Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-42

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1239 van de heer Van Quickenborne d.d. 18 april 2001 (N.) :
Witwasoperaties bij de invoering van de euro. ­ Cel voor financiële informatieverwerking. ­ Toepassing van de HARM-tactiek in Nederland. ­ Belgische strategie.

De bedoeling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, ook wel de preventiewet genoemd, is de gehele financiële sector enerzijds een aangifteplicht en anderzijds een controleplicht op te leggen.

De banken en de andere financiële instellingen moeten de Cel voor financiële informatieverwerking inlichten indien zij weten of vermoeden dat het gaat om het witwassen van geld dat voorkomt uit zware criminele activiteiten en dit in principe vóór de uitvoering van de betrokken wisselverrichting. Deze cel onderzoekt de bekomen inlichtingen. Indien uit dat onderzoek blijkt dat er ernstige aanwijzigingen bestaan voor het witwassen van geld dat voortvloeit uit de criminele activiteiten, geeft zij de informatie door aan het gerecht.

Luidens de regering zal deze wetgeving « ook van toepassing zijn bij de omwisseling van biljetten en munten in Belgische frank tegen biljetten en munten in euro ».

Verder stelt de regering dat deze regeling afdoende is om het witwassen bij de introductie van de euro te voorkomen. De heer Evert-Jan Lammers, directeur Forensic Services van het accountantskantoor KPMG, wijst echter op de enorme volumes die straks op de banken en de financiële instellingen afkomen.

Ook de procureur-generaal D. Steenhuis uit Nederland verwacht dat criminelen in de eerste vier weken bij de introductie van de euro zullen profiteren van de drukte bij de banken.

In Nederland is een vrijwel identieke witwaswetgeving van kracht als in België. In het kader van deze meldingsplicht heeft men in Nederland bij het BLOM, de politie-eenheid ter ondersteuning van de landelijke officiers van justitie/Meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT), een speciale recherchetactiek ontwikkeld, toegespitst op geldstroomonderzoek. Deze tactiek is de Hit And Run Moneylaundering oftewel de HARM-tactiek.

Deze tactiek vangt aan bij de melding door een financiële instelling van een voorgenomen transactie voor substantiële bedragen. Op basis van zo'n melding wordt een kortlopend onderzoek ingezet. Primair doel is bewijslast aan te dragen inzake heling van geld (witwassen) en/of wet wisselkantoren en/of fiscaal strafrechtelijke feiten en/of aanzienlijke uitkeringsfraude. Secundair wordt beoogd de criminele organisaties te verstoren. Het HARM-onderzoek start met het verzamelen van informatie uit politieregisters, openbare bronnen en andere registers. Doel is de verdenking te onderbouwen. Zo spoedig mogelijk na de melding wordt een observatieteam opgezet en bij voldoende verdenking wordt de telefoon van de verdachte afgeluisterd. Het onderzoek concentreert zich op de aanhouding van de geldloper en eventuele begeleiders/opdrachtgevers ten tijde van of kort na het uitvoeren van de transactie.

Het HARM-onderzoek levert idealiter binnen de veertien dagen een afgerond PV op. Essentieel is dat er binnen de 48 uur met grote snelheid moet geopereerd worden om tot bevredigende resultaten te komen. Een HARM-zaak leent zich prima voor een « korte klap », waarbij een stevige dreun wordt uitgedeeld aan criminelen en/of criminele netwerken.

Deze succesvolle tactiek heeft tot gevolg dat men sinds kort regionale HARM-teams heeft samengesteld (in Amsterdam is dit in oprichting, in Rotterdam is dit reeds actief).

Hier bleef het echter niet bij. Gezien het grote succes van deze tactiek hebben het BLOM en het Landelijk Parket het initiatief genomen tot de oprichting van een landelijke HARM-voorziening. In overleg met de betrokken departementen en de raad van hoofdcommissarissen is besloten om binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro een tijdelijk landelijk HARM-team op te richten.

