2-283/4

2-283/4

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

24 MEI 2000


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 37 VAN DE HEER RAMOUDT EN MEVROUW TAELMAN

Art. 24

Het tweede lid de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 15 doen vervallen.

Verantwoording

In de artikelsgewijze verantwoording wordt geen uitleg verschaft waarom de beide universiteiten over een bijzondere regeling zouden moeten beschikken.

Het bevoordelen van enige instelling, hier de universitaire faculteiten van de Notre Dame de la Paix te Namen en de Sint-Aloysius te Brussel, is wettelijk ongegrond. Dergelijke bevoordelingen in de wet opnemen zijn niet gebruikelijk en kunnen het gelijkheidsprincipe schenden.

Nr. 38 VAN DE HEER RAMOUDT EN MEVROUW TAELMAN

Art. 26

Het voorgestelde artikel 17, § 3, vervangen door de volgende bepaling :

« § 3. Verenigingen waarvan het totaal van de ontvangsten, andere dan uitzonderlijke, zonder belasting over de toegevoegde waarde, 5 miljoen frank te boven gaat of die gemiddeld over het jaar en uitgedrukt in voltijdse equivalenten meer dan 2 personen, ingeschreven in het personeelsregister gehouden overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, tewerkstellen of die, gemiddeld over het jaar en uitgedrukt in voltijdse equivalenten, meer dan 30 personen ingeschreven in het personeelsregister gehouden overeenkomstig hetzelfde koninklijk besluit tewerkstellen, houden een boekhouding en maken hun jaarrekeningen op overeenkomstig de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en van de besluiten tot uitvoering ervan.

De Koning past de verplichtingen die voor deze verenigingen voortvloeien uit de besluiten uitgevaardigd overeenkomstig voornoemde wet aan, rekening houdend met de bijzondere aard van hun activiteiten en hun wettelijk statuut. De Koning kan het bovenvermelde bedrag van 30 miljoen frank aanpassen aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. »

Verantwoording

De cumul van 30 miljoen frank en meer dan 5 personen is een te ruim begrip en vereenvoudigt de controle niet. Daarenboven zou bijvoorbeeld een VZW een omzetcijfer van 150 miljoen frank kunnen hebben en slechts 3 voltijds equivalenten in dienst hebben zodat zij aan de verplichting van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding ontsnapt. Omwille van voornoemde overweging en teneinde oneerlijke concurrentie ten aanzien van andere vormen van rechtspersoonlijkheid tegen te gaan wordt 5 miljoen frank, welke reeds een behoorlijke activiteit impliceert, of 3 voltijds equivalenten, wat een aannemelijke intensiteit van werk veronderstelt, reeds als voldoende aanzien om onder de wetgeving inzake de verplichte boekhouding te vallen.

Didier RAMOUDT.
Martine TAELMAN.

Nr. 39 VAN DE REGERING

Art. 8

In § 2 van het voorgestelde artikel 3 de woorden « binnen zes maanden » vervangen door de woorden « binnen twee maanden » en de woorden « binnen twee jaar » door de woorden « binnen zes maanden ».

Verantwoording

Dit amendement verbetert een vergissing in de Kamerdocumenten in verband met de termijnen waarbinnen een vereniging de verbintenissen die de vereniging in oprichting is aangegaan vooraleer zij rechtpersoonlijkheid bezat, dient over te nemen.

Het ontworpen artikel 3, § 2, tweede zin (artikel 7 van het ontwerp) (Stuk Kamer, nr. 1854/1, blz. 77), luidde in het oorspronkelijk wetsontwerp als volgt :

« Tenzij anders is overeengekomen, zijn de personen die, in welke hoedanigheid ook, dergelijke verbintenissen aangaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk ingeval de verbintenissen niet worden overgenomen binnen twee maanden na verkrijging van de rechtspersoonlijkheid of indien de vereniging binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis geen rechtspersoonlijkheid heeft verkregen. »

Door het amendement nr. 3 (Stuk Kamer, nr. 1854/2, blz. 2) van de heren Willems en Verherstraeten werd voorgesteld in het voorgestelde artikel 3, § 2, tweede zin, de woorden « binnen twee jaar » te vervangen door de woorden « binnen zes maanden ».

