Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-34

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1154 van de heer Van Quickenborne d.d. 12 februari 2001 (N.) :
Vervangende geldboetes. ­ Optimale inning. ­ Resultaten.

In een antwoord op een vraag aan de minister van Justitie (nr. 751) in verband met de vervangende gevangenisstraf, stelt de minister dat de inning van de vervangende geldboetes tot de bevoegdheid behoort van de minister van Financiën. Vandaar ook de volgende vragen aan de minister :

1. In zijn antwoord stelt de minister van Justitie dat de minister « de nodige stappen heeft ondernomen om ­ onder meer via de deurwaarders ­ tot een optimale inning van de geldboeten over te gaan ».

In wat bestaat het plan tot optimale inning van deze boetes ?

2. Heeft de geachte minister reeds financiële resultaten van deze nieuwe manier van inning vergeleken met de vorige manier van innen ?

3. Gebeurde dit in overleg met de parketten ? Geven zij hun volledige medewerking aan deze nieuwe initiatieven ?

4. Is er in deze nog sprake van schuldbemiddeling ?

Antwoord : 1. Indien na het verzenden van twee betalingsberichten aan de veroordeelde de opgelegde boete onbetaald blijft, wordt een vermogensonderzoek ingesteld. Als uit dit onderzoek het onvermogen van de veroordeelde niet blijkt wordt het dossier voor invordering langs burgerlijke weg aan de gerechtsdeurwaarder toevertrouwd. Op deze manier wordt verhinderd dat wie zijn boete kan betalen aan de uitvoering zou ontsnappen.

Om de niet-verhaalbare kosten tot een minimum te beperken werd met de Nationale Kamer der gerechtsdeurwaarders een protocol afgesloten.

2. De samenwerking heeft als resultaat dat, ondanks de niet-uitvoering van de vervangende gevangenisstraf, het totale bedrag der geïnde boeten jaarlijks stijgt of stabiel blijft. In 1998 en 1999 werd door tussenkomst van de gerechtsdeurwaarders een bedrag van respectievelijk 229 515 940 frank en 283 569 375 frank ontvangen. De kosten die ten laste van de Belgische Staat bleven bedroegen 28 313 892 frank en 36 661 220 frank.

3. De medewerking van de parketten is in deze niet vereist. De vervolgingen tot invordering van de penale boeten gebeurt in toepassing van artikel 197 van het Wetboek van strafvordering en artikel 100 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken door de administratie van de Registratie en de Domeinen.

4. De term schuldbemiddeling is niet volledig duidelijk. Indien het geachte lid bedoelt of er nog een afbetalingsregeling kan getroffen worden dan is het antwoord bevestigend. Indien het geachte lid de collectieve schuldenregeling bedoelt voorzien door de wet van 5 juli 1998 dan is het antwoord eveneens bevestigend met het voorbehoud dat recente rechtspraak de kwijtschelding van penale boeten heeft uitgesloten van de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schulden (cf. Jura Falconis vonnis 36, 1999-2000, nr. 4).