2-108

2-108

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 APRIL 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Vincent Van Quickenborne aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de benoemingen van burgemeesters» (nr. 2-430)

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Ik lees in de pers dat recent twee nieuwe burgemeesters in Wallonië werden benoemd in Dinant en Florennes. Desondanks liggen de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2000 inmiddels reeds een aantal maanden achter ons en zijn er nog steeds een aantal gemeenten waar er nog geen burgemeester is.

Lieven Latoir, burgemeester van Sint-Lievens-Houtem, werd pas vorige week buiten vervolging gesteld van een politiek geïnspireerde aanklacht in verband met de afrekening van verkiezingsuitgaven, een klacht die reeds in 1994 aanhangig werd gemaakt en waardoor hij tot voor kort niet kon worden ingezworen voor een nieuw mandaat van burgemeester. Er zijn nog andere voorbeelden van steden en gemeenten waar nog geen burgemeester is benoemd.

Toch blijkt dat er op het terrein met een dubbele standaard wordt gewerkt. Ik verwijs daarvoor naar de benoeming van de Aalsterse burgemeester Annie Aelbrecht. Ook tegen haar loopt er reeds sinds eind februari 2000 een informatieonderzoek, zodat haar benoeming dan ook als prematuur moet worden beschouwd.

Hoeveel burgemeesters moeten er door de Koning nog benoemd worden en welke zijn de redenen voor het feit dat betrokkenen tot op heden nog niet werden benoemd?

In het besluit van de openbare vergadering van de gemeenteraad van de stad Aalst, waarbij in zitting van 13 maart 2001 akte werd genomen van de mededeling van het benoemingsbesluit van 30 januari 2001 en de eedaflegging van 16 februari 2001, staat in de overwegingen duidelijk vermeld: "Overwegende dat mevrouw Anny Aelbrecht lid van de Vlaamse Raad is en in deze hoedanigheid de onschendbaarheid geniet vermeld in de artikelen 59 en 120 van de gecoördineerde Grondwet". Belangrijk hierbij is het feit dat het informatieonderzoek hoegenaamd niets te maken heeft met de uitoefening van het parlementair mandaat maar uitsluitend met dit van het lokaal mandaat van burgmeester.

Vindt de minister het niet merkwaardig dat de parlementaire onschendbaarheid een argument, eigenlijk het hoofdargument, vormt dat bedoelde benoeming tot burgemeester rechtvaardigt? Aangezien dit een belangrijk precedent is, creëert men aldus twee soorten burgemeesters: diegenen die enkel burgemeester zijn en diegenen die tegelijkertijd parlementslid zijn en dus onschendbaarheid genieten uit hoofde van hun parlementair mandaat. Wat denkt de minister van deze conclusie?

Verder wordt in de motivatie als argument ook aangehaald dat het onderzoek zich nog maar in het beginstadium bevindt. De klachtenprocedure bij het bevoegde parket van Dendermonde werd reeds in de loop van de maand februari 2000 ingediend, terwijl het onderzoek zelf per kerende werd opgestart. Het is dan ook te verwachten dat het onderzoek nog dit jaar wordt afgerond. Bovendien is betrokkene nog in een paar burgerrechtelijke procedures in verband met fondsenwerving als gedaagde partij betrokken, alsook in een zaak van een geprotesteerde wissel.

Is het wettelijk mogelijk dat een burgemeester wordt benoemd vooraleer dergelijke onderzoeksprocedure, rechtstreeks verband houdende met het uitgevoerde mandaat, tegen hem of haar wordt afgerond?

Verder wordt in de argumentatie van het benoemingsbesluit, overgenomen in het gemeenteraadsbesluit, gesteld: "overwegende dat er in het belang van de stad Aalst, niet zolang kan gewacht worden met de benoeming van de voorgedragen burgemeester". Vindt de Minister juist het omgekeerde niet veel meer aangewezen, namelijk dat een stad of gemeente in eerste instantie recht heeft op een burgemeester, gezuiverd van elke verdachtmaking?

Tenslotte wordt in het overwegende gedeelte van het besluit ook vermeld dat de Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen wel een gunstig advies uitbrengt, doch onder voorbehoud van voormeld informatieonderzoek. In de aanhef ervan wordt ook melding gegeven van de brief van de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent, waarbij formeel wordt meegedeeld dat er lastens betrokkene een informatieonderzoek lopende is.

