2-78

2-78

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 16 NOVEMBER 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de minister van Financiën over «het kadastraal inkomen en de defederalisering van de bevoegdheid dienaangaande» (nr. 2-379)

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). In De Standaard van 6 november jongstleden hield professor Wim Moesen van de universiteit van Leuven een pleidooi voor de herziening van het kadastraal inkomen en het moduleren van de registratierechten. Dat kadastraal inkomen staat gelijk met de waarde waarop een onroerend goed belast wordt en wordt in principe voor een periode van tien jaar vastgelegd. Door een gebrek aan politieke moed is er sedert 1976 geen perequatie van de kadastrale inkomens geweest. De indexering die sinds 1991 is ingevoerd, houdt nauwelijks de reële waarde van de onroerende goederen bij.

Het Sint-Hedwigakkoord hevelt de bevoegdheden voor het kadastraal inkomen en de onroerende voorheffing volledig over naar de gewesten. Die overheveling zal niet eenvoudig zijn aangezien de grondbelasting repercussies heeft op de federale personenbelasting. Het kadastraal inkomen moet worden aangegeven als een belastbaar inkomen en onder bepaalde voorwaarde geeft een deel van de onroerende voorheffing recht op belastingvermindering.

Heeft de regering in afwachting van de volledige overdracht aan de gewesten nog concrete plannen voor de onroerende voorheffing en het kadastraal inkomen? Meent de regering dat het kadastraal inkomen representatief is voor de actuele waarde van een onroerend goed?

Is de regering zich bewust van de eventuele repercussies van de defederalisering van het kadastraal inkomen en de onroerende voorheffing op de federale personenbelasting? Op welke manier wil ze de eventuele verschillen tussen de gewesten inzake kadastraal inkomen en onroerende voorheffing opvangen?

Is de regering van plan om de administratie van het kadaster aan de deelstaten over te dragen?

Heeft de regering met het oog op de overheveling al initiatieven genomen om het Sint-Hedwigakkoord concreet voor te bereiden en uit te voeren en zo ja, welke?

De minister heeft vandaag in de Financieel Economische Tijd wellicht ook gelezen dat er over dat akkoord gedurende enkele dagen is onderhandeld, maar dat de regering nog niets heeft gedaan voor de uitvoering van het principiële akkoord.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Het is nog te vroeg om een klaar en duidelijk antwoord te geven op sommige vragen van de heer Van Quickenborne. Ik heb geen nieuwe ontwerpen klaar in verband met de overheveling van het kadastraal inkomen of de onroerende voorheffing naar de gewesten. Maar misschien dienen we die over enkele maanden wel in.

Het Sint-Hedwigakkoord handelt inderdaad over de regionalisering van sommige belastingen op onroerende goederen. Op 26 oktober heb ik de heer de Clippele al geantwoord dat de gewesten op dat vlak nu al over een aantal bevoegdheden beschikken. Het is vandaag nog te vroeg om veel details te geven over de concrete uitvoering van die overdracht. Daarvoor verwijs ik naar de wetsontwerpen die de regering over enkele maanden bij het parlement zal indienen. Aangezien de overheveling pas in januari 2002 effectief moet gebeuren, hebben we nog enkele maanden de tijd.

Bijgevolg is het voorbarig vandaag uitspraken te doen over het akkoord en meer bepaald over een eventuele regionalisering van de administratie van het kadaster. Deze administratie is op het ogenblik bezig met het opstellen van een accuraat geïnformatiseerde gegevensbank van al het onroerend goed van het koninkrijk.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Misschien zijn mijn vragen voorbarig, maar ik hoop toch dat de minister het met mij eens is dat de volledige bevoegdheid inzake kadastraal inkomen en onroerende voorheffing naar de gewesten zal worden overgeheveld. Dat was immers de afspraak.

De onroerende voorheffing en het kadastraal inkomen hebben vandaag alleszins nog repercussies op de federale personenbelasting. Het moet duidelijk zijn dat bij een overheveling naar de deelstaten er maatregelen komen om een en ander op te vangen. Dat was de kern van mijn vraag, maar de minister wil zich daar blijkbaar nog niet over uitspreken.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Er is inderdaad een akkoord, maar ik moet nog een wetsontwerp uitwerken tot regeling van die overheveling en misschien moeten er daarnaast ook concrete maatregelen voor de administratie worden genomen. Het parlement krijgt later de gelegenheid zich over dat ontwerp uit te spreken.