(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 40 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt luidt : « De bij een politieambtenaar (...) ingediende klachten of aangiften, alsook de nopens misdrijven verkregen inlichtingen en gedane vaststellingen worden opgenomen in processen-verbaal die aan de bevoegde gerechtelijke overheden worden toegezonden. »
Artikel 46 van dezelfde wet bepaalt : « De politiediensten brengen de personen die hulp of bijstand vragen in contact met gespecialiseerde diensten. Zij verlenen bijstand aan de slachtoffers van misdrijven, inzonderheid door hun de nodige informatie te verstrekken. »
Uit deze twee artikelen blijkt duidelijk dat de behandeling van klachten en aangiften door de politieambtenaren, bijvoorbeeld in het kader van het geweld binnen het gezin, twee complementaire fasen kent.
De eerste fase gaat uit van het principe van een goed proces-verbaal, terwijl de tweede fase inhoudt dat men het slachtoffer praktische bijstand moet verlenen in de vorm van informatie en door de instellingen op te geven die gespecialiseerd zijn in hulpverlening en opvang.
Onder « geweld binnen het gezin » dient verstaan te worden geweld tegen kinderen, geweld tussen partners en geweld tegen bejaarden.
Blijkbaar bestaan er nergens misdaadstatistieken die een kwantitatief en kwalitatief overzicht geven van deze drie vormen van geweld. De statistieken van de APSD (Algemene Politiesteundienst) geven, voor zover ik weet, geen cijfers die hierop betrekking hebben.
Door de fusie van de politiediensten in 2002, dient de manier waarop dit soort feiten wordt geregistreerd, noodzakelijkerwijze gestandaardiseerd te worden.
Waar zal de geachte minister de middelen vandaan halen om het werk van de plaatselijke politie met betrekking tot deze drie vormen van geweld concreet te evalueren op het vlak van de verzamelde en verwerkte gegevens ?
Er zou in september 2000 een voortgangscontrole komen van het onderzoek over de wijze waarop politieambtenaren klachten over geweld tussen partners behandelen.
Kan de geachte minister ons informeren over de resultaten hiervan gesteld dat het vast comité P de analyse van de problematiek inderdaad heeft bijgewerkt, meer bepaald met het oog op de organisatie van een geďntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus ?
Kan de geachte minister ons laten weten welke aanbevelingen er gedaan zijn ?