Waarom werd, ondanks wat voorafgaat, toch overgegaan tot kwestieuze benoeming? Zal de Minister voor de stad Aalst (of in het algemeen) maatregelen treffen, opdat dergelijke dubbelzinnige situaties in de toekomst zouden worden vermeden en elke dubbele standaard onmogelijk zou worden?

De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - In de volgende gemeenten zijn nog geen burgemeesters benoemd: voor het Vlaams Gewest gat het om Brasschaat, Kluisbergen, Overijse, Poperinge, Schoten, Sint-Lievens-Houtem, Voeren en Wetteren; voor het Waals Gewest over Chapelle-lez-Herlaimont, Courcelles, Court-Saint-Etienne, Jurbise, Libin, Philippeville, Paliseul, Walhain; voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over Sint-Jans-Molenbeek en Ukkel.

De redenen waarom er in de hiervoor vermelde gemeenten nog geen burgemeester is benoemd zijn: gemeenteraadsverkiezingen die opnieuw gehouden dienen te worden; nog geen voordracht voor het ambt van burgemeester ontvangen; meerdere voordrachten voor één ambt ontvangen; gerechtelijk onderzoek tegen de kandidaat-burgemeester, enz.

In toepassing van artikel 59 van de Grondwet kan geen lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat, tijdens de zitting en in strafzaken, worden verwezen naar of rechtstreeks gedagvaard voor een hof of een rechtbank, of worden aangehouden dan met verlof van de Kamer waarvan het lid deel uitmaakt. Artikel 120 van de Grondwet kent deze parlementaire onschendbaarheid eveneens toe aan ieder lid van de Raden.

Niet alleen de strafrechterlijke handelingen die gesteld zijn in het raam van de ambtsuitoefening, maar ook diegene die gesteld zijn daarbuiten, bijvoorbeeld in de uitoefening van een ander ambt, vallen onder de parlementaire onschendbaarheid. Dit betekent dat een lid van één van de Wetgevende Kamers of van een Raad die eveneens burgemeester is, niet gerechtelijk vervolgd kan worden voor handelingen in het raam van zijn ambt van burgemeester, dan met verlof van respectievelijk de Kamer of de Raad waarvan hij deel uitmaakt.

Si, dans le cadre de la procédure de nomination d'un bourgmestre, les autorités judiciaires m'informent qu'une demande de levée de l'immunité parlementaire est possible, cette information constitue un des éléments sur lesquels je me base pour estimer si une commune peut rester plus longtemps dans une situation de vacance.

Bij iedere burgemeestersbenoeming wordt gekeken naar de specifieke elementen van elke zaak.

Voor het geciteerde geval kan ik uit het advies van de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent d.d. 15 november 2000 opmaken dat het informatieonderzoek zich nog in een beginstadium bevindt. De gerechtelijke procedure, gevolgd door een eventueel verzoek van het Parket aan de Vlaamse Raad om de onschendbaarheid op te heffen, en gevolgd door een eventueel onderzoek door deze Raad, zou nog geruime tijd kunnen in beslag nemen.

Het is in het belang van de betrokken stad, namelijk voor een goed beheer van de stedelijke zaken, dat niet zolang kan gewacht worden met de benoeming van de voorgedragen burgemeester.

Indien later zou blijken dat de burgemeester van die stad wel degelijk veroordeeld wordt op strafrechtelijk gebied, dan kan op dat ogenblik nog altijd het tuchtrecht gehanteerd worden, op grond van artikel 82 van de nieuwe gemeentewet.

Er is geen sprake van dubbelzinnige situaties of een dubbele standaard. Zoals meegedeeld in het tweede onderdeel van mijn antwoord, werd mijn beslissing o.a. gesteund op het feit van de parlementaire onschendbaarheid van de kandidaat-burgemeester.

Je dois vous dire que, de manière générale, il s'agit de dossiers difficiles à traiter. En effet, il faut mesurer la gravité potentielle de l'infraction par rapport à l'exercice des fonctions ; l'information donnée par l'autorité judiciaire est extrêmement limitée et bien souvent imprécise quant aux intentions du pouvoir judiciaire et plus encore en ce qui concerne les durées sur lesquelles porteraient les décisions.

