2-162

2-162

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 6 DECEMBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jacques Timmermans aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde ontwerpbegroting van de Assemblee van de West-Europese Unie voor 2002Ľ (nr. 2-775)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.

De heer Jacques Timmermans (SP.A). - Tijdens de plenaire zitting van de Assemblee van de WEU in Parijs deze week heb ik vernomen dat de ontwerpbegroting voor 2002, die de Raad van de WEU aan de Assemblee wil opleggen, de werkingsmiddelen van de Assemblee drastisch vermindert.

Dat zou het gevolg zijn van de combinatie van twee factoren. Ten eerste zou het budget een nominale nulgroei kennen, wat betekent dat de indexaanpassing en de normale salarisverhogingen voor het personeel, waar de assemblee niet onderuit kan, door besparingen elders in het budget gecompenseerd moeten worden. Ten tweede zouden uitgaven voor het gebouw in Parijs dat de Assemblee en het Instituut delen, door de overdracht van het Instituut voor Veiligheidsstudies van de WEU aan de EU, per l januari 2002 nu naar de Assemblee worden doorgeschoven. Deze uitgaven werden vroeger door het Instituut en dus door de ministeriŽle kant van de organisatie gedragen.

Samen vertegenwoordigen deze extra kosten 10% van het totale budget van de Assemblee en liefst 28% van de eigenlijke werkingskosten, buiten de uitgaven voor personeel.

Een dergelijke aderlating is onaanvaardbaar. Ook al zijn de operationele bevoegdheden van de WEU aan de EU overgedragen, toch is de Assemblee van de WEU voorlopig nog altijd de enige plaats waar de nationale parlementen van alle betrokken landen samen over Europese veiligheids- en defensieproblemen kunnen debatteren. Ze doen dit niet alleen over de zogenaamde restbevoegdheden van de WEU, maar ook over het EU-beleid terzake. De twee kunnen trouwens niet worden gescheiden, zoals de gebeurtenissen van 11 september nogmaals hebben aangetoond.

Het Belgisch Parlement, en in het bijzonder de voorzitter van de Senaat, hebben grote inspanningen gedaan om binnen de EU een interparlementaire structuur op te zetten, waarvan ook het Europees parlement deel zou uitmaken, om het huidige parlementaire deficit in verband met het Europees veiligheids- en defensiebeleid op te vangen. Die structuur staat echter nog niet op poten en zal er misschien niet komen vůůr 2004. Zeker tot dan is een vermindering van de werkingsmiddelen van de Assemblee van de WEU onaanvaardbaar.

Wat kan de minister doen om ervoor te zorgen dat de WEU-Raad op zijn standpunt terugkomt? De zaak is dringend, want de definitieve beslissing zou al op 14 december vallen.

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Het Belgisch Voorzitterschap, bij monde van de minister van Landsverdediging, en de secretaris-generaal van de WEU, Javier Solana, hebben reeds vragen van leden van de WEU-Assemblee over dit thema beantwoord. Uit deze antwoorden bleek dat de lidstaten beslissingen nemen in de Raad.

Ten eerste zeggen de lidstaten dat een nominale nulgroei, dit wil zeggen een effectieve bevriezing, van alle budgetten van de WEU op het niveau van 2001 wenselijk is. Het gaat hierbij ook om de budgetten van het Instituut voor Veiligheidsstudies en het Satellietcentrum, die vanaf 1 januari 2002 als EU-agentschap van start gaan.

Ten tweede werden de kosten van het gebouw in Parijs, dat eigendom is van de WEU, om historische redenen grotendeels verrekend op de begroting van het Instituut, dat op dezelfde plaats is gevestigd als de Assemblee. Aangezien het Instituut vanaf 1 januari niet langer een WEU-instelling zal zijn, kan deze toestand ook niet langer worden aangehouden. In een externe doorlichting werd een andere kostendeling voorgesteld.

Ten slotte werd het secretariaat van de WEU in Brussel geherstructureerd.

Het budget gaat uit van de toegenomen pensioenverplichtingen, de nieuwe lokalisering en de sterk ingekrompen personeelsstructuur. Het enig overgebleven referentiekrediet is dat van de Assemblee, die het WEU-gebouw in Parijs daarenboven deelt met het Instituut.

Het Belgisch Voorzitterschap zet zich in om de koppeling tussen de budgetten van de Europese Unie en de West-Europese Unie, die door verschillende WEU- en EU-lidstaten wordt gemaakt, te doorbreken. Het budget voor de nieuwe agentschappen in de EU en de intergouvernementele structuren die bijdragen krijgen van de lidstaten, moet vůůr 2002 worden goedgekeurd om de overgang van WEU naar EU op 1 januari mogelijk te maken. Anders zouden er problemen rijzen, onder meer op het vlak van het juridisch statuut van het personeel.

Het Belgisch Voorzitterschap zal zich blijven inspannen om een voor de lidstaten aanvaardbare en een voor iedereen bevredigende oplossing te vinden.

De heer Jacques Timmermans (SP.A). - Wegens de geplande overgang is een aanpassing inderdaad noodzakelijk. Ook de WEU-Assemblee erkent dat. Nu is er echter een neerwaartse spiraal. Gelet op de meer dan 3% inflatiekosten en de loonkosten, moet deze organisatie ook in de overgangsperiode werkbaar blijven. Gisteren heeft de heer Solana ook gezegd dat een grotere budgettaire inspanning nodig is om de doelstelling van de WEU verder te realiseren. Ik dank in elk geval het Belgisch voorzitterschap voor de inspanningen terzake.

De voorzitter. - Ik vestig tevens de aandacht van de minister op het feit dat gesnoeid werd in de middelen van de assemblee van de WEU zonder dat dit werd gecompenseerd door parlementaire controle op het GBVB op het niveau van de Europese Unie. Er moeten spoedig voorstellen in die zin geformuleerd worden in het kader van de top van Laken en de daaropvolgende Conventie.