2-78

2-78

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 16 NOVEMBER 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Justitie over źde interlandelijke adoptie en het spanningsveld tussen het decreet van de Vlaamse Gemeenschap enerzijds en de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek anderzijds╗ (nr. 2-374)

Mevrouw Martine Taelman (VLD). - Artikel 3 van het decreet van 15 juli 1997 voorziet in een systeem van beginseltoestemming voor adoptie. De Raad van State stelde in zijn advies van 21 januari 1997 op hoger vermeld decreet onder meer: "In werkelijkheid beoogt de ontworpen regeling de adoptie zelf te doen afhangen van het voldoen aan een aantal in het ontwerp bepaalde voorwaarden. Aldus treedt het ontwerp op het terrein dat aan de federale wetgever voorbehouden is, ... ..., dus dienen zij het ontwerp zo te herschrijven dat de kandidaat-adoptanten in elk geval vrij blijven om te adopteren, al doen zij geen beroep op de in het ontwerp bedoelde diensten en instellingen."

In Vlaanderen worden hiermee bedoeld Kind en Gezin en de erkende adoptieorganisaties.

Tot op heden bleef de federale wetgeving die de grond- en vormvoorwaarden voor adoptie regelt, namelijk de artikelen 343 tot 370 van het Burgerlijk Wetboek, ongewijzigd.

Sinds eind 1998 blijken bepaalde federale administraties echter, na mondelinge afspraken ter zake met Kind en Gezin, het Vlaamse systeem inzake interlandelijke adoptie voor bepaalde landen als verplicht te beschouwen. Een adoptie zonder beginseltoestemming via Kind en Gezin wordt voor deze landen niet gelegaliseerd door de federale administratie.

Zo wordt bijvoorbeeld voor Vietnam, zelfs na het volledig legaal doorlopen van de Vietnamese procedure, geen paspoort afgeleverd voor het geadopteerd kind door Vlaamse ouders indien zij niet de procedure hebben gevolgd via Kind en Gezin en de door haar erkende organisatie.

Werd er, sinds het in werking treden van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 15 juli 1997 iets gewijzigd aan de grondvoorwaarden om te adopteren?

Zo niet, kunnen federale administraties de Vlaamse procedure via Kind en Gezin dan beschouwen als conditio sine qua non voor het afleveren van de vereiste documenten voor interlandelijke adoptie, terwijl de Raad van State duidelijk stelt dat het opleggen van deze voorwaarden een federale bevoegdheid is?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Sinds het in werking treden van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap zijn de grondvoorwaarden om naar Belgisch recht te kunnen adopteren, zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, niet gewijzigd. Naar Belgisch recht is het bekomen van een getuigschrift van bekwaamheid en geschiktheid momenteel nog geen door het burgerlijk recht opgelegde voorwaarde om te adopteren.

Verder kunnen kandidaat-adoptanten die door bemiddeling van een erkende adoptiedienst of op zelfstandige wijze een interlandelijke adoptie wensen aan te gaan, maar toch een beginseltoestemming, dit wil zeggen een getuigschrift van bekwaamheid en geschiktheid om te adopteren wensen of moeten hebben, zich beroepen op de door de decreten van de Gemeenschappen ingestelde procedure.

Het spreekt echter voor zich dat het aan ieder vreemd land toekomt te bepalen onder welke voorwaarden kinderen in dat land kunnen worden geadopteerd en dus ook of een getuigschrift van bekwaamheid en geschiktheid vereist is. In de huidige context wordt zulk getuigschrift afgeleverd door de Gemeenschappen, op basis van hun decreten.

Het afgeven van paspoorten en de legalisatie van documenten uit het buitenland behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van het departement van Buitenlandse Zaken. Verder behoort de toegang tot het grondgebied tot de bevoegdheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Voor dit laatste moet ik natuurlijk opnieuw refereren aan wat ik in het eerste gedeelte van mijn antwoord heb gezegd.

Mevrouw Martine Taelman (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Op het terrein veroorzaakt het uitblijven van enige opvolging op federaal niveau van de Vlaamse adoptiewetgeving voor heel wat rechtsonzekerheid.

Ik zou er dus nogmaals willen op aandringen dat er snel duidelijkheid wordt geschapen. Een snelle behandeling van het desbetreffende wetsontwerp in Kamer of Senaat zou de rechtszekerheid van de burger ten goede komen.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - De voorbereiding van het wetsontwerp tot wijziging van de adoptiewetgeving dat wordt onderverdeeld in de interlandelijke adoptie en de adoptie in BelgiŰ, zal tegen het einde van dit jaar rond zijn. Het zal dus bij het begin van volgend jaar in Kamer en Senaat kunnen worden behandeld.