(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De voorbije tijd wordt de actualiteit in de regio Kortrijk beheerst door de toenemende criminaliteit, vooral in het milieu van de (jeugd)cafés. Een bende Albanezen teisterde de uitgaande jeugd en ging daarbij vrij bruut tekeer. De schrik zit er dan ook diep in, niet alleen onder de uitgaande jeugd, maar ook onder de bevolking zonder meer.
Deze recente incidenten hebben tot gevolg dat eerstdaags een petitieactie wordt georganiseerd om de toenemende criminaliteit en onveiligheid te vertolken en aan te klagen.
Deze recente gebeurtenissen hebben onder de caféuitbaters een aantal vragen doen rijzen.
Zo leeft de vraag of een cafébaas maatregelen kan nemen wanneer hij een jongere met een zeker verleden als herrieschopper zijn café ziet binnentreden. Kan de uitbater van een café, discotheek of enig andere vermaakgelegenheid een dergelijke figuur de toegang tot zijn zaak weigeren ? Zo ja, hoe ? Of, op welke manier kan dit worden afgedwongen ? Kan dit zonder meer of heeft men een vonnis van de rechtbank nodig ? Kan men van de rechter een vonnis bekomen die een bepaald persoon verbiedt nog binnen een bepaalde straal van zijn café te komen ? Kan dit preventief, of moet de persoon in kwestie reeds een bepaald verleden hebben ? Kan men met andere woorden iemand waarvan men denkt dat hij voor problemen kan zorgen zomaar weigeren zijn zaak te betreden ? En, tot slot, kan men iemand zonder enige reden de toegang tot zijn zaak ontzeggen ?
Antwoord : Ik kan het geachte lid informeren dat het probleem van de Albanese bendes in het centrum van Kortrijk sinds medio januari 2000 is opgelost.
Door middel van doelgerichte acties hebben de gerechtelijke autoriteiten, in samenwerking met de gemeentelijke en politionele autoriteiten een einde gemaakt aan de rivaliteit tussen bendes van jonge Afrikanen en Albanezen, die de controle van een straat betwistten, wat toestaat deze jongeren te identificeren. Het openbaar ministerie is overgegaan tot arrestaties van een aantal onder hen wegens diefstal met geweld en diefstal met braak gepleegd omstreeks midden januari.
Geen enkele wettelijke basis kan door de caféuitbater worden ingeroepen om iemand, wegens vroegere gewelddaden de toegang tot zijn inrichting te weigeren. Het staat hem echter vrij op basis van een eigen intern reglement, de toegang tot zijn inrichting te weigeren aan een persoon die zich in het verleden zodanig heeft gedragen.
Als hij echter de toegang tot zijn zaak weigert wegens racistische motieven zou dit een inbreuk kunnen zijn op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden.
Overeenkomstig artikel 8, § 6, van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten zoals gewijzigd door de wet van 9 juni 1999, kunnen de veiligheidsagenten in het kader van de bewaking en controle van de voor het publiek toegankelijke plaatsen die een toegangscontrole impliceren, de toegang weigeren aan de personen die zich verzetten tegen een oppervlakkige controle van kleding en bagage of bij wie zij tijdens de controle een wapen of een gevaarlijk voorwerp vonden of deze die weigeren dit voorwerp af te geven.
Het gaat om een vrijwillige controle, uitgevoerd door een bewakingsagent van hetzelfde geslacht als de gefouilleerde persoon, en die een beroepsvorming, zoals bepaald door de Koning, heeft gevolgd en hiervoor geslaagd is.
Deze fouillering is niet systematisch en wordt enkel uitgevoerd in functie van het gedrag van de persoon, van materiële aanwijzingen of omstandigheden, waarbij de agent redelijkerwijs kan veronderstellen dat de betrokkene een wapen of een gevaarlijk object zou kunnen dragen en binnenbrengen, waardoor het goede verloop van het gebeuren of de veiligheid van de aanwezige personen zou kunnen in gevaar komen.
Deze controle kan enkel plaatshebben na te zijn toegestaan door de burgemeester.
Daarenboven moet aan een minderjarige de toegang tot een drankinrichting ontzegd worden op basis van artikel 1 van de wet van 15 juli 1960 tot de zedelijke bescherming van de jeugd.