2-67

2-67

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 20 JULI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Mimi Kestelijn-Sierens aan de minister van FinanciŽn over ęde overgang naar de euroĽ (nr. 2-327)

De voorzitter. - De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen antwoordt namens de heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn.

Mevrouw Mimi Kestelijn-Sierens (VLD). - Wij vernamen dat de minister tijdens de bijeenkomst van 17 juli van de ministers van FinanciŽn van de Eurogroep "frontloading" heeft bepleit waarbij aan het grote publiek midden december 2001 naast euromunten ook eurobiljetten van 1 en 5 euro ter beschikking zouden worden gesteld. Wij treden de minister daarin bij. De mogelijkheid om al vroeg euro's in handen te hebben zal het voor de consument gemakkelijker maken om vertrouwd te geraken met de nieuwe munteenheid. Volgens Fedis heeft de consument het voorbije jaar een bijzonder lauwe houding tegenover de euro aangenomen. Een studie van de Europese Commissie heeft dat bevestigd. BelgiŽ scoort echter niet zo slecht. Toch is er nood aan een brede maar ook gerichte informatie- en communicatie-inspanning om de consument te interesseren en voor te bereiden op de euro. De overheid rekent in belangrijke mate op de particuliere sector voor de succesvolle overgang. Toch is de invoering van de euro een politieke beslissing en draagt de overheid hierin de hoofdverantwoordelijkheid.

Welke initiatieven zal de regering nemen om het grote publiek verder voor te bereiden op de invoering van de euro? De Europese Centrale Bank heeft inmiddels een initiatief genomen. Kan de minister toelichting geven op de aangekondigde campagne van het Commissariaat van de euro?

Kan het Belgisch scenario voor de overgangsfase, dat door het Commissariaat-generaal voor de euro werd bijgewerkt in februari, als definitief worden bestempeld?

Is er reeds een beslissing genomen wie uiteindelijk de kosten zal dragen voor de gratis omruiling van de nationale munt in euro?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - De voorbereidingen op de overgang naar de euro worden in BelgiŽ gecoŲrdineerd door het Commissariaat-generaal voor de euro. Binnen deze structuur is er een specifieke werkgroep, onder het voorzitterschap van de Federale Voorlichtingsdienst, die zich bezighoudt met de communicatie naar het grote publiek. In de communicatieplannen is bepaald dat de informatie-initiatieven via de massamedia vanaf het einde van dit jaar zullen worden hervat. In de eerste helft van 2001 zal de bevolking opnieuw worden gesensibiliseerd voor de definitieve overgang naar de euro en vanaf september 2001 zal zeer intensief worden geÔnformeerd over de karakteristieken van de euromunten en -biljetten opdat de burgers goed zouden weten hoe de echte euro's er uitzien. Tijdens de hele campagne zal bijzondere aandacht worden besteed aan de kwetsbare bevolkingsgroepen, voor wie specifiek educatief materiaal wordt ontwikkeld.

Op 11 februari 2000 heeft de ministerraad nota genomen van "Het Belgische scenario voor de overgang op de chartale euro". Dit overgangsplan is nog niet helemaal voltooid. Bepaalde aspecten worden nog uitgewerkt en gepreciseerd. Zo is er de voorafgaande bevoorrading van de particulieren met euromunten. Vanaf 15 december 2001 zal het grote publiek zich ťťn of meerdere eurominikits ter waarde van 12,40 EUR of 500 Belgische frank kunnen aanschaffen, maar het Commissariaat is nog steeds op zoek naar bijkomende distributiekanalen. Verder zijn er de organisatie van de logistieke operatie en de bijhorende veiligheidsmaatregelen die nog verder worden gepreciseerd. Ten slotte moeten er nog een aantal budgettaire beslissingen worden genomen betreffende de verdeling van de uitzonderlijke kosten die met de omwisselingsoperatie gepaard gaan. Voor deze laatste twee aspecten heeft de ministerraad, aansluitend op de kennisname van het voorlopige overgangsscenario op 11 februari, twee interministeriŽle werkgroepen opgericht die de problematiek onderzoeken.

Het is duidelijk dat het welslagen van de overgang naar de chartale euro afhangt van de medewerking van de betrokken sectoren. Het voortzetten van de vrijwillige en onontbeerlijke samenwerking tussen de verschillende partijen is nauw verbonden met een aantal budgettaire beslissingen die het, geheel of gedeeltelijk, mogelijk maken de ongebruikelijke kosten ten laste te nemen die verschillende actoren zullen oplopen om de Europese eenheidsmunt zonder strubbelingen in omloop te brengen. In het bijzonder betreffen deze de kosten van de voorafgaande bevoorrading, de kosten van de terugtrekking van de muntstukken in Belgische frank, en het nemen van aangepaste veiligheidsmaatregelen. Zodra over deze kostenelementen meer duidelijkheid bestaat, zal de ministerraad hierover een principebeslissing nemen.

Mevrouw Mimi Kestelijn-Sierens (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. We kunnen over deze materie moeilijk in detail treden aangezien de minister van FinanciŽn niet aanwezig is. Ik vraag mij wel af of de door de Europese Centrale Bank gelanceerde en gefinancierde campagne van 120 miljoen voldoende zal zijn om het brede publiek te informeren. De Europese Commissie zal in september eerstkomend de lidstaten concrete aanbevelingen doen. Ik ben van plan om de minister van FinanciŽn dan nog eens te ondervragen.