Il est également extrêmement difficile de mesurer le sérieux ou la gravité des faits reprochés. L'expérience apprend d'ailleurs qu'un certain nombre de plaintes sont déposées sans aucun fondement.

Il faut, bien entendu, pour la nomination d'un bourgmestre, faire preuve d'une très grande vigilance et, dans le même temps, il ne faut pas perdre de vue le principe de la présomption d'innocence.

De surcroît, il ne faut pas, par solution de facilité, porter préjudice à des hommes qui sont souvent des hommes politiques, préjudice qui pourrait s'avérer par la suite tout à fait irréparable.

Enfin, une législature communale ne dure quand même que six ans et il ne faut pas perdre de vue l'intérêt de la commune qui doit être gérée comme l'a voulu l'électeur, étant entendu qu'en toute hypothèse, nous pouvons toujours appliquer l'article 82 de la nouvelle loi communale, lequel permet des poursuites disciplinaires sur la base de condamnations qui seraient prononcées.

Je tiens à vous assurer en tout cas qu'il n'y a pas deux poids, deux mesures, que j'essaie de développer une jurisprudence aussi générale et objective que possible. Je me suis renseigné sur la pratique du département depuis le début et je n'obtiens pas toujours des réponses extrêmement précises. Je m'efforce au maximum de les objectiver et, finalement, d'être juste. Je veux agir indépendamment de toute considération politique. Je crois, d'ailleurs, que les décisions que j'ai prises jusqu'à présent le démontrent.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - In zijn opsomming van gemeenten waar nog geen burgemeester is benoemd, heeft de minister ook Voeren genoemd. Nochtans dacht ik dat de heer Huub Broers onlangs als burgemeester was ingezworen.

M. Antoine Duquesne, ministre de l'Intérieur. - Il faut être logique, monsieur Van Quickenborne. Vous dites que je dois être attentif aux plaintes adressées au pouvoir judiciaire. Dans cette affaire comme dans d'autres, j'ai adressé une demande au gouverneur de la province pour qu'il me fasse part de l'état actuel de la procédure. Mon souhait est en effet d'avoir des réponses claires et rapides de l'autorité judiciaire.

Lorsqu'il apparaît du dossier qu'une plainte a été déposée, je ne puis procéder à une nomination sans au moins prendre la précaution de vérifier ce qu'il en est.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Blijkbaar was ik niet goed geïnformeerd.

Ik heb goed geluisterd naar de motivering van de minister om mevrouw Aelbrecht te benoemen als burgemeester van Aalst. Hij zegt dat hij niet met twee maten en twee gewichten weegt. Dat is misschien wel zo maar het systeem waarbij het mandaat van burgemeester met een parlementair mandaat kan worden gecumuleerd zorgt ervoor dat dit laatste als een soort van bescherming dient voor handelingen die als burgemeester worden gesteld. Hierdoor ontstaat een verschil tussen burgemeesters met een parlementair mandaat en anderen. Om die reden steun ik alle voorstellen voor een decumul tussen mandaten.

M. Antoine Duquesne, ministre de l'Intérieur. - Votre dernière réflexion est étrangère à la question que vous m'avez posée. Pour l'instant, le régime constitutionnel est très clair. La situation a été améliorée par rapport à ce que l'on connaissait précédemment, puisqu'un parlementaire peut désormais être poursuivi. Il suffit de le demander et d'accomplir la procédure prévue à cet effet.

On ne peut demander au ministre de l'Intérieur d'être injuste à l'égard d'un parlementaire candidat bourgmestre, au seul motif qu'il est parlementaire. Je dois avoir la certitude que le dossier contient des éléments suffisamment sérieux pour poursuivre. Pour qu'il en soit ainsi, l'autorité judiciaire doit prendre la peine de demander l'autorisation de la chambre à laquelle le parlementaire appartient. Il n'y a là aucune discrimination.

La question incidente que vous m'avez posée en ce qui concerne Fourons est révélatrice. Quand je dis qu'il n'y a pas deux poids deux mesures, je veux de la même manière, dans cette autre affaire, m'assurer du sérieux de la plainte qui est déposée et de l'attitude adoptée par l'autorité judiciaire.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 3 mei 2001 om 10 en om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 19.45 uur.)