Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-22

ZITTING 1999-2000

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 792 van de heer de Clippele d.d. 20 juli 2000 (Fr.) :
Inkomstenbelastingen. ­ Commissies. ­ Niet-inwoners als verkrijgers.

Volgens artikel 57, 1º, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) moeten « alle commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn » verantwoord worden door individuele fiches (281.50) en een samenvattende opgave (325.50) in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt om als beroepskosten in aanmerking te kunnen komen.

Vóór 7 mei 1999 deelde de administratie der Directe Belastigen aan de schuldenaars van commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard mee dat niet door individuele fiches (281.50) noch met een samenvattende opgave (325.50) verantwoord moesten worden commissies, makelaarslonen, restorno's, gratificaties, vergoedingen en voordelen van alle aard toegekend aan niet-inwoners, ongeacht of het gaat om natuurlijke personen of rechtspersonen, voor wie zij inkomsten vormen volgens artikel 23, § 1, 1º, van het WIB 1992, op voorwaarde dat :

­ deze personen geen Belgische inrichting hebben volgens artikel 229 van het WIB 1992 noch een vaste inrichting volgens een door België gesloten internationale overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting;

­ deze inkomsten geen winst vormen voortkomend uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten als bedoeld in artikel 228, § 2, 3º, a, van het WIB 1992.

Deze afwijking gold evenwel niet voor niet-inwoners, natuurlijke personen of rechtspersonen, wanneer hun woonplaats of hun maatschappelijke zetel gelegen was in een land opgenomen in een lijst van de fiscus en in berichten verschenen vóór dat dan van 7 mei 1999.

Voortaan staan uitzonderingen inzake de verplichting fiches op te stellen bij betalingen aan verkrijgers niet-inwoners en de landenlijst waarvoor die verplichting bleef gelden, niet meer vermeld in de berichten aan de schuldenaars van commissies, makelaarslonen, handelsrestorno's, enz. Ofschoon dat niet duidelijk blijkt uit de genoemde berichten, kan men er redelijkerwijze toch van uitgaan dat wanneer die bedragen worden betaald aan schuldenaars niet-inwoners zij verantwoord moeten worden met de vereiste documenten.

Worden de commissies, makelaarslonen, handelsrestorno's, enz. betaald aan verkrijgers-inwoners op wie de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen van toepassing is, dan hoeft volgens de fiscus de schuldenaar van de inkomsten alleen dan bewijsstukken op te stellen wanneer hij voor de prestaties die tot die betalingen hebben geleid, van de verkrijger geen factuur heeft ontvangen en deze niet heeft geboekt.

Uit het bericht kan men evenwel niet afleiden of die aanpak ook geldt bij commissies, makelaarslonen, handelsrestorno's, enz. betaald aan verkrijgers niet-inwoners op wie gelijklopende boekhoudregels van toepassing zijn.

Omdat zij niet weten waar ze aan toe zijn stellen tal van belastingplichtigen een individuele fiche op voor elke betaling van commissies, makelaarslonen, handelsrestorno's enz. aan verkrijgers niet-inwoners zelfs wanneer ze een factuur ontvangen en boeken. Zodoende willen ze vermijden dat er bij de bedoelde bedragen nog een aanslag van 300 % komt, te verhogen met de aanvullende crisisbijdrage.

De moeilijke interpretatie van de administratieve richtlijnen leidt tot een objectief niet te verantwoorden administratieve rompslomp. Ik verzoek de geachte minister dan ook de volgende vraag te beantwoorden.

Wanneer commissies, makelaarslonen, handelsrestorno's enz. worden betaald aan verkrijgers-inwoners, op wie de jaarrekeningenwet van 17 juli 1975 van toepassing is, worden de individuele fiches (281.50) en een samenvattende opgave (325.50) alleen dan opgesteld wanneer de schuldenaar geen factuur van de verkrijger heeft ontvangen noch geboekt voor prestaties die tot deze betalingen hebben geleid. Geldt deze aanpak eveneens voor gelijksoortige betalingen aan verkrijgers niet-inwoners op wie gelijklopende boekhoudregels van toepassing zijn ?

Ik wijs er u ten slotte op dat deze vraag niet uitsluitend over één bepaald geval handelt maar tot doel heeft over de hele lijn tot klaarheid te komen.