Dit amendement werd door de Commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht eenparig aangenomen (Stuk Kamer, nr. 1854/7, blz. 34-35).

In de Kamerdocumenten is echter een vergissing geslopen bij de redactie van de tekst zoals aangenomen door die commissie (nr. 1854/8, blz. 4, artikel 8). Deze tekst luidt immers :

« Tenzij anders is overeengekomen, zijn de personen die, in welke hoedanigheid ook, dergelijke verbintenissen aangaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk ingeval de verbintenissen niet worden overgenomen binnen zes maanden na verkrijging van de rechtspersoonlijkheid of indien de vereniging binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis geen rechtspersoonlijkheid heeft verkregen. »

De tekst zoals aangenomen had in realiteit als volgt dienen te luiden :

« Tenzij anders is overeengekomen, zijn de personen die, in welke hoedanigheid ook, dergelijke verbintenissen aangaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk ingeval de verbintenissen niet worden overgenomen binnen twee maanden na verkrijging van de rechtspersoonlijkheid of indien de vereniging binnen zes maanden na het ontstaan van de verbintenis geen rechtspersoonlijkheid heeft verkregen. »

Dit amendement van de regering brengt dus deze bepaling in overeenstemming met de tekst zoals hij werd aangenomen in de Commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht.

Nr. 40 VAN DE REGERING

Art. 14

Dit artikel vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 14. ­ In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º In de Franse tekst wordt het woord « associés » vervangen door het woord « membres » en de woorden « membres présents » door de woorden « membres présents ou représentés ».

2º De Nederlandse tekst wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 7. ­ Op de algemene vergadering heeft ieder lid een stem en worden de besluiten genomen bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden, behalve in de gevallen waarin de statuten of de wet anders bepalen.

Over de punten die niet op de agenda voorkomen, mag geen besluit worden genomen, tenzij de statuten anders bepalen. »

Verantwoording

Deze wijziging, waarbij de woorden « of vertegenwoordigd » worden ingevoegd in artikel 7, eerste lid, van de wet van 27 juni 1921, wordt aangebracht om het in overeenstemming te brengen met het ontworpen artikel 8.

Nr. 41 VAN DE REGERING

Art. 22

Het derde lid van het voorgestelde artikel 13bis doen vervallen.

Verantwoording

De aansprakelijkheidsregeling van de dagelijkse bestuurders wordt ingelast in het voorgestelde artikel 14. Op deze manier bevat deze bepaling zowel de aansprakelijkheidsregeling van de dagelijkse bestuurders, als de aansprakelijkheidsregeling van de bestuurders, naar analogie van artikel 527 van het Wetboek van vennootschappen.

Nr. 42 VAN DE REGERING

Art. 23

Het 1º vervangen als volgt :

« 1º Het eerste lid wordt vervangen als volgt :

« De vereniging is aansprakelijk voor onrechtmatige daden die kunnen worden toegerekend aan haar aangestelden en aan de organen waardoor zij handelt. De bestuurders en de dagelijkse bestuurders zijn niet persoonlijk verbonden door de verbintenissen van de vereniging. Zij zijn alleen, overeenkomstig het gemeen recht, verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun bestuur. »

Verantwoording

De aansprakelijkheidsregeling van de dagelijkse bestuurders wordt ingelast in het voorgestelde artikel 14. Op deze manier bevat deze bepaling zowel de aansprakelijkheidsregeling van de dagelijkse bestuurders, als de aansprakelijkheidsregeling van de bestuurders, naar analogie van artikel 527 van het Wetboek van vennootschappen.

Nr. 43 VAN DE REGERING

Art. 27

Dit artikel vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 27. ­ Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 18. ­ De burgerlijke rechtbank van de plaats waar de vereniging haar zetel heeft, kan op verzoek van een lid, van een belanghebbende derde of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vereniging die :

1º niet in staat is haar verbintenissen na te komen;

2º haar vermogen of de inkomsten uit dat vermogen voor andere doeleinden aanwendt dan waarvoor zij is opgericht;

3º in ernstige mate in strijd handelt met de statuten, de wet of de openbare orde;

4º gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om een jaarrekening neer te leggen overeenkomstig artikel 17, § 5, tenzij een regularisatie van de toestand mogelijk is en plaatsvindt vooraleer uitspraak wordt gedaan over de grond van de zaak;

5º minder dan drie op geldige wijze verbonden leden telt.

