2-611/1

2-611/1

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

22 DECEMBER 2000


Voorstel van resolutie over de deontologische gedragsregels die de regering moet aannemen inzake buitenlands beleid

(Ingediend door de heer Georges Dallemagne)


TOELICHTING


De Belgische regering heeft verklaard dat de mensenrechten voor haar een beleidsprioriteit zijn. In haar beleidsnota « Buitenlands Beleid » voor het begrotingsjaar 2001 staat dan ook het volgende te lezen : « Zowel in de bilaterale betrekkingen als op de multilaterale fora voert de regering een actief en voluntaristisch beleid met het oog op het respect voor en de ontwikkeling van de mensenrechten. »

Naar aanleiding van de onverkwikkelijke zaak-Yerodia is gebleken dat de regering het moeilijk heeft om aan dat voornemen concreet gestalte te geven. Ter herinnering : op 17 juni 2000 heeft de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken zijn Congolese ambtgenoot officieel ontvangen, tegen wie het Belgische gerecht op 11 april 2000 een internationaal aanhoudingsbevel had uitgevaardigd wegens schending van de mensenrechten en misdaden tegen de menselijkheid. Er was niets ondernomen om uitvoering te geven aan dat internationaal aanhoudingsbevel. Het Belgische Parlement was niet in kennis gesteld van die situatie. De minister van Buitenlandse Zaken heeft op de parlementaire vragen die hem in juli 2000 werden gesteld, geantwoord dat hij geen weet had van het bestaan van een dergelijk aanhoudingsbevel. Vervolgens heeft hij de wens uitgesproken dat het Parlement een gedragscode opstelt met duidelijke regels voor het diplomatiek optreden van de regering.

De minister van Buitenlandse Zaken heeft zijn wens herhaald ter gelegenheid van zijn verklaring inzake het buitenlands beleid van 17 november 2000, en daarbij aangegeven dat de regering en het Parlement in verband met de mensenrechten gedragscriteria zouden kunnen vaststellen op het stuk van de diplomatieke bedrijvigheid, meer bepaald met de landen die de mensenrechten met voeten treden.

Ingaand op deze oproep wenst het Parlement dat de regering ethische en transparantieregels zou naleven voor het bepalen van haar buitenlands beleid.

Georges DALLEMAGNE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

gelet op de wens die de minister van Buitenlandse Zaken te kennen heeft gegeven in zijn verklaring betreffende het buitenlands beleid, dat het Parlement ethische en transparantieregels zou vaststellen inzake de wijze waarop het buitenlands beleid gestalte moet krijgen;

verzoekt de regering de beginselen en de werkwijze in acht te nemen die bepaald zijn in de als bijlage bij deze resolutie opgenomen gedragscode.

Georges DALLEMAGNE.

BIJLAGE


Gedragscode inzake
buitenlands beleid

I. BEGINSELEN

1. Noch de regering, noch haar ministers, noch de administratie bedrijven geheime diplomatie.

2. De regering neemt de beginselen van de rechtsstaat in acht.

3. Het buitenlands beleid is erop gericht de Belgische nationale belangen te verdedigen en te vrijwaren met inachtneming van de internationale verbintenissen. Het heeft tot doel de waarden waarop de Belgische samenleving en de Europese samenleving zijn gegrondvest, te bevorderen. Het strekt tot bevordering van de vrede, de rechtvaardigheid, de inachtneming van de grondrechten, de democratie, de rechtsstaat en het behoorlijk bestuur, alsmede van een billijke verdeling van de welvaart over de wereld.

4. België past de algemene beginselen van zijn buitenlands beleid op samenhangende en gelijke wijze toe op alle derde Staten.

5. Als orgaan dat politieke en democratische controle uitoefent op de regering heeft het Parlement op het stuk van het buitenlands beleid, het Europees beleid en het beleid inzake landsverdediging, internationale samenwerking en buitenlandse handel, het recht :

a) afdoende, geregeld, vooraf, volledig, correct en onverwijld te worden ingelicht over de beslissingen en beleidsvoornemens in het kader van het buitenlands beleid, niet alleen met betrekking tot de algemene beleidslijnen, maar ook tot de specifieke beleidslijnen;

b) inlichtingen te krijgen over de rol van België in de grote internationale instellingen;

c) een analyse te krijgen van de inzetten van het internationaal en buitenlands beleid.

6. Wat de gevoelige inlichtingen betreft, verbindt de regering zich ertoe samen met het Parlement de nadere regels vast te stellen voor de inachtneming van de vertrouwelijkheid ervan door het Parlement.

7. De regering kan niet over internationale verbintenissen betreffende de soevereiniteit van de Staat onderhandelen of dergelijke verbintenissen aangaan zonder daartoe uitdrukkelijk door het Parlement te zijn gemachtigd.

8. Contacten met regimes of personen die de mensenrechten ernstig schenden, zijn alleen toegestaan als ze er uitdrukkelijk toe strekken een einde te maken aan die schendingen. Het Parlement zal daarover vooraf om advies worden gevraagd.

II. WERKWIJZE

1. De regering licht de gespecialiseerde commissies van het Parlement in over haar contacten met regimes of personen die de mensenrechten ernstig schenden. Ze verstrekt onder meer de volgende inlichtingen :

a) Vóór die contacten plaatshebben, legt de regering een verantwoordingsnota voor die ten minste de volgende gegevens bevat :

­ een analyse van de situatie;

­ haar plannen voor contacten;

­ de beoogde doelstellingen en de verantwoording van de gegrondheid ervan;

­ de overwogen demarches;

­ de verwachte of verhoopte resultaten;

­ de criteria voor de beoordeling van het welslagen.

b) Nadat die contacten hebben plaatsgehad, legt de regering binnen zeven dagen een evaluatienota voor die ten minste de volgende gegevens bevat :

­ een verslag over die contacten;

­ de bereikte resultaten;

­ de evaluatie ten aanzien van de verhoopte resultaten;

­ een bijgewerkte analyse van de situatie.

2. Tijdens haar reizen naar het buitenland laat de regering zich vergezellen door een parlementaire delegatie die is samengesteld uit leden van de meerderheid en van de parlementaire oppositie. Die delegatie brengt bij de gespecialiseerde commissies verslag uit over haar bezoek.

3. De regering beperkt haar contacten niet tot de officiële autoriteiten. Ze dient ook de democratische oppositiebewegingen, de vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties en de vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld te ontmoeten.