2-102

2-102

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 MAART 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde toestand in RoemeniŽĽ (nr. 2-383)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CVP). - De discussie over de uitbreiding van de Europese Unie zal de komende maanden en jaren zeker de Europese agenda kleuren. De meeste landen van het voormalige Oostblok doen dan ook alle mogelijke sociaal-economische inspanningen om de vereisten te halen. Een van de zwakke broertjes onder de kandidaat-lidstaten is RoemeniŽ. Het land kan zeker niet beschouwd worden als een markteconomie en zal zelfs op middellange termijn niet aarden in de EU-economie. Na jaren van negatieve groei, steeg de productie er vorig jaar met slechts 2% op een moment dat de wereldeconomie een sterke stijging kende. De vooruitzichten zijn gematigd positief en velen beseffen dat het herstel zeer broos is. De strenge communistische planeconomie en de megalomane projecten van voormalig president Ceausescu hebben het land sociaal-economisch aan de rand van de afgrond gebracht.

Volgens de Wereldbank leeft ongeveer 40% van de circa 22,5 miljoen inwoners beneden de armoedegrens. Vele mensen moeten in de barre koude bedelen in de hoop een beetje geld te krijgen voor voedsel. Vooral het gebrek aan een degelijke wetgeving en infrastructuur voor de opvang van weeskinderen is echter schrijnend. Door de absurde bevolkingspolitiek van het voormalige communistische regime zijn de weeshuizen overbevolkt en leven duizenden kinderen op straat of in riolen. Zij weten vaak te overleven dankzij diefstal en prostitutie. Ook al heeft RoemeniŽ het Verdrag van de Rechten van het Kind van 1989 ondertekend, toch staat het land nagenoeg nergens op het vlak van een systeem voor kinderwelzijn. Hoewel RoemeniŽ graag in 2007 wil toetreden tot de EU en het land voldoet aan de politieke criteria van Kopenhagen, bevestigde de EU dat dit kan worden herzien indien het land niet spoedig iets doet aan de crisis in de instellingen voor kinderwelzijn.

Sinds de val van de dictatuur slagen ook de democratisch verkozen regeringen er niet in de economie opnieuw op het goede spoor te krijgen en de levensstandaard te verhogen. Niet alleen de interne verdeeldheid tussen de regeringspartijen die tot immobilisme leidt, maar ook het gebrek aan een globaal plan op lange termijn verhindert een duurzaam herstel. De onlangs verkozen premier Nastase heeft reeds toegegeven dat de Roemeense economie min of meer aan de grond zit. Een dynamisch sociaal-economisch herstelprogramma waarvoor hulp uit het buitenland noodzakelijk is, is dan ook dringend nodig. Ook de Europese Unie is daarvan overtuigd, vooral na de geweldige opmars van de uiterst rechtse nationalisten die bij de jongste verkiezingen de tweede grootste partij werden. De sociale onrust en het ongenoegen van de bevolking zullen daar niet vreemd aan zijn.

Europees commissaris Verheugen heeft bij een ontmoeting met premier Nastase verklaard dat RoemeniŽ dringend vooruitgang moet boeken. Beloftes en documenten zijn niet meer voldoende; Europa wil concrete resultaten zien. In hoeverre kan RoemeniŽ dit alleen aan? Welke hulp biedt BelgiŽ op bilateraal niveau aan de sociaal-economische ontwikkeling van RoemeniŽ? Zijn er concrete samenwerkingsprojecten?

Zowel het IMF als de Wereldbank hebben leningen ter beschikking gesteld. Blijkbaar zijn deze niet voldoende om tot een verbetering van de economische toestand te komen. Welke multilaterale hulpprojecten aan RoemeniŽ worden door ons land gesteund?

In de loop van maart zal premier Verhofstadt RoemeniŽ bezoeken in het raam van de mogelijke toetreding van het land tot de EU en de stappen die daartoe moeten worden gezet tijdens het Belgisch voorzitterschap. Welke houding zal de premier aannemen tegenover het huidig economisch beleid in RoemeniŽ? In welke mate zal de premier financiŽle en materiŽle hulp aanbieden bij een mogelijk globaal herstelprogramma?

Steunt ons land hulpprogramma's voor de opvang van de Roemeense straatkinderen? Zo ja, welke? Zo neen, welke initiatieven zal onze regering nemen om dit probleem aan te kaarten bij de Roemeense overheid en hulp te bieden bij de opvang en vorming van deze jongeren?

Ondanks de vrij gunstige rapporten van mensenrechtenorganisaties blijft ťťn rode draad hun conclusies kleuren. De Roma-zigeuners waren en zijn nog steeds het slachtoffer van discriminatie en vervolging door de overheid. Welke maatregelen zal ons land nemen binnen de EU en tijdens het Belgisch voorzitterschap om dit probleem aan te kaarten en te verhelpen?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Krachtens de wet van 1 juli 1999 is de Belgische internationale samenwerking, de directe bilaterale samenwerking, zoals u weet beperkt tot maximum 25 landen of regionale landenorganisaties. RoemeniŽ is niet opgenomen in deze lijst van partnerlanden. In het raam van de samenwerkingsakkoorden die de gewesten en de gemeenschappen van ons land met RoemeniŽ hebben gesloten, worden wel sociaal-economische ontwikkelingsprojecten ondersteund. Er bestaan eveneens samenwerkingsverbanden op provinciaal en gemeentelijk vlak tussen beide landen. Diverse niet gouvernementele organisaties zoals Operation Village Roumain en Adoptiedorpen RoemeniŽ leveren heel verdienstelijke en concrete bijdragen tot de ontwikkeling van hun respectieve zustergemeenten. Deze organisaties kunnen rekenen op de gebeurlijke steun van de subsidiŽrende overheden in ons land, overeenkomstig de toepasselijke betoelagingcriteria. BelgiŽ draagt bij tot het kapitaal en de werkingsmiddelen van de internationale financiŽle instellingen zoals het IMF, de Wereldbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling die RoemeniŽ macro financiŽle hulp verlenen of het land bijstaan in de overgang van een marktgeleide naar een vrije markteconomie.

