2-119 | 2-119 |
De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - De vice-eerste minister zal gemerkt hebben dat het er in de VN-veiligheidsraad bovenarms op zit. De vijf permanente leden moeten hun beleid ten opzichte van Irak vóór volgende zondag opnieuw afstemmen, maar er heerst daarover grote onenigheid.
Tijdens een privé-bezoek aan Irak, waarbij ik door drie Vlaamse artsen werd begeleid, kon ik met eigen ogen vaststellen in welke schrijnende toestand de bevolking zich bevindt. Onthutsend is het uitzonderlijk hoge aantal gevallen van anoftalmie, kinderen die zonder ogen geboren worden, en van kinderen die geheel of gedeeltelijk verminkt geboren worden. De toegang tot drinkbaar water is slecht en het land - dat destijds tot de beter ontwikkelde landen behoorde - is "gedegradeerd" tot het niveau van Ethiopië.
Na de antwoorden van de vice-eerste minister op vragen van collega's begin maart 2001 is er een belangrijk nieuw feit waarover ons land zich nog niet heeft uitgesproken. Midden mei stelden de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voor het huidige olie-voor-voedselprogramma te ruilen voor de zogeheten smart sanctions. Met het oog op een meer fundamentele oplossing verkiest Rusland echter een verlenging van het huidige olie-voor-voedsel-programma met zes maanden.
Onze parlementsleden zitten evenmin stil. In de Kamer dienden niet minder dan zes partijen op 18 mei jongstleden een voorstel van resolutie in tot gewone opheffing van het embargo. Voorts heeft een meerderheidspartij in de Kamer het voorstel ondertekend om de ontwapening van het land te bespoedigen.
Heeft de vice-eerste minster een schriftelijke uitnodiging ontvangen van de heer Tarek Aziz, vice-premier van Irak? Overweegt hij het land tijdens deze regeerperiode te bezoeken? Is België van plan om tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie ten aanzien van Irak speciale stappen te doen? Steunt de Belgische regering het voorstel van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk tot snelle invoering van de zogeheten smart sanctions of schaart ze zich achter de Russische aanpak? Blijft de Belgische regering de opheffing of versoepeling van het embargo afhankelijk stellen van nieuwe wapeninspecties of steunt ze de Kamerresolutie?
(Voorzitter: de heer Moens.)
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik heb in april 2000 inderdaad een uitnodiging ontvangen van de heer Tarek Aziz. Ik sluit niet uit dat ik mij nog tijdens deze regeerperiode naar Bagdad zal begeven.
De Europese Unie heeft inzake Irak een beperkte rol omdat de sancties een bevoegdheid zijn van de VN-veiligheidsraad. België is op het ogenblik trouwens geen lid van de Veiligheidsraad. Bovendien bestaat er inzake Irak geen gemeenschappelijk Europees standpunt omdat de posities van sommige lidstaten niet helemaal gelijklopend zijn. Het is voor de voorzitter van de Unie dus bijzonder moeilijk een Europese consensus te vertolken. Dit neemt echter niet weg dat ik geen gelegenheid voorbij zal laten gaan om een toenadering tussen Irak en de internationale gemeenschap, in het bijzonder de Verenigde Naties, te bewerkstelligen. Dit veronderstelt onder meer dat Irak elke samenwerking met de VN niet categorisch blijft afwijzen.
De Belgische regering is voorstander van elke maatregel die gericht is op de verbetering van de humanitaire toestand in Irak. Gelet op de situatie is dit erg belangrijk. Op korte termijn lijkt het Britse voorstel hiertoe goede kansen te bieden. België kan zich dan ook akkoord verklaren met deze benadering, zolang het hoofddoel, namelijk de opschorting vervat in resolutie 1284 van de Veiligheidsraad en de definitieve opheffing van de sancties, niet uit het oog wordt verloren. Beide elementen zijn voor ons land van gelijk belang.
Ik beklemtoon dat er inzake de wapeninspecties geen fundamentele meningsverschillen bestaan tussen de leden van de internationale gemeenschap. Ook landen die zich kritisch hebben opgesteld tegenover resolutie 1284 van de Veiligheidsraad, zijn van oordeel dat in eerste instantie een zekere vorm van controle gehandhaafd dient te worden. Zo zijn ook Frankrijk en Rusland op het ogenblik geen voorstander van een opheffing zonder meer, zonder de minste toezegging van Irak. Het blijft zeer belangrijk om zich ervan te vergewissen dat Irak niet langer de middelen heeft om een gevaar te vormen voor de regio of voor zijn burgerbevolking.
Het Britse voorstel vraagt een onvoorwaardelijke versoepeling van het embargo. Ik wens in dit verband op te merken dat het voorstel van resolutie 1258, sectie IIIa, van de Kamer van volksvertegenwoordigers op een belangrijk punt overeenkomt met het Britse voorstel. Er wordt op een eenzijdige opheffing van het economische embargo aangedrongen, maar niettemin wordt gevraagd het embargo op de levering van wapens en militaire technologie te handhaven. Het Britse voorstel beoogt precies een liberalisering van de handel met Irak, zodat de toestemming van het sanctiecomité niet langer vereist is. Een uitzondering wordt gemaakt voor goederen die bestemd zijn voor militair gebruik of die daarvoor in aanmerking kunnen komen.