(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Men kan niet betwisten dat het boekhoudkundig recht voorgaat op het fiscaal recht.
Dat heeft tot gevolg dat de bepalingen van het boekhoudkundig recht van toepassing zijn op fiscaal vlak, tenzij het fiscaal recht er uitdrukkelijk van afwijkt. Men kan evenmin betwisten dat het fiscaal recht restrictief moet worden geïnterpreteerd.
Hebben de bovenstaande principes tot gevolg dat het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen, die op boekhoudkundig vlak gelden, ook op fiscaal vlak gelden, tenzij een advies van de administratie der Belastingen (eventueel in de vorm van een administratieve circulaire) er uitdrukkelijk van afwijkt ?
Heeft de aanwezigheid van ambtenaren van het ministerie van Financiën in de Commissie voor boekhoudkundige normen enige invloed op het antwoord dat op de vorige vraag wordt gegeven ?
Antwoord : De adviezen die door de Commissie voor boekhoudkundige normen (CBN) in het kader van de ontwikkeling van de leer van het boekhouden en de bepaling van de beginselen van een regelmatige boekhouding, worden verstrekt aan een bepaalde onderneming of een persoon of door publicatie in haar bulletin, hebben op zich geen bindende kracht (zie adviesnr. 14/1 van de CBN over de toepassing van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen).
Gelet op het facultatieve karakter van deze adviezen, is de administratie er bijgevolg niet door gebonden, behoudens indien zij de inhoud ervan inzonderheid door middel van een circulaire uitdrukkelijk heeft goedgekeurd.
De CBN, waarvan de leden sinds 29 mei 1999 in functie zijn heeft in het bulletin nr. 46 het principe bevestigd om voor de goedkeuring van haar adviezen in de mate van het mogelijke te streven naar een consensus. Gelet op het toegenomen ledental, is zij van mening dat er niettemin rekening dient mee te worden gehouden dat deze principiële doelstelling in de toekomst moeilijker te realiseren valt. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1975 bepaalt in dit verband dat de CBN beslist bij gewone meerderheid van de aanwezige leden, tenzij het gaat om aanbevelingen en adviezen geformuleerd krachtens artikel 13, 2º, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen (de adviezen die tot doel hebben bij te dragen tot de ontwikkeling van de leer van het boekhouden en de beginselen van een regelmatige boekhouding te bepalen) die uitgebracht worden met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden. Zodoende kan een advies worden verstrekt zonder de instemming van de vertegenwoordigers van mijn departement. Het antwoord op de tweede vraag van het geachte lid luidt bijgevolg ontkennend.