Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-22

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 782 van de heer Maertens d.d. 18 juli 2000 (N.) :
Zwitserland. ­ Toetreding tot de Europese Unie. ­ Bilaterale akkoorden. ­ Goedkeuring door het Parlement.

Op 21 mei 2000 heeft Zwitserland via een referendum met 67,2 % van de uitgebrachte stemmen zijn toetreding tot de EU goedgekeurd door de zeven bilaterale verdragen te aanvaarden die gestalte moeten geven aan de economische betrekkingen met de EU. Het Europees Parlement had deze verdragen reeds enkele weken voor het referendum unaniem goedgekeurd. Opdat ze nu ook op 1 januari 2001 in werking zouden kunnen treden, is alleen nog de goedkeuring van de vijftien nationale parlementen vereist vóór deze datum.

Graag had ik dan ook vernomen :

1. of deze bilaterale verdragen alleen door ons federaal parlement moet goedgekeurd worden of ook door de regionale parlementen en waarom;

2. welke de fase is waarin deze bilaterale verdragen zich op dit ogenblik op Belgische bestuurlijk niveau bevinden;

3. of het tot de beleidsoptie van de minister behoort deze verdragen nog ruim vóór 1 januari 2001 aan het parlement voor te leggen ? Zo ja, binnen welke termijn ? Zo neen, waarom niet ?

Antwoord : De zeven bilaterale verdragen tussen de Europese Unie en de Zwitserland, ondertekend te Luxemburg op 21 juni 1999, werden tijdens de onderhandelingen als een geheel behandeld en zijn aan elkaar gekoppeld door een clausule die voorziet in een gelijktijdige inwerkingtreding.

De parlementaire instemming is slechts voor één van de zeven verdragen vereist, met name de overeenkomst over het vrije verkeer van personen. De materies waarop de andere akkoorden betrekking hebben, zijn immers een exclusief Europese bevoegdheid. De Vijftien zijn overeengekomen dit akkoord uiterlijk op 1 januari 2001 te ratificeren. Op dit moment heeft slechts één lidstaat de ratificatieprocedure voltooid.

Wat België betreft, heeft de interministeriële conferentie voor het Buitenlands Beleid op 2 februari 2000 beslist dat deze overeenkomst een gemengd verdrag is. Ze heeft immers betrekking op materies die vallen onder de bevoegdheid van de gefedereerde entiteiten (de drie Gewesten en de drie Gemeenschappen) alsook van de federale overheid. Ze dient dus ter instemming te worden voorgelegd aan de respectievelijke parlementen.

Op federaal niveau is het ontwerp van wet houdende instemming met deze overeenkomst klaar om ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Ministerraad. Vervolgens zal het ontwerp van wet aan de Raad van State worden toegezonden. Daarna zal het worden voorgelegd aan het Parlement tijdens zijn volgende zitting in het najaar.