De rechtbank kan bij het afwijzen van de eis tot ontbinding niettemin de vernietiging van de betwiste handeling uitspreken. »

Verantwoording

Dit amendement brengt twee materiële verbeteringen aan in de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 18. Het weglaten van de verwijzing naar § 3 van het ontworpen artikel 17 brengt het 4º van het ontworpen artikel 18 in overeenstemming met de tekst zoals aangenomen in de Commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht van de Kamer (amendement nr. 22 van de heer Vandenbossche c.s., Stuk Kamer, nr. 1854/4, blz. 5). Het woord « deelgenoten » werd vervangen door het woord « leden » in het 5º van het ontworpen artikel 18. Deze laatste wijziging is puur terminologisch en neemt de term over die gebruikt wordt in de andere bepalingen van de ontworpen wet.

Nr. 44 VAN DE REGERING

Art. 3bis(nieuw)

Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 3bis. ­ Voor artikel 1 van dezelfde wet wordt het volgende opschrift ingevoegd :

« Hoofdstuk I. ­ Belgische verenigingen zonder winstoogmerk. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen.

Nr. 45 VAN DE REGERING

Art. 36bis(nieuw)

Een artikel 36bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 36bis. ­ Voor artikel 26octies van dezelfde wet wordt het volgende opschrift ingevoegd :

« Hoofdstuk II. ­ Buitenlandse verenigingen zonder winstoogmerk. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen.

Nr. 46 VAN DE REGERING

Art. 37bis(nieuw)

Een artikel 37bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 37bis. ­ Voor artikel 26nonies van dezelfde wet wordt het volgende opschrift ingevoegd :

« Hoofdstuk III. ­ Openbaarmakingsformaliteiten. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen.

Nr. 47 VAN DE REGERING

Art. 39

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) het 1º wordt vervangen als volgt :

« 1º In de Franse tekst wordt het opschrift van titel II vervangen door de volgende opschriften :

« Titre II. ­ Des fondations

Chapitre I. ­ Des fondations d'utilité publique »;

B) het 5º wordt vervangen door wat volgt :

« 5º In de Nederlandse tekst worden het opschrift van titel II en de tekst van de artikelen 27 tot 43 vervangen door de volgende opschriften en de volgende tekst :

« Titel II. ­ Stichtingen

Hoofdstuk I. ­ Stichtingen van openbaar nut

Art. 27. ­ Eenieder kan, met goedkeuring van de regering, het geheel of een deel van zijn goederen bij authentieke akte of bij eigenhandig testament bestemmen voor de oprichting van een stichting van openbaar nut, die rechtspersoonlijkheid verkrijgt onder de hierna bepaalde voorwaarden.

Stichtingen in de zin van deze titel zijn alleen de instellingen die gericht zijn op het bevorderen, zonder winstoogmerk, van de filantropie, de godsdienst, de wetenschap, de kunst, de cultuur of de opvoeding.

Art. 28. ­ De authentieke verklaring die strekt tot oprichting van een stichting, wordt door de stichter ter goedkeuring voorgelegd aan de regering.

Sterft de stichter alvorens zijn verklaring aan de regering te hebben voorgelegd of is er geen uitvoerder van zijn uiterste wil, dan moeten de erfgenamen of de rechtverkrijgenden de authentieke akte of de uiterste wilsbeschikkingen aan de regering voorleggen.

De stichter kan zijn verklaring intrekken zolang deze niet is goedgekeurd. De erfgenamen of de rechtverkrijgenden zijn daartoe niet gerechtigd.

Indien de oprichting van een stichting voortvloeit uit een beschikking bij uiterste wil, kan de erflater een uitvoerder met recht van bezitneming benoemen om die beschikking ten uitvoer te brengen.

Art. 29. ­ Het koninklijk besluit tot goedkeuring stelt mede regels voor de toepassing.

Tenzij de stichter anders beschikt, gaan de rechten van de stichting terug, hetzij tot de dag waarop de oprichtingsakte aan de regering is voorgelegd, hetzij tot de dag waarop de stichter overleden is.

