dergelijke toevoeging in het opschrift te voorzien, om daarmee te verwijzen naar de verkiezingen van de districtsraden, die eveneens het voorwerp zijn van het in dit wetsvoorstel bedoelde stemrecht.

Nr. 2 VAN DE HEER LOZIE

Art. 3

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

De federale wetgever is vanaf 1 januari 2002 niet meer bevoegd om regelingen uit te vaardigen die zowel op Belgen als op niet-Belgen betrekking hebben, zelfs niet wanneer de bedoelde regel de bestaande regel alleen bevestigt. De federale wetgever is enkel nog bevoegd om het stemrecht van niet-Belgen te regelen, en een wetsvoorstel in die zin mag op geen enkele wijze raken of zelfs melding maken van het stemrecht van nationale onderdanen. Dit alles blijkt genoeg uit het advies van de Raad van State en noopt ons ertoe om de structuur van het wetsvoorstel enigszins te wijzigen.

Nr. 3 VAN DE HEER LOZIE

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 2. ­ In artikel 1bis van de gemeentekieswet van 4 augustus 1932, ingevoegd bij de wet van 27 januari 1999, wordt § 1 vervangen als volgt :

« Art. 1bis. ­ § 1. Kunnen de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer verwerven :

1º de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie;

2º de niet-Europese inwoners die ten minste sedert vijf jaar in België verblijven.

Daartoe moeten zij, behalve wat betreft de nationaliteit, voldoen aan de andere kiesbevoegdheidsvoorwaarden bedoeld in artikel 1, § 1, en overeenkomstig § 2 van dit artikel, hun wil te kennen hebben gegeven om dit stemrecht in België uit te oefenen.

Voor de toepassing van het eerste lid worden de niet-Belgische onderdanen die in de bevolkingsregisters staan vermeld, geacht te voldoen aan de in 3º van artikel 1, § 1, bedoelde voorwaarde. »

Verantwoording

Omdat de federale wetgever vanaf 1 januari 2002 niet meer bevoegd is inzake kiesgerechtigheidsvoorwaarden en verkiesbaarheidsvoorwaarden die op Belgen van toepassing zijn, moeten dezelfde voorwaarden indien zij betrekking hebben op niet-Belgen, apart worden behandeld. Men kan de afweging maken om een artikel 1ter in te voeren, waarin dan het stemrecht voor niet-Europese onderdanen mét opkomstplicht wordt voorzien. Het wetsvoorstel is er echter op gericht de in ons land geldende discriminaties inzake stemrecht te reduceren, niet om zoveel mogelijk verschillen te creëren. Met dit amendement verkrijgen alle niet-Belgen ongeacht of zij van Europese of niet-Europese afkomst zijn, het gemeentelijk en binnengemeentelijk stemrecht in België. Aangezien het voor Euroburgers krachtens artikel 7, lid 1, van de richtlijn 94/80/EG, niet toegelaten is om hen te onderwerpen aan de opkomstplicht die voor Belgische kiezers wel geldt, en wij tussen de niet-Belgische inwoners op ons grondgebied geen verschil willen maken, opteren wij ervoor om ook niet-Europeanen het kiesrecht te laten uitoefenen indien zij daartoe hun wil te kennen geven volgens de bepalingen van artikel 1bis, § 2. Wij weerhouden de verblijfsvoorwaarde van vijf jaar, die voor niet-Europese inwoners geldt, omdat het leren kennen van de westerse democratie als voorwaarde een geldig argument blijft.

Nº 4 VAN DE HEER LOZIE

Art. 7

Het bepaalde onder het 1º doen vervallen.

Verantwoording

In het door amendement 4 gewijzigde wetsvoorstel blijft de verwijzing naar artikel 1bis in artikel 65 van de gemeentekieswet onverkort van kracht. Zo wordt opnieuw tegemoetgekomen aan de opmerking van de Raad van State inzake het strikte scheiden van de bepalingen voor niet-Belgen, die wel onder federale bevoegdheid, en deze voor Belgen die niet meer onder federale bevoegdheid vallen.

Nº 5 VAN DE HEER LOZIE

Art. 10

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 10. ­ Deze wet treedt in werking zes maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. »

Verantwoording

Het is logisch dat de bepalingen van deze wet alleen uitwerking zullen hebben bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen en dat geldt voor alle artikelen. Anderzijds is de oorspronkelijke datum van 1 januari 2002 wellicht niet meer haalbaar. Wij kiezen er daarom voor een redelijke termijn na verschijning in het Belgisch Staatsblad als datum van inwerkingtreding voorop te stellen.

Frans LOZIE.