Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-22

ZITTING 1999-2000

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer

Vraag nr. 700 van de heer Van Quickenborne d.d. 30 mei 2000 (rappel van 27 juli 2000) (N.) :
E-government. ­ Responsability disclaimers. ­ Interactieve sites.

Op 30 mei 2000 stelde ik u onder nr. 700 (Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 2-19 van 4 juli 2000, blz. 843-844), de volgende vraag :

« Belgiė loopt achterop wat e-government betreft : het gebruik van e-mail en internet voor communicatie van de overheid met burgers en bedrijven. Dat zegt een studie van Andersen Consulting over 20 landen. Ons land staat 18e, tussen Maleisiė en Mexico.

De studie werd bekendgemaakt in Londen. Ze bevestigt over ons land wat een week voordien bleek op de conferentie in Lissabon, van de topambtenaren van de EU-landen. Belgiė kwam daar niet voor op de lijst landen die « best practices » mochten presenteren voor de aanwending van informatie- en communicatietechnologie (ICT) door overheden.

Andersen ging in 20 landen op nationaal of federaal niveau na of elektronische communicatie mogelijk is voor 157 vormen van praktische dienstverlening, van de overheid aan burgers (nummerplaat, reispas, bouwaanvraag) en bedrijven (vergunningen). De Verenigde Staten en Singapore scoren vijfmaal beter dan Belgiė, Australiė en Canada viermaal, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk driemaal. Noorwegen, Spanje, Duitsland en Nederland tweemaal.

In welke mate en ten bedrage van hoeveel doet u inspanningen om het concept « e-government » in uw departement en op uw kabinet ingang te doen vinden ?

Heeft u een of meerdere websites onder uw beheer ? Zo ja, kan u de domeinnamen geven en het gemiddeld aantal bezoekers per maand per site ? Wie beheert de websites ? Welke is de prijs die daarvoor betaald wordt ?

Disclaimers beogen in principe de afstand van aansprakelijkheid in het voordeel van de websitehouder en worden dikwijls gepresenteerd als een opsomming van afgewezen aansprakelijkheden. Meestal gebeurt dat samen met de rechten die de websitehouder zichzelf uitdrukkelijk voorbehoudt, zoals auteursrechten en merkrechten. Er zijn verschillende soorten dergelijke disclaimers. De zogenaamde responsibility disclaimers, waarbij er een duidelijk onderscheid is tussen de eigenhandig op de website geplaatste inhoud en de inhoud die door derden ­ vaak « content providers » genoemd ­ werd geleverd. Daarnaast zijn er de zogenaamde liability disclaimers inzake de exactheid en de betrouwbaarheid van de eigen aangebrachte informatie. Hoe groter het risico dat iemand op de door jou geleverde informatie ingaat en daardoor lichamelijke of materiėle schade oploopt, des te groter de kans dat jouw aansprakelijkheid in het gedrang komt. Tot slot is er de privacy disclaimer. Het volledig vrij gebruiken en doorverkopen van zulke gegevens, zonder toestemming van de consument, wordt immers strikt aan banden gelegd door de Belgische privacywetgeving.

Maakt u op uw websites gebruik van een of meerdere van deze disclaimers ? Zo ja, welke ? Zo neen, vergroot u de kans op aansprakelijkheid niet bij het geven van verkeerde of onvolledige informatie ?

De meeste Belgische sites bieden enkel informattie aan (« publish ») en doen dit niet vertrekkend van de behoeften van de burger, maar vanuit hun eigen dynamiek en noden. Heeft u sites die vertrekken vanuit genoemde behoeften en met andere woorden interactief zijn ? Zo ja, op welke manier kan het publiek interageren ? Hoeveel mensen hebben hieraan reeds deelgenomen ? »

Tot op heden mocht ik dienaangaande nog geen antwoord ontvangen. Derhalve ben ik zo vrij deze vraag opnieuw aan u voor te leggen. Mag ik aandringen op een spoedige mededeling van uw standpunt ?