Art. 30. ­ De stichting heeft slechts rechtspersoonlijkheid wanneer haar statuten door de regering zijn goedgekeurd.

De statuten moeten vermelden :

1º het doel of de doeleinden waarvoor de stichting is opgericht;

2º de naam van de stichting en de plaats waar zij haar zetel heeft. Die zetel moet in België gelegen zijn;

3º de naam, het beroep, de woonplaats en de nationaliteit van de bestuurders, alsmede de wijze van benoeming van nieuwe bestuurders;

4º de bestemming van de goederen ingeval de stichting ophoudt te bestaan.

Art. 31. ­ De statuten van een stichting kunnen slechts worden gewijzigd door de wet of bij een overeenkomst tussen de regering en de meerderheid van de fungerende bestuurders.

Art. 32. ­ De statuten, de wijziging van de statuten, de benoeming, het vrijwillig of gedwongen ontslag van een bestuurder worden in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 33. ­ De statuten van een stichting kunnen bepalen dat in de vervanging van de bestuurders die ophouden hun opdracht te vervullen, wordt voorzien door toedoen van de nog fungerende bestuurders of dat, bij het openvallen van een plaats, de bestuurder wordt benoemd op de wijze door de statuten bepaald, hetzij door een openbare overheid, hetzij door een openbare instelling of door een stichting, hetzij door een vereniging of een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, hetzij door particulieren.

Art. 34. ­ Elk jaar leggen de bestuurders van een stichting de rekening en de begroting aan de regering voor binnen twee maanden nadat zij zijn opgemaakt.

De rekening en de begroting worden binnen dezelfde termijn bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

Art 35. ­ De stichting kan slechts die onroerende goederen in eigendom of anderszins bezitten, welke zij nodig heeft om haar taak te vervullen.

Art. 36 ­ Elke gift onder de levenden of bij testament aan een stichting behoeft machtiging van de regering. Machtiging is evenwel niet vereist voor de aanneming van giften van roerend goed waarvan de waarde niet hoger is dan 400 000 frank. De Koning kan dat bedrag aanpassen aan de muntontwikkeling.

Art. 37. ­ De oprichting van een stichting en de giften onder de levenden of bij testament aan een stichting laten de rechten van de schuldeisers of de erfgenamen met wettelijk erfdeel van de stichters, schenkers of erflaters onverkort.

Zij kunnen de vernietiging van handelingen verricht met bedrieglijke benadeling van hun rechten en zelfs de ontbinding van de stichting en de vereffening van haar goederen in rechte vorderen.

Art. 38. ­ De bestuurders van een stichting hebben de bevoegdheid die hun door de statuten wordt toegekend. Zij vertegenwoordigen de stichting in en buiten rechte.

De goederen van de stichting strekken tot waarborg voor de in haar naam aangegane verbintenissen.

Art. 39. ­ De stichting is burgerlijk aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van haar aangestelden, bestuurders of andere organen die haar vertegenwoordigen.

Art. 40. ­ De regering draagt er zorg voor dat de goederen van een stichting worden aangewend voor het doel waarvoor zij is opgericht. De burgerlijke rechtbank van de plaats waar de stichting is gevestigd, kan op vordering van het openbaar ministerie het ontslag uitspreken van de bestuurders die blijk geven van nalatigheid of ongeschiktheid, die de verplichtingen welke hun door de wet of de statuten zijn opgelegd, niet nakomen of de goederen van de stichting aanwenden voor een doel waarvoor zij niet zijn bestemd of dat in strijd is met de openbare orde.

In dat geval worden nieuwe bestuurders benoemd overeenkomstig de statuten, dan wel aangesteld door de regering indien de rechtbank het beslist.

Art. 41. ­ Wanneer de stichting niet meer in staat is om de diensten te bewijzen waarvoor zij is opgericht, kan de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken.

Wordt de ontbinding uitgesproken, dan benoemt de rechter een of meer vereffenaars, die na aanzuivering van het passief aan de goederen de in de statuten bepaalde bestemming geven. Indien dit niet mogelijk is, dragen de vereffenaars na machtiging door de rechtbank de goederen over aan de regering. Deze geeft er een bestemming aan die zoveel mogelijk overeenkomt met het doel waarvoor de stichting is opgericht.

