2-507/3 | 2-507/3 |
14 NOVEMBER 2000
De hoofdindiener wijst op de beperkte draagwijdte van het voorliggend voorstel van resolutie. De tekst beoogt het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen, zoals voorzien in de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Het voorstel handelt bijgevolg niet over de manier waarop de terugkeer moet worden uitgevoerd, maar besteedt vooral aandacht aan de internationale principes betreffende de vluchtelingenproblematiek die ook in het dossier van de Palestijnse vluchtelingen zouden dienen te worden toegepast.
Derhalve wordt in het voorstel van resolutie aan de Belgische regering gevraagd het probleem van de Palestijnse vluchtelingen ter sprake te brengen op de Europese Ministerraad en bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
De senator wijst erop dat zijn. voorstel van resolutie net voor het parlementair zomerreces werd ingediend en dat er zich sedert juli heel wat nieuwe feiten hebben voorgedaan zodat de situatie op het terrein sterk is geėvolueerd.
De Belgische Senaat heeft in de loop van deze legislatuur het vredesproces in het Midden-Oosten van dichtbij opgevolgd. In de herfst van vorig jaar heeft de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging naar aanleiding van de bespreking van en de instemming met de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israel, anderzijds, een aantal vergaderingen gewijd aan de Israelisch-Palestijnse kwestie. De besprekingen mondden uit in een voorstel van resolutie « betreffende het standpunt van Belgiė in de verhoudingen tussen de Europese Unie en de Staat Israel (Stuk Senaat, nr. 2-221/1).
Het geamendeerde voorstel van resolutie werd op 21 december 1999 door de commissie aangenomen (Stuk Senaat, nr. 2-221/4).
In punt 3 van deze resolutie vraagt de Senaat aan de regering om jaarlijks bij de Senaat een verslag in te dienen en toe te lichten over de uitvoering van de Euro-Mediterrane Overeenkomst en eveneens verslag uit te brengen over de situatie van de mensenrechten in de Israėlisch-Palestijnse regio.
Op geregelde tijdstippen heeft het Parlement de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken gehoord over de evolutie van het Israėlisch-Palestijns vredesproces. In de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat is dit op 11 oktober 2000, op 7 november 2000 en op 14 november 2000 gebeurd. Bovendien heeft de commissie op 17 oktober grondig van gedachten gewisseld met de heer Shaoul Amor, ambassadeur van Israėl in Belgiė, met de heer Chawki Armali, algemeen Palestijns afgevaardigde in ons land en met mevrouw Colette Avital, lid van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen van de Knesset.
Op 19 oktober 2000 greep in de Senaat een ontmoeting plaats met de heer Shimon Peres, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede.
De hoofdindiener van het voorstel van resolutie leidt uit deze gedachtewisselingen en uit de informatie bezorgd door de minister van Economische Zaken (1) dat handels- en douane-akkoorden geschonden zijn.
Daarom vraagt de hoofdauteur van het voorstel van resolutie als principeverklaring aan te houden en daarnaast een tweede resolutie op te stellen die de kwestie van de economische problematiek en de bilaterale onderhandelingen tot voorwerp heeft. Een andere mogelijkheid is het voorliggende voorstel van resolutie te herschrijven en uit te breiden. Hij is zelf van oordeel dat de eerste mogelijkheid, gezien de beperktheid en de actualiteitswaarde, meer mogelijkheden biedt. In elk geval dient er snel gehandeld te worden.
De voorzitter is het ermee eens de tekst van het voorstel van resolutie niet te wijzigen. De leden kunnen dan desgewenst zo snel mogelijk een tweede voorstel van resolutie betreffende de economische problematiek indienen.
Verder suggereert de voorzitter om in considerans A het woord « ook » te voegen tussen de woorden « als er » en « een rechtvaardige oplossing ». Het gaat hier immers over een belangrijk probleem, maar het is niet het enige.
Omwille van de duidelijkheid stelt de voorzitter tenslotte voor om in het dispositief het probleem expliciet te vernoemen en de woorden « het probleem » te vervangen door de woorden « het probleem van de Palestijnse vluchtelingen ».
De hoofdindiener van het voorstel van resolutie gaat hiermee akkoord.
De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken bevestigt dat de regering deze kwestie zeker naar voor zal brengen op Europees en UNO-niveau. Het onderwerp is overigens op de verschillende Europese raden Algemene Zaken ten berde gebracht.