De eerste doelstelling van dit centrale team is het ondersteunen van de regiokorpsen en andere opsporingsdiensten bij onderzoeken waarbij de HARM-tactiek kan worden toegepast. Deze ondersteuning zal in eerste instantie bestaan uit het aanleveren van de informatie waarop een onderzoek kan worden gestart, maar kan ook bestaan uit het ter beschikking stellen van observatiecapaciteit of tactische rechercheurs met ervaring met de HARM-tactiek. De tweede doelstelling is het zelfstandig uitvoeren van HARM-onderzoeken als de betrokken regio over voldoende capaciteit beschikt of als het een regio-overschrijdend onderzoek betreft.

Essentieel is dat zo spoedig mogelijk na ontvangst van de melding een observatieteam wordt ingezet en zo mogelijk telefoongesprekken worden afgeluisterd. In de praktijk is het bijvoorbeeld gebleken dat wisseltransacties al worden aangekondigd terwijl de daaraan voorafgaande drugstransactie nog moet plaatsvinden. Daarom beschikt het landelijke HARM-team over een eigen operationele poot, inclusief observatiecapaciteit en wordt aan het HARM-team een eigen (landelijke) officier van justitie verbonden die de toestemming kan geven om de vermelde onderzoeksdaden te stellen. Het landelijke HARM-team beschikt over ervaren medewerkers die toegang hebben tot alle landelijke politieregisters, fiscale registers en openbare bronnen en die in verbinding staan met de regionale info-desken.

1. Deelt de geachte minister de bezorgdheid van procureur-generaal D. Steenhuis, de organisatie « Groupe d'action financière sur le blanchiment de capital » (GAFI) en de heer Evert-Jan Lammers, directeur Forensic Services van het accountantskantoor KPMG, die vrezen dat de criminelen in de eerste vier weken bij de introductie van de euro zullen profiteren van de drukte bij de banken ?

2. Heeft de geachte minister er zich van vergewist, gezien de essentiële rol van de financiële instellingen als eerste doorgeefluik van informatie, dat de banken en andere financiële instellingen maatregelen hebben getroffen qua personeelsbezetting en aanpassing van hun controlesysteem, opdat de witwascontrole, die in iedere instelling moet plaatsvinden, de te verwachten toevloed van transacties in de eerste vier weken van de conversie in de euro op een correcte manier kan worden uitgevoerd ? Zo ja, kan hij dan enkele voorbeelden geven van aanpassingen van de controlesystemen en kan hij bij benadering aangeven hoeveel extra personeelsleden in deze instellingen voor deze taak werden aangesteld ?

3. Volgens de Nederlandse Bank NV is circa 14 miljard gulden onttrokken van het reguliere geldverkeer. Aangenomen wordt dat een aanzienlijk deel hiervan criminele vermogens betreft. Daarnaast neemt de Nederlandse Bank aan dat de Nederlandse criminelen ook gelden verbergen in andere Europese valuta die straks ook in euro's moeten worden geconverteerd. Om hoeveel geld gaat het volgens de geachte minister in België ?

4. Is er binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro overleg geweest tussen de verschillende betrokken parketten, de Cel voor financiële informatieverwerking, de federale politie en de betrokken recherche-eenheden ? Zo ja, wanneer vonden deze plaats, wat waren de resultaten en is er in opvolging voorzien ?

5. Heeft men binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro eveneens een vergelijkbare landelijke instantie (zoals het tijdelijke landelijke HARM-team in Nederland) opgericht die enkel met deze problematiek bezig is en tevens instaat voor bijkomende coördinatie hieromtrent (ter verduidelijking : ik heb het hier niet over de Cel voor financiële informatieverwerking, daar deze qua taak en bevoegdheid vergelijkbaar is met zijn Nederlandse tegenhanger, het Meldpunt ongebruikelijke transacties, die slechts subsidiair betrokken is bij het HARM-team) ? Beschikt deze instantie over regionale antennes, zoals in Nederland ?