Art. 42. ­ Tegen de vonnissen uitgesproken overeenkomstig de artikelen 40 en 41 kan hoger beroep worden ingesteld.

Art. 43. ­ In geval van verzuim van de door de wet voorgeschreven bekendmakingen kan de stichting zich tegen derden niet op de rechtspersoonlijkheid beroepen; derden kunnen zich daar wel op beroepen tegen de stichting. »

Verantwoording

Dit amendement, waardoor het opschrift voor het ontworpen artikel 27 gewijzigd wordt, strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen.

Nr. 48 VAN DE REGERING

Art. 40

Artikel 40 wordt vervangen als volgt :

« Art. 40. ­ In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk II ingevoegd, luidende :

« Hoofdstuk II. ­ Private stichtingen

Art. 44. ­ Eenieder kan het geheel of een gedeelte van zijn goederen aanwenden voor de oprichting van een private stichting.

De private stichting bezit rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in deze titel. Zij mag geen nijverheids- of handelszaken drijven noch trachten zich een stoffelijk voordeel te verschaffen.

De private stichting moet op straffe van nietigheid bij authentieke akte worden opgericht.

Art. 45. ­ Op de burgerlijke griffie van de rechtbank van eerste aanleg wordt een dossier gehouden voor iedere private stichting die haar zetel heeft in het arrondissement, alsook voor iedere stichting bedoeld in artikel 52, derde lid. Artikel 26nonies, § 1, § 2, vierde lid, en § 3, is van overeenkomstige toepassing.

De akten, stukken en beslissingen bedoeld in de artikelen 46, 47, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, worden op kosten van de betrokkenen bij uittreksel bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

Het uittreksel vermeldt :

1º de gegevens bedoeld in artikel 46;

2º naar analogie, de gegevens bedoeld in de artikelen 3, § 1, tweede en derde lid, 9bis, tweede lid, 23, tweede lid, en 26nonies, § 2, tweede lid, 4º;

3º de wijzigingen in de gegevens bedoeld in de punten 1º en 2º.

Art. 46. ­ De statuten van een private stichting moeten de volgende gegevens vermelden :

1º de naam, de voornamen en de woonplaats of, ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam en de zetel, alsook de nationaliteit van de stichter;

2º de naam van de stichting;

3º de precieze omschrijving van het doel of de doeleinden waarvoor zij is opgericht, alsook de activiteiten die zij voornemens is te verrichten om dat doel of die doeleinden te bereiken;

4º de wijze van benoeming en van ambtsbeëindiging van de bestuurders en, in voorkomend geval, van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig artikel 48, derde lid, te vertegenwoordigen, de omvang van hun bevoegdheid en de wijze waarop zij deze uitoefenen, te weten alleen, gezamenlijk of als college, alsook de wijze van benoeming van de commissarissen;

5º de bestemming van het vermogen van de stichting bij ontbinding;

6º de duur van de stichting ingeval zij niet voor onbepaalde tijd is aangegaan;

7º de voorwaarden waaronder de statuten kunnen worden gewijzigd.

Art. 47. ­ § 1. De private stichting bezit rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig artikel 48, derde lid, te vertegenwoordigen, alsook de akten betreffende de vestiging van de zetel bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, worden gevoegd.

Artikel 3, § 1, tweede en derde lid, en § 2, is van overeenkomstige toepassing.

§ 2. Elke wijziging in de statuten moet bij het dossier gehouden op grond van artikel 26nonies, § 1, worden gevoegd. Zulks geldt ook voor akten betreffende de benoeming of de ambtsbeëindiging van de bestuurders, van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, van de commissarissen en van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig de artikelen 48, derde lid, en 48bis te vertegenwoordigen, alsook voor akten betreffende de vestiging van de zetel.

Artikel 9bis, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Art. 48. ­ De private stichting wordt bestuurd en in en buiten rechte vertegenwoordigd door een of meer bestuurders. Iedere bestuurder kan alle handelingen verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het doel of de doeleinden van de stichting. Iedere bestuurder vertegenwoordigt de stichting jegens derden en in rechte.