Verder volgt hij de gedachtegang van de indieners van het voorstel van resolutie. Het voorstel van resolutie werd een aantal weken geleden geformuleerd en vandaag is het noodzakelijk om een vlugge oplossing van de gewelddadigheden te bewerkstelligen. De indruk mag echter niet gewekt worden dat het probleem van de vluchtelingen het enige probleem is.
Een bijkomend drukkingmiddel vanwege het Parlement, in de vorm van een tweede resolutie, zou de Regering dus goed uitkomen om uiteindelijk te komen tot een definitief statuut voor de Palestijnse bevolking, zodanig dat de vluchtelingen naar hun roots kunnen terugkeren en dat er een regeling voor de vergoedingen kan worden uitgewerkt.
Een lid verklaart het eens te zijn met de minister. Het geweld houdt aan. Er vallen honderden doden en gewonden. De akkoorden van Oslo en van Camp David worden niet nageleefd. Er komen steeds nieuwe Joodse nederzettingen bij.
Om tot een billijke en loyale vrede te komen die geen enkele partij bevoordeelt, moeten de beginselen van de vredesakkoorden worden vastgelegd in een tweede resolutie.
Het tweede aspect handelt over de economische problemen meer bepaald het embargo op Palestijnse producten.
Hetzelfde lid verklaart bereid te zijn het voorliggend voorstel van resolutie goed te keuren ook al vindt hij dat het ruimer opgevat moet zijn. De regering kan deze resolutie als hefboom gebruiken om Israėl onder druk te zetten. Het lid merkt op dat toen de heer Peres bij de Senaat op bezoek was, men hem vragen heeft gesteld over het vluchtelingenprobleem doch dat de heer Peres de terugkeer van de vluchtelingen afhankelijk stelt van het bestaan van de Staat Israėl. Hij noteert dat diens antwoorden regelrecht ingaan tegen de rol die een Nobelprijswinnaar kan spelen in het vredesproces.
Een ander lid zegt zijn steun toe aan het voorliggend voorstel van resolutie. Hij beschouwt het als belangrijk dat het door 9 senatoren werd ondertekend.
Hij verwijst naar het voorstel van resolutie betreffende het standpunt van Belgiė in de verhoudingen tussen de Europese Unie en de Staat Israėl, op 7 december 1999 ingediend door mevrouw Laloy c.s. en door de Senaat aangenomen op 23 december 1999 (cf. Stuk Senaat nr. 2-221). Het wil jaarlijks bij de Senaat een verslag doen indienen en toelichten over de uitvoering van de Euro-mediterrane Overeenkomst, en eveneens verslag doen uitbrengen over de situatie van de mensenrechten in de Israėlisch-Palestijnse regio. Hij stelt daarom voor dat de commissie na de goedkeuring van het voorstel van resolutie de overeenkomst evalueert. Dat brengt niet alleen samenhang in de werkzaamheden van de Senaat maar bovendien wordt zo ook rekening gehouden met de argumenten van een aantal commissieleden.
Een lid verklaart het inhoudelijk eens te zijn met het voorstel van resolutie doch zegt te betreuren dat het een discrepantie vertoont met de gebeurtenissen ter plaatse. Voor hem is het de vraag welke reacties de resolutie zal losweken in de media en bij de andere observatoren. Het gebeurt niet zo vaak dat de Senaat zich uitspreekt over het Palestijnse probleem. Kunnen de indieners de tekst niet licht amenderen door er drie regels aan toe te voegen over het definitieve statuut van Jeruzalem, het geweld en het probleem van de nederzettingen zodat de resolutie nauwer aansluit bij de ontwikkelingen ter plaatse ?
De hoofdindiener van het voorliggend voorstel van resolutie stelt voor de tekst van het huidige voorstel samen te brengen met de op 21 december 1999 aangenomen resolutie (Stuk Senaat nr. 2-221/4). Dit kan op een week gebeuren.
De voorzitter stelt tot besluit voor dat het voorstel van resolutie door middel van amendementen wordt aangepast aan de wens tot actualisering. Onmiddellijk na de indiening van deze amendementen zal het voorstel opnieuw op de agenda worden geplaatst.
De commissieleden verklaren het hiermee eens te zijn.