6. Zo ja, wat zijn dan zijn verschillende doelstellingen en welke zijn de instrumenten waarover deze beschikt ? Beschikt deze landelijke instantie, gezien uit de praktijk is gebleken dat bijvoorbeeld wisseltransacties al worden aangekondigd terwijl de daaraan voorafgaande drugstransactie nog moet plaatsvinden, over een eigen operationele poot bestaande uit : een eigen observatieteam, eigen rechercheurs met specifieke ervaring rond deze problematiek en een eigen nationale magistraat, zoals voorzien in Nederland ? Wat bedraagt het totale budget voor de instantie ?

7. Zo neen, kan de geachte minister een en ander verklaren ?

8. Heeft de geachte minister gezien de essentiële rol van doorgeefluik aan het gerecht van de Cel voor financiële informatieverwerking en gezien het feit dat, zeker de eerste weken van de conversie in euro's, er een enorme toevloed van informatie van de verschillende financiële instanties zal zijn, een uitbreiding voorzien van het personeelskader van de Cel voor financiële informatieverwerking ? Zo ja, om hoeveel mensen gaat het en welke is hun relevante expertise ? Zo neen, kan de geachte minister dit verklaren ?

9. Hoeveel tijd verloopt er tussen de melding van een verdachte transactie en de aflevering van een afgerond PV ?

10. Wat vindt de geachte minister van de Nederlandse HARM-tactiek ? Gaat men deze onderzoekstactiek implementeren in België ?

Antwoord : 1. Het overgrote deel van de chartale geldomwisselingen zal ongetwijfeld gedurende de periode van de dubbele circulatie van de betrokken deviezen (1 januari 2002-28 februari 2002) plaatsvinden. Witwassers kunnen ook reeds nu deviezen van de eurozone omwisselen naar andere deviezen zoals de Amerikaanse dollar, de Zwitserse frank en het Britse pond, om dit geld dan later om te wisselen in euro's. De deskundigen van de internationale Financiële Actiegroep zijn de mening toegedaan dat de huidige anti-witwaswetgevingen volstaan om witwasverrichtingen te voorkomen en desgevallend op te sporen. De bestaande wettelijke voorschriften inzake witwassen, en meer bepaald de identificatie van de cliënten en de meldingen aan de CFI (Cel voor financiële informatieverwerking) blijven, ondanks de te verwachten drukte, volledig van toepassing bij de overschakeling naar de euro.

De invoering van de euro (te weten de omwisseling van nationale biljetten en muntstukken tegen euro's) zal nauwelijks een nieuw of bijkomend risico vertegenwoordigen in vergelijking met degene die nu reeds bestaan.

2. De aanpassing van de controlesystemen en de extra-personeelsbezetting in de financiële instellingen behoren uitsluitend tot de verantwoordelijkheid van die instellingen. Reeds nu worden de nodige maatregelen uitgewerkt. Van de financiële instellingen wordt een bijzondere waakzaamheid verwacht, zowel tijdens de periode die de invoering van de euromunten en -biljetten voorafgaat, als tijdens de omwisselingperiode zelf. De CFI en de CBF (Commissie voor het bank- en financiewezen) hebben geregeld contacten met de financiële instellingen met het oog op een aangepaste vorming en sensibilisering van het personeel. Een studiedag is voorzien in de loop van de maand mei 2001. Ook in haar 7e activiteitenverslag heeft de CFI de aandacht gevestigd op de overschakeling naar de euro.

3. Volgens het jaarverslag 2000 van de Nationale Bank van België was er op het einde van het jaar 2000 voor 543,5 miljard frank chartaal geld in omloop, waarvan ongeveer de helft in coupures van 10 000 frank. Hiervan is niet geweten hoeveel er in België nog circuleren, a fortiori, welk deel desgevallend voor « zwarte » activiteiten aangewend wordt of nog sterker van criminele oorsprong is.

Tevens heeft men geen gegevens over biljetten in andere valuta die in België aangehouden zijn.

4. De vragen aangaande het overleg tussen de betrokken parketten en nopens het Nederlandse HARM-project (Hit and Run Moneylaundering) belangen in de eerste plaats de minister van Justitie aan.