De statuten kunnen de bevoegdheid van de bestuurders beperken. Deze beperkingen kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij openbaar zijn gemaakt.

De statuten kunnen evenwel aan een of meer personen bevoegdheid verlenen om de private stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen, hetzij alleen, hetzij gezamenlijk. Dit beding kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 45.

Art. 48bis. ­ Het dagelijks bestuur van de private stichting, alsook de vertegenwoordiging van de vereniging wat dat bestuur aangaat, mogen worden opgedragen aan een of meer personen, al dan niet bestuurder of lid, die alleen of gezamenlijk optreden.

Hun benoeming, ontslag en bevoegdheid worden geregeld bij de statuten, echter zonder dat beperkingen van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid ten behoeve van het dagelijks bestuur aan derden kunnen worden tegengeworpen, zelfs indien zij openbaar zijn gemaakt. De bepaling waarbij het dagelijks bestuur wordt opgedragen aan een of meer personen die alleen of gezamenlijk optreden, kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 45.

De aansprakelijkheid uit hoofde van het dagelijks bestuur wordt ten aanzien van hen aan wie het is opgedragen, bepaald overeenkomstig de algemene regels van de lastgeving.

Art. 49. ­ De oprichting van een private stichting en de schenkingen onder de levenden of bij testament ten voordele van een stichting doen geen afbreuk aan de rechten van de schuldeisers of de erfgenamen met wettelijk erfdeel van de stichters, schenkers of erflaters. Zij kunnen de nietigverklaring van handelingen verricht met bedrieglijke benadeling van hun rechten, alsook de ontbinding van de stichting in rechte vorderen.

Art. 50. ­ Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van een private stichting, moeten de naam ervan vermelden, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden « private stichting », alsook het adres van de zetel ervan. Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Art. 51. ­ De beslissingen betreffende de ontbinding of de nietigheid van de private stichting, de vereffeningsvoorwaarden, de benoeming en de ambtsbeëindiging van de vereffenaars, de afsluiting van de vereffening en de bestemming van de goederen, alsook de rechterlijke beslissingen inzake de sluiting van een centrum van werkzaamheden worden binnen een maand na de dagtekening ervan bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, gevoegd.

Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van een stichting in verband waarmee een beslissing tot ontbinding is genomen, moeten de naam van de stichting vermelden, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden « private stichting in ontbinding ».

Art. 52. ­ De artikelen 3bis, 3ter, 11, 14, 15, eerste lid, 16, 18, 19, 21, 22, 24, 25 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17, §§ 1 tot 3, met uitzondering van de drempel tot vaststelling van het aantal tewerkgestelde personen, en §§ 4 tot 6, is van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 26octies en 26nonies, § 2, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op private stichtingen die op geldige wijze in het buitenland zijn opgericht overeenkomstig de wet van de Staat waartoe zij behoren en die in België een centrum van werkzaamheden openen.

Art. 52bis. ­ Bij authentiek verleden akte en met goedkeuring van de regering kan iedere private stichting overeenkomstig de bepalingen van titel II omgezet worden in een stichting van openbaar nut. Die omzetting brengt geen enkele wijziging van de rechtspersoonlijkheid van de stichting mee welke in de nieuwe vorm blijft voortbestaan.

Aan de akte worden de volgende stukken toegevoegd :

1º een verslag tot staving opgesteld door de raad van bestuur;

2º een staat van de actieve en passieve toestand van de stichting vastgesteld op een datum die niet verder teruggaat dan drie maanden;

3º een verslag over die staat waarin inzonderheid wordt vermeld of die staat op volledige, betrouwbare en correcte wijze de toestand van de stichting weergeeft, opgesteld door een bedrijfsrevisor of door een accountant ingeschreven op het tableau van de externe accountants van het Instituut der accountants en aangewezen door de raad van bestuur.

De akte wordt gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, en overeenkomstig het tweede lid van deze bepaling bekendgemaakt.

De artikelen 26quater tot 26septies zijn van overeenkomstige toepassing. »

Verantwoording

Dit amendement, waardoor het opschrift voor het ontworpen artikel 44 gewijzigd wordt, strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen.

De minister van Justitie,

Mark VERWILGHEN.