Mevrouw Laloy c.s. dienen een amendement nr. 1 in (Stuk Senaat nr. 2-507/2), om de draagwijdte van de resolutie te verruimen als overeengekomen tijdens de commissievergadering van 7 november 2000. Via hun amendement stellen zij voor de toelichting, de consideransen en het dispositief van het voorstel te vervangen en daarbij rekening te houden met de bespreking in de commissie.
De heer Destexhe stelt bij amendement nr. 6 (cf. Stuk Senaat nr. 2-507/2) voor, amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s. te subamenderen. De indiener wil het laatste lid van de toelichting doen vervallen.
Na het advies van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken te hebben gehoord beslissen de commissieleden eenparig de eerste volzin van het laatste lid in de toelichting te doen vervallen en de tweede volzin te doen luiden als volgt; « De Europese Unie erkent de politieke, economische en geostrategische dimensie van Palestina. »
Amendement nr. 6, aldus geamendeerd, wordt aangenomen bij eenparigheid van de tien aanwezige leden.
Mevrouw Thijs dient amendement nr. 2 in (zie Stuk Senaat nr. 2-507/2) dat ertoe strekt in considerans A de problemen waarvoor een rechtvaardige oplossing noodzakelijk is te benoemen.
Het amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Mevrouw Thijs dient amendement nr. 3 in (Stuk Senaat nr. 2-507/2), dat ertoe strekt een nieuwe considerans toe te voegen met het oog op de actualisering van de tekst.
Het amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Na een uitgebreide gedachtewisseling, beslist de commissie bij eenparigheid considerans A van het voorstel van de heer Maertens, geamendeerd door het amendement nr. 2 van mevrouw Thijs, in te voegen als eerste considerans in het amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s.
De commissie beslist bij eenparigheid amendement nr. 3 van mevrouw Thijs als tweede considerans in te voegen in het amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s.
Met amendement nr. 7 (stuk Senaat 2-507/2) als subamendement op amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s. stellen mevrouw Laloy en de heer Daif voor een zesde gedachtestreepje toe te voegen aan het laatste lid van de consideransen.
Amendement nr. 7 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Na de goedkeuring van amendement nr. 7 dient mevrouw Laloy een amendement nr. 8 in (Stuk Senaat, nr. 2-507/2), subamendement op amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s., om in het dispositief punt 7 te doen vervallen.
Amendement nr. 8 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Na een uitgebreide gedachtewisseling, beslist de commissie bij eenparigheid het dispositief van het voorstel van de heer Maertens in te voegen als nieuw punt 8 van het dispositief in het amendement nr. 1 van mevrouw Laloy c.s.
De voorzitter dient een mondeling subamendement in op het nieuw punt 8, dat ertoe strekt de woorden « dit probleem » te vervangen door de woorden « het probleem van de Palestijnse vluchtelingen ».
Mevrouw Thijs dient amendement nr. 4 in (Stuk Senaat nr. 2-507/2), dat ertoe strekt in het dispositief tussen de woorden « probleem » en « ter sprake brengen » het volgende in te voegen, luidende : « samen met de andere knelpunten waarvoor volgens het Sharm el-Cheikh-akkoord van 4 september 1999 een definitieve oplossing moest uitgewerkt worden tegen ten laatste 13 september 2000, ».
Amendement nr. 4 wordt door de indiener ingetrokken.
Mevrouw Thijs dient amendement nr. 5 in (Stuk Senaat nr. 2-507/2), dat ertoe strekt na punt 1 van het dispositief een nieuw punt in te voegen, luidende : « bij de betrokken partijen in het conflict erop aan te dringen de gewelddadigheden stop te zetten en dadelijk de onderhandelingen te hervatten ».
Amendement nr. 5 wordt door de indiener ingetrokken.
Het aldus gesubamendeerde amendement nr. 1 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Na een uitgebreide gedachtewisseling, beslist de commissie bij eenparigheid het opschrift van het voorstel van resolutie te wijzigen als volgt « Voorstel van resolutie betreffende de Israėlisch-Palestijnse kwestie ».
Het aldus geamendeerde voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteurs, Marie-José LALOY. Mohamed DAIF. |
De voorzitter, Marcel COLLA. |
(1) Het betreft antwoorden van de minister van Economische Zaken op de mondelinge vragen gesteld in de Kamer van volksvertegenwoordigers over de import van producten uit de door Israėl bezette gebieden en provincies en over een vraag in de Senaat over de implementatie van handelsakkoorden tussen de Europese Unie en Israėl, en de controle van de Belgische douane hierop.