2-156

2-156

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 NOVEMBER 2001 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie over «de werking van het Centrum voor Vrijwillige Terugkeer en Ontwikkeling» (nr. 2-583)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Op 8 juni 2001 besliste de ministerraad het Centrum voor vrijwillige terugkeer en ontwikkeling op te richten. Volgens de regering heeft dit centrum tot doel de vrijwillige terugkeer van bij het begin van de procedure te promoten. De uitgeprocedeerde asielzoekers die voor deze mogelijkheid kiezen, zouden bovendien steun krijgen bij de (her)installatie in het land van herkomst. Deze ondersteuning zou bestaan in het verlenen van materiële en psychologische hulp en van een premie. Het centrum zou worden meebeheerd door de NGO's die zich met de begeleiding en de opvang van asielzoekers bezighouden. Er zou een budget van 30.000.000 BEF voor de werking van het centrum zijn vastgelegd.

Hoe staat het met de concrete tenuitvoerlegging van deze lang verwachte beslissing? In het bijzonder had ik willen weten of het Centrum operationeel is. Hoeveel mensen zullen er werken? Wat is het budget dat thans ter beschikking wordt gesteld van het Centrum?

Hoe groot is de premie die aan de kandidaten voor de vrijwillige terugkeer wordt uitbetaald? Met welke landen bestaan er akkoorden over de effectieve begeleiding van de terugkeer? Hoeveel kandidaten hebben reeds gebruik gemaakt van een begeleide terugkeer door bemiddeling van het Centrum?

Heeft de vice-eerste minister overleg gepleegd met de balie en met de verschillende bureaus voor consultatie en verdediging, zodat advocaten - in het bijzonder zij die in het kader van de juridische bijstand worden aangewezen - de mogelijkheid van vrijwillige terugkeer met hun cliënten op een efficiënte manier kunnen bespreken? Wordt er nog materiële en/of financiële hulp verleend aan asielzoekers die voor de vrijwillige terugkeer hebben gekozen?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Op basis van overeenkomsten tussen de IOM en de Belgische Staat organiseert IOM al sinds 1984 dergelijke programma's. Vanaf 1 juli 2001vervangt de overeenkomst tot instelling van het Centrum voor vrijwillige terugkeer en ontwikkeling de vroegere overeenkomsten, maar de bestaande programma's inzake uitwijzing en begeleide terugkeer blijven lopen.

Het Centrum bevindt zich in de opstartfase. De stuurgroep is samengesteld en zal deze maand op een eerste bijeenkomst de prioriteiten voor het werkjaar november 2001-november 2002 vastleggen.

Krachtens de overeenkomsten betaalt de staat de lonen van de volgende personeelsleden: één projectcoördinator, één reserveringsagent, vier assistent-operatoren, één boekhouder, één bestuursassistent, één vertaler-bestuursassistent, één personeelslid op de luchthaven, één specialist in migratiebeheer. Een deel van deze personen maakte ook deel uit van het vroegere IOM-programma.

Voor de realisatie van het programma inzake vrijwillig repatriëring werd voor 2001 200 miljoen vastgelegd. De premie bedraagt 25 euro per leeftijdsjaar, met een maximum van 125 euro tot de leeftijd van 18 en 250 euro voor volwassenen.

De minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd voor het sluiten van terugnameakkoorden. Ik ben niet op de hoogte van de recentste ontwikkelingen op dit gebied. In 2000 werden 3.182 personen vrijwillig gerepatrieerd. Voor 2001 is er een lichte stijging met ongeveer 20%. In de eerste acht maanden van het jaar werden 2.466 personen vrijwillig gerepatrieerd, wat ons op jaarbasis op ongeveer 3.700 zal brengen.

Het departement heeft niet rechtstreeks gepraat met de balie, omdat we het vrijwillig repatriëringsprogramma laten verlopen via het Centrum, NGO's en OCMW's. Ik leg er de nadruk op dat we bij de vrijwillige terugkeerprogramma's conflicten proberen te vermijden. Bij de toepassing ervan bestaat dus een grote souplesse, omdat het iedereen vanzelfsprekend tevreden stelt niet te moeten overgaan tot verplichte repatriëring.

Asielzoekers die de asielprocedure niet verder zetten en willen terugkeren, blijven materiële steun krijgen. Trouwens, asielzoekers die een bevel tot het verlaten van het grondgebied hebben gekregen en hierop willen ingaan, krijgen ook nog gedurende een maand steun, zodat ze alles kunnen regelen om het grondgebied effectief te verlaten.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Het centrum zal dus vanaf november actief zijn. Wellicht biedt dit de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden de gelegenheid er eens in contact mee te nemen.

Kunnen de personen die in een gesloten centrum verblijven, klaar voor repatriëring, nog een beroep doen op de extra premie?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Ik weet het niet precies, maar ik denk het wel.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Twee jaar geleden, toen ik een bezoek aan een gesloten centrum bracht, was dat niet zo.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Toen hadden ze ook geen recht op materiële steun. Inmiddels is dit veranderd.

-Het incident is gesloten.

(Voorzitter: mevrouw Jeannine Leduc.)