Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-24

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 751 van de heer Van Quickenborne d.d. 30 juni 2000 (N.) :
Gevangenisbevolking. ­ Vooropgestelde daling. ­ Drugsverslaafden. ­ Vervangende gevangenisstraf.

Een paar maanden geleden kondigde de geachte minister aan dat drugsverslaafden die werden veroordeeld tot niet meer dan drie jaar gevangenisstraf hun cel binnenkort mogen verlaten. Een omzendbrief werd daartoe verzonden aan de gevangenisdirecties.

Hoever staat de geachte minister met de concretisering van deze intentie ? Welke is het vooropgestelde tijdsschema ? Hoeveel gevangenen zijn via de omzendbrief reeds vrijgekomen ? Wie controleert de opvolging van de voorwaarden die verbonden zijn aan de vrijlating ?

Tegelijk verzond de geachte minister nog drie andere omzendbrieven die moeten bijdragen tot een daling van de gevangenisbevolking. In één ervan stelt hij voor om de vervangende gevangenisstraf niet langer te laten uitvoeren.

Wat zijn hiervan de gevolgen ? Betekent dit dat als een veroordeelde zijn boete niet kan (of wil) betalen en kiest voor de vervangende gevangenisstraf, de strafrechterlijke veroordeling de facto tot nihil zal herleid worden ? Het college van procureurs-generaal zou overleggen met de minister van Financiën omtrent deze circulaire. Wat zijn de resultaten van het overleg ?

Antwoord : 1. De omzendbrief met betrekking tot de voorlopige invrijheidstelling van bepaalde drugsverslaafde veroordeelden met het oog op aangepaste behandeling en/of begeleiding is van kracht sinds 29 februari 2000.

Sindsdien werden vier gedetineerden krachtens deze omzendbrief voorlopig in vrijheid gesteld.

De controle op de naleving van de voorwaarden wordt uitgeoefend door de justitieassistent. Ook de drugshulpverlener heeft hierin een rol te spelen. Wanneer de begeleiding/behandeling dreigt fout te lopen of door de betrokkene eenzijdig wordt stopgezet, moet dit worden meegedeeld aan de justitieassistent.

2. Een volledig antwoord op het tweede punt van de vraag zal binnenkort aan het geachte lid meegedeeld worden. In ieder geval kan ik hem reeds informeren dat er geen overleg met betrekking tot dit onderwerp heeft plaatsgevonden tussen het college van procureurs-generaal en het ministerie van Financiën. Daarentegen is er wel overleg gepleegd tussen dit ministerie en de gerechtsdeurwaarders om de inning van de geldboeten te optimaliseren.