(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Onlangs besliste het Europees Parlement meerderheid tegen minderheid de geplande liberalisering van de postbedrijven in Europa opnieuw op de lange baan te schuiven.
De progressieve krant De Morgen schrijft in haar editie van 23 december 2000 een opmerkelijk artikel « De wanhoop van Philippe Bodson » waarin ze onverbloemd kiest voor de liberalisering van de postdiensten. Collega Bodson blijkt zich sinds een tijdje in te zetten voor de belangen van de Free and Fair Post Initiative, een lobbygroep van grote klanten van Europese posterijen waarvan hij voorzitter is.
Ook in dit dossier blijkt de verschillende attitude van lidstaten tegenover dit soort dossiers. Noordelijk gelegen landen kiezen voor de rationele piste van de liberalisering en vrijmaking, de zuidelijke landen voor het emotionele staatsbehoud. Ons land dat zich nog steeds op deze scheidslijn bevindt heeft het bijgevolg moeilijk te zeggen welk standpunt zij aankleeft.
Nochtans heeft eerstgenoemde groep overschot van gelijk. Centraal in de ganse discussie over privatisering moeten immers de belangen van de consumenten staan die betalen en een goede service verdienen. Ons land heeft in dit soort dossiers tot midden de jaren negentig moeten wachten om haar ideologische ivoren toren te verlaten en te kiezen voor rationele benadering. Stel dat er slechts één GSM-operator vandaag zou zijn, hoeveel hadden de consumenten dan niet moeten betalen ? Wie denkt als Belgacom-klant vandaag nog met heimwee terug aan het glorieuze RTT-tijdperk ?
Nochtans slagen Belgische europarlementsleden erin ideologische argumenten boven te halen die een stop bepleiten tegenover de « om zich heen slaande deregulering en liberalisering » die voor hen enkel slachtoffers maakt. Zij beroepen zich in essentie op drie argumenten :
1. De dienstverlening zou erop achteruit gaan.
2. Vele banen zouden op de tocht komen te staan.
3. De liberalisering zou te snel gaan.
Volgende vragen zijn aan de orde :
1. Welk is het officieel standpunt van de Belgische regering ten aanzien van de liberalisering van de postdiensten ? Op welke termijn dient dit alles zich te realiseren ?
2. Op welk forum wordt dit standpunt verdedigd ?
3. Houdt Europees commissaris Busquin aan genoemd standpunt ?
4. Welke zijn het antwoord en de houding op genoemde argumenten van een aantal europarlementsleden ?
Antwoord : 1. België is voorstander van een liberalisering zoals deze is voorgesteld door de Europese Commissie. Deze houding is ons aangeraden door de regelgever in deze sector, het Instituut voor postdiensten en telecommunicatie en is het onderwerp van een nationale consensus met het oog op de zitting van de Raad van telecommunicatie op 22 december 2000.
Het voorstel tot richtlijn wijzigt de huidige richtlijn van 97/67 op de postdiensten :
a) De limieten gaan van 350 tot 50 g en de prijzen gaan van 5 keer tot 2,5 keer het basistarief.
b) Direct mail is geliberaliseerd binnen dezelfde prijs en dezelfde gewichtslimieten.
c) Internationale uitgaande zendingen zijn volledig geliberaliseerd.
d) Het voorstel voorziet in een volgende liberalisering op 1 januari 2007.
e) Zij voert nieuwe definities in de tekst in, met name voor specifieke diensten.
f) De nieuwe richtlijn zal in werking treden op 1 januari 2003.
Het is onmogelijk een datum aan te geven voor een volledige liberalisering van de postdiensten in Europa, de Raad van 22 december 2000 is niet tot een akkoord tussen de lidstaten kunnen komen.
2. Op het niveau van de Europese Raad.
3. Dit standpunt is verdedigd door de Europese Commissie, waarvan de heer Busquin deel van uitmaakt, die zijn instemming heeft gegeven met het voorstel van commissaris Bolkestein, dit heeft zich vertaald in een voorstel tot richtlijn ter wijziging van de richtlijn 96/67/EG over de postdiensten.
4. Verscheidene commissies van het Europese Parlement hebben vele amendementen ingediend en zijn overeengekomen om een nieuwe tekst voor te stellen (14600/00 van 15 december 2000) :
a) De limieten gaan van 350 tot 150 g en de prijzen gaan van 5 keer tot 4 keer het basistarief.
b) Direct mail is geliberaliseerd binnen dezelfde prijs en gewichtslimieten.
c) Internationale uitgaande zendingen zijn niet geliberaliseerd.
d) De datum voor een volgende liberalisering is niet bepaald.
e) De nieuwe definities zijn geschrapt.
f) De nieuwe richtlijn zal in werking treden op 1 januari 2003.
Het lijkt mij echter opportuun om het voorstel van de Europese Commissie te volgen eerder dan de tekst die door het Europees Parlement wordt voorgesteld en dit om de volgende drie redenen, waarvan de eerste de belangrijkste is.
a) De aanpak van het Europees Parlement laat geen aanzienlijke vooruitgang in de opening van de postmarkten (in het bijzonder in de gaten in de markt die de facto reeds geliberaliseerd zijn) in de komende jaren toe en biedt geen perspectief voor verdere ontwikkelingen in de liberalisering van de sector na 2003. Welnu is het belangrijk om te weten waar we naartoe gaan en dit aan de economische indicatoren duidelijk aan te geven. Dat is wat men noemt de noodzaak tot voorspelbaarheid van de reglementering. Het is daarom dat ik, in een sfeer van consensus, aan de Raad van 22 december 2000 heb voorgesteld om een datum voor een totale liberalisering in 2009 te bepalen en om vervolgens te debatteren over de modaliteiten om dit te bereiken waarbij we ondertussen rekening houden met de specifieke bezorgdheden van bepaalde lidstaten (die bijvoorbeeld zo lang mogelijk een mogelijkheid tot een monopolie voor uitgaande internationale zendingen wensen te behouden) en de operatoren toe te laten om zich voor te bereiden op de opening van de markt.
b) De tekst van het Europees Parlement biedt, door het weglaten van de bepalingen betreffende de speciale (of specifieke) diensten, onvoldoende juridische zekerheid.
c) Tenslotte is het uitstel nuttig voor postoperatoren die diensten leveren die buiten de specifieke plicht tot universele dienstverlening vallen meer bepaald inzake de contractuele aansprakelijkheid om het te onderzoeken in het licht van de gemeenschappelijke rechten betreffende de bescherming van de consumenten.