(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Het is me ter ore gekomen dat de ontvangers van de dienst der Registratie artikel 555 van het Burgerlijk Wetboek op een vreemde manier toepassen. In dat artikel is er sprake van een schadevergoeding ten laste van diegenen die een terrein bezitten waarop een derde gebouwen heeft opgetrokken.
De gevallen die me zijn voorgelegd, hebben te maken met de eventuele toepassing van artikel 9 van het Wetboek der successierechten. Als de bouw van het pand gefinancierd werd door de vruchtgebruiker is het dan zo dat de dienst der Registratie het recht heeft om van de blote eigenaar een schadevergoeding te eisen die berekend is in overeenstemming met artikel 555 van het Burgerlijk Wetboek ?
Dient men er niet van uit te gaan dat de dienst der Registratie een derde blijft en niet gemachtigd is om een regel van het burgerrecht op te leggen als die regel niet verplicht is en de partijen de toelating hebben om ervan af te wijken ?
In bepaalde gevallen gaat de dienst der Registratie zelfs zover dat artikel 555 wordt toegepast op een gebouw dat door een echtpaar opgetrokken is op een terrein dat van één van hen is. Als degene die niet de eigenaar van het terrein is, het eerste overlijdt, heeft men bij het regelen van diens erfenis het recht van de eigenaar een schadevergoeding eisen.
Artikel 16 van het Wetboek der successierechten legt overigens uit hoe de vergoedingen moeten worden berekend in het geval er kinderen zijn.
Aangezien artikel 555 van het Burgerlijke Wetboek geen schadevergoeding oplegt, maar de rechthebbende de toelating geeft om die te eisen, ben ik van mening dat de dienst der Registratie niet gemachtigd is om zich in de plaats van de belastingplichtige mag stellen om een element van het vermogen te belasten dat niet opgeëist is en dat bijgevolg niet bestaat.
Hoe verklaart de geachte minister dat de dienst der Registratie artikel 555 van het Burgerlijk Wetboek toepast bij nalatenschappen waarbij het niet dient te worden toegepast of bij nalatenschappen waarbij de erfgenamen de toepassing ervan niet hebben gevraagd ?