Ik kan verduidelijken dat ter uitvoering van het « federale veiligheids- en detentieplan » van de regering de bevoegde politieoverheden een nationaal veiligheidsplan hebben opgesteld, waarbinnen de federale politie voor het jaar 2001 onder meer het fenomeen « witwassen in de context van de georganiseerde criminaliteit en het crimineel verworven patrimonium » aanpakt. Naast een algemeen doel « het beter beheersen en het dalen van de georganiseerde criminaliteit », is er in drie specifieke doelstellingen voorzien, waaronder het invoeren van een « HARM-procedure ». Deze laatste doelstelling omvat een operationele aanpak van het manueel wisselen van illegale vermogensvoordelen in wisselkantoren met een prioritaire gerichtheid op de ontneming van de illegale vermogensvoordelen.

De conceptuele ondersteuning en administratieve verwerking van het project worden verzorgd door de dienst CDGEFID (Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie) binnen de directie Ecofin van de gerechtelijke pijler van de federale politie. De operationele uitvoering gebeurt door de gedecentraliseerde eenheden.

De CFI en de CBF werden ook betrokken bij de voorbereidende vergaderingen met het oog op een snelle informatieuitwisseling. De CFI heeft, wat de anti-witwasmaatregelen bij de invoering van de euro betreft, eveneens contacten gehad met meldpunten in het buitenland.

5. De mogelijke oprichting van een bijzondere eenheid, analoog aan het Nederlandse « HARM-team », behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de minister van Justitie.

In het vooruitzicht van de invoering van de euro werd herhaaldelijk de vraag gesteld of bijzondere maatregelen genomen zouden worden om het rechtmatig karakter na te gaan van de fondsen die hetzij via rekening, hetzij via de fysieke omwisseling van contanten, in euro zullen worden omgezet. Herhaaldelijk werd gesteld dat dergelijke bijzondere maatregelen niet overwogen werden.

De omschakeling naar de euro zal, wat het chartaal geld betreft, bij de financiële instellingen, een fysische presentatie noodzaken van de biljetten en munten. Er zal daar een groter risico bestaan tot ontdekking voor de witwassers die aan deze transacties deelnemen.

De omwisseling zal dus vrij gebeuren, met dien verstande dat de bestaande wettelijke voorschriften inzake witwassen, en meer bepaald op het vlak van identificatie en melding, van toepassing zullen blijven op deze verrichtingen zoals op alle andere financiële verrichtingen. Dit vloeit voort uit de toepassing in België, alsook in de andere lidstaten van de Europese Unie, van de richtlijn van de Raad 91/308/EEG, van 10 juni 1991, tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (deze richtlijn werd door de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld toegepast in de Belgische wetgeving).

6. Het antwoord op deze vraag valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

7. Idem.

8. Een ministerieel besluit van 8 november 2000 heeft het maximumbedrag van de begroting van de CFI aangepast onder meer met het oog op de invoering van de euro. Dit moet het de CFI mogelijk maken alle nodige maatregelen te nemen, onder meer inzake personeel, om het hoofd te bieden aan het bijkomende werk bij de invoering van de euro.

9. Voor zover de door de wet opgelegde voorwaarden vervuld zijn, kan in geval van hoogdringendheid een melding van een verdachte verrichting aan de CFI tussen de 24 en 48 uur gevolgd worden door een optreden van het parket. Dergelijke dringende doormelding met daaropvolgend onmiddellijk optreden van politiediensten vond reeds meermaals met succes plaats.

10. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik enerzijds het geachte lid naar de gegeven antwoorden op de vragen 4 en 5.

Anderzijds maak ik deze parlementaire vraag voor passend gevolg over aan de minister van Justitie.

Niettemin onderstreep ik dat de bestaande voorschriften tot opsporing van geld van criminele oorsprong moeten volstaan om het witwassen van geld te voorkomen tijdens de omzettingsoperaties in euro.