2-353/2 | 2-353/2 |
3 APRIL 2001
Art. 2
Het voorgestelde artikel 39 wijzigen als volgt :
A) In het vierde lid, de woorden « zes weken » vervangen door de woorden « tien weken ».
B) In de eerste volzin van het zesde lid, de woorden « acht weken volgend op de bevalling » vervangen door de woorden « vier weken die ingaan bij het verstrijken van tien weken na de bevalling ».
Verantwoording
Het verlof voor de thuiskomst van het kind is een periode die bedoeld is om de opvang en de integratie van het pasgeboren kind in het gezin en de sociale omgeving ervan te organiseren. Dat is een taak van zowel de vader als de moeder. Een van hen beide kan dit verlof voor de thuiskomst van het kind opnemen.
Voor de moeder is niettemin een minimumrust verplicht. Daarom werd bepaald dat de nabevallingsrust zich moet uitstrekken over een periode van tien weken na de geboorte van het kind.
Art. 4 (nieuw)
Een artikel 4 (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 45bis ingevoegd, luidende :
« Art. 45bis. De Koning bepaalt, nadat hij het advies van de Nationale Arbeidsraad heeft ingewonnen, onder welke voorwaarden en op welke wijze het verlof van de moeder voor de thuiskomst van het kind zoals bepaald in artikel 39, zesde lid, van deze wet, kan worden omgezet in verlof voor de thuiskomst van het kind. »
Verantwoording
De Koning wordt gemachtigd om de wijze te bepalen waarop het verlof voor de thuiskomst van het kind kan worden opgenomen door de vader. De Koning is eveneens bevoegd om het verlof voor de thuiskomst van het kind zo te organiseren dat de ouder die het opneemt, dat verlof kan aanpassen en de periode kan verdubbelen wanneer ze gecombineerd is met een deeltijdse hervatting van het werk. Daar deze wijziging van de regelgeving gevolgen kan hebben in de bedrijven, is het advies van de Nationale Arbeidsraad vereist.
| Georges DALLEMAGNE. |