2-67

2-67

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 20 JULI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Michiel Maertens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Financiën over «de toepassing van de handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Israël en het Belgisch douaneonderzoek terzake» (nr. 2-336)

De voorzitter. - De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, en namens de heer Didier Reynders, minister van Financiën.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Gisteren heeft de minister in zeer algemene bewoordingen geantwoord op een vraag van mevrouw Laloy over de handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Israël. Reeds op 12 juni 2000 verklaarde hij echter in de Kamer dat de Belgische douane van haar Israëlische collega's een positief antwoord heeft ontvangen op de vraag naar de oorsprongstatus van de goederen die bij een a posteriori onderzoek volgens de voorkeursregels werden ingevoerd uit door Israël bezette gebieden, waaronder de Israëlische nederzettingen die uit het handelsakkoord zijn gesloten.

Graag had ik in detail vernomen over welke producten het precies ging, of onze douane het antwoord van Israël voldoende heeft geacht dan wel of zij meer uitleg heeft gevraagd betreffende de uitvoering van de verplichtingen die de importeurs op zich hadden genomen? Heeft de Belgische douane deze informatie aan de Europese Commissie bezorgd? Welke voorstellen heeft zij hierbij geformuleerd en wat was de reactie op deze voorstellen?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - De minister van Financiën en de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken hebben mij verzocht in hun naam te antwoorden.

De minister van Financiën heeft in zijn antwoord van 6 juli 2000 meegedeeld dat op basis van gegevens verstrekt door de Europese Commissie aan de Belgische administratie der douane en accijnzen negen certificaten inzake goederenverkeer UER 1 werden onderworpen aan de controleprocedure a posteriori.

Deze controles a posteriori werden uitgevoerd op wijn- en cosmeticaproducten. Het ging om witte, rode en rosé wijn met GS code 22.04 en cosmetica voor huid- en haarverzorging met GS code 33.04.

Voor één certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 hebben de Israëlische autoriteiten reeds een antwoord gegeven, waarin de Israëlische oorsprong van de cosmeticaproducten wordt bevestigd. De Belgische administratie houdt het antwoord echter in beraad omdat ze nog geen antwoord heeft ontvangen aangaande de andere acht aan controle onderworpen certificaten.

De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken verklaart dat de Europese Unie en België veel betekenis hechten aan de correcte toepassing van alle bepalingen van de overeenkomsten die hen aan Israël binden en in het bijzonder aan de naleving van de territoriale overeenkomsten, met name wat de regels van oorsprong betreft. Het douanecomité dat onder de minister van Financiën ressorteert, is belast met deze problematiek. Normaliter moesten de ministers van Buitenlandse Zaken tijdens een lunch die op 13 juni jongstleden zou plaatsvinden ter gelegenheid van de eerste zitting van de Associatieraad tussen de Europese Unie en Israël een balans opmaken van de moeilijkheden die het geachte lid vermeldt. Die lunch moest, gelet op de omstandigheden van het ogenblik - de begrafenis van de Syrische president - jammer genoeg worden afgelast.

De Commissie zet haar onderzoek voort en onderhoudt contacten met de douaneautoriteiten van de lidstaten ten einde de akkoorden en de Europese wetgeving uit te voeren en de lidstaten te helpen bij de controle van de oorsprong van ingevoerde producten.

De verklaring van Barcelona heeft de basis gelegd voor de realisatie van een ruimte van vrije Euro-Mediterrane handel. Daartoe moet de handel in het gebied op grond van dezelfde oorsprongsregels verlopen. De naleving van de regels van oorsprong zal bijdragen tot de regionale integratie van het gebied.

Dit complexe dossier biedt de mogelijkheid om de protocols betreffende de oorsprong te wijzigen ten einde de Euro-Mediterrane cumulatie mogelijk te maken. De Europese Unie en haar partners van het Middellandse-Zeegebied, met name Israël, moeten deze ideeën nog voort uitwerken. Wij komen hier zeker nog op terug.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - In het eerste deel van de uiteenzetting van de minister worden mijn vragen volledig beantwoord.

Aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken heb ik evenwel geen vragen gesteld. Wellicht verwart hij mijn vraag met de vraag om uitleg die mevrouw Laloy gisteren heeft gesteld want het antwoord is identiek hetzelfde.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Te veel ijver vanwege de regering kan wellicht geen kwaad.