Nr. 49 VAN DE HEER de CLIPPELE C.S.

Art. 23

In de Nederlandse tekst van dit artikel het woord « tekortkomingen » vervangen door het woord « fouten ».

Verantwoording

Het woord « fautes » in de Franse tekst komt niet overeen met het woord « tekortkomingen » in het Nederlands.

Een « fout » is een handeling van de bestuurder die rechtstreeks verband houdt met de schade.

Het concept « tekortkomingen » is veel ruimer en zet de deur wijd open voor aansprakelijkheidsprocedures tegen de bestuurder.

Olivier de CLIPPELE.
Nathalie de 'T SERCLAES.
Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 50 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 8

Het voorgestelde artikel 3, § 1, eerste lid, vervangen als volgt :

« De vereniging bezit rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de vereniging overeenkomstig artikel 13, vierde lid, te vertegenwoordigen, alsook die inzake de vestiging van de zetel van de vereniging, worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26nonies. »

Verantwoording

Het ogenblik van de neerlegging op de griffie biedt meer rechtszekerheid voor de oprichters van de vereniging dan het ogenblik waarop de documenten in het verenigingsdossier worden gevoegd. Bovendien wordt zo een regeling ingevoerd die analoog is aan deze die geldt voor vennootschappen met handelsvorm (artikel 2, § 4, Wetboek van vennootschappen).

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 51 VAN DE HEER VANDENBERGHE C.S.

Art. 9

Het 2º van het voorgestelde artikel 3bis vervangen als volgt :

« 2º wanneer het statutaire doel strijdig is met de wet of met de openbare orde, waarbij de rechtbank oordeelt of het omschreven statutaire doel met de werkelijke wil van de oprichters overeenstemt. »

Hugo VANDENBERGHE.
Clotilde NYSSENS.

Nr. 52 VAN DE HEER HORDIES

Art. 10

In het tweede lid van het voorgestelde artikel 3ter de woorden « de rechtsgeldigheid van de verbintenissen van de vereniging of van die welke ten aanzien van haar zijn aangegaan » vervangen door de woorden « de rechtsgeldigheid van de verbintenissen van de oprichters van de nietigverklaarde vereniging of van die welke ten aanzien van hen zijn aangegaan ».

Marc HORDIES.

Nr. 53 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

Art. 4

In het tweede lid van de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 1 de woorden « , welke niet nijverheids- of handelszaken drijft of welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen » vervangen door de woorden « welke geen nijverheids- of handelszaken drijft noch een stoffelijk voordeel aan haar leden tracht te verschaffen ».

Verantwoording

Zoals men tijdens de vorige legislatuur heeft beseft is het te risicovol om de definitie van een vereniging zonder winstoogmerk te wijzigen gelet op de rechtspraak en rechtsleer die sinds 1921 is ontwikkeld. Vandaar dat noch de voorgestelde definitie uit het oorspronkelijk wetsontwerp noch die voorgesteld door de Raad van State in haar advies van 16 juli 1998 werd weerhouden. Bijgevolg werd geopteerd voor het behoud van de oorspronkelijke definitie hetgeen op zijn beurt als nadeel heeft dat de discussie in de doctrine over de interpretatie van de eerste negatieve voorwaarde kan voortduren. Het betreft de vraag of het « drijven van nijverheids- of handelsactiviteiten » als hoofd- dan wel als nevenactiviteit kan respectievelijk moet worden uitgeoefend. De meerderheid kiest evenwel voor de laatste optie. Elke nieuwe definitie die hiermee wenst rekening te houden riskeert echter te lang uit te vallen en andere onduidelijkheden te veroorzaken. Het weze echter aangewezen dat de regering in de bespreking van dit artikel de meerderheidsstelling uitdrukkelijk ondersteunt teneinde misverstanden en nodeloze geschillen uit te sluiten.

Zoals gezegd wordt de oorspronkelijke definitie behouden, evenwel met een aantal taalkundige aanpassingen aan de Nederlandse tekst. Die aanpassingen zijn echter onvoldoende aangezien de unanieme rechtspraak en rechtsleer de twee negatieve voorwaarden om van de rechtspersoonlijkheid te genieten als cumulatief beschouwt (