In Europees verband draagt ons land onrechtstreeks bij tot de financiering van diverse projecten die in RoemeniŽ worden gesteund in het raam van het PHARE-programma, dat sinds 2000 werd aangevuld met het ISPA-programma inzake infrastructuur, vervoer en milieu en SAPART, landbouw en plattelandsontwikkeling. Voor de periode 2000-2002 zal de financiŽle bijstand aan RoemeniŽ jaarlijks minstens 242 miljoen euro bedragen via het PHARE-programma, 150 miljoen euro via SAPAR en tussen 208 en 270 miljoen euro via ISPA.

In het raam van het stabiliteitpact voor Zuidoost Europa heeft BelgiŽ tijdens de regionale donorconferentie op 29 en 30 maart 2000, onder voorbehoud voor een deel van de noodzakelijke budgettaire toelatingen, een bijdrage van 20 miljoen euro aangekondigd. Deze bijdrage zal besteed worden in de vorm van staatsleningen, van financiering of medefinanciering van ontwikkelingsprojecten of nog van vrijwillige bijdragen aan projecten waartoe internationale organisaties het initiatief zullen nemen.

De bezoeken die premier Verhofstadt aan de verschillenden hoofdsteden van de EU-kandidaatlanden brengt hebben tot doel een zo precies mogelijk beeld te vormen van de taken die ons land als EU-voorzitter wacht in het raam van het EU-uitbreidingsproces. Dit gebeurt in nauw overleg met het Directoraat-generaal Uitbreiding van de Europese Commissie, dat de uitbreidingsonderhandelingen voert. De vorderingen die elk kandidaatland in die onderhandelingen maakte op het vlak van de interne voorbereiding van het EU-lidmaatschap en de resterende knelpunten en uitdagingen staan op de agenda van de officiŽle contacten. De belangrijke uitdagingen voor de Roemeense regering op het vlak van het economisch transitiebeleid zullen aan bod komen.

In maart vorig jaar heeft de Europese Commissie met de Roemeense regering een economische strategie op middellange termijn uitgewerkt. In mei werd een concreet actieplan ontwikkeld. Daarnaast houdt de Europese Commissie voeling met de bevindingen en het beleid van de internationale financiŽle instellingen. De houding van ons land moet gezien worden in het multilateraal kader. De betrokkenheid van ons land bij de oplossing van de problematiek van de straatkinderen situeert zich voornamelijk in het raam van de door de Europese hulpprogramma's gefinancierde projecten. In 1997 startte de Koning-Boudewijnstichting een programma rond de problematiek van de straatkinderen. Er wordt financiŽle hulp verleend aan lokale organisaties in Centraal- en Oost Europese landen, waaronder RoemeniŽ.

Dit programma steunt deze organisaties bij het voeren van sensibiliseringscampagnes, bij de opleiding van personeel en ambtenaren en bij de vorming van vrijwilligers. BelgiŽ legt een grote belangstelling aan de dag voor de situatie van de Romazigeuners van Centraal- en Oost-Europa.

Op internationaal vlak gaat overigens steeds meer aandacht uit naar deze bevolkingsgroep. In het raam van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa werd bijvoorbeeld een coŲrdinator aangesteld voor de Roma- en Sintizigeuners. Ook de Raad van Europa volgt de situatie van deze belangrijke minderheidsgroep op de voet. De Europese Unie volgt deze problematiek van nabij onder de noemer van de politieke Kopenhagencriteria voor de toetreding tot de EU. Ons land roept samen met onze partners van de EU de betrokken regeringen op om elke vorm van discriminatie van de zigeunerbevolking weg te werken en het behoud van hun fundamentele rechten te verzekeren. In zijn hoedanigheid van voorzitter van de Europese Unie zal ons land de huidige houding van de Unie blijven aannemen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CVP). - De minister zal begrijpen dat wij politiek niet onbewogen kunnen blijven bij de humanitair zeer schrijnende toestand van de Roma in RoemeniŽ, die dankzij de openheid van onze media ook de Belgische bevolking te zien en te lezen krijgt. Soms heeft die het moeilijk om te begrijpen dat de middelen voor ontwikkelingssamenwerking zo moeilijk een zinnige besteding vinden terwijl er ook op ons continent zeer schrijnende toestanden voorkomen. Ik hoop dat ons land tijdens zijn Europees voorzitterschap voor dit domein en vooral tegenover RoemeniŽ een zeer voluntaristisch beleid zal voeren.

-Het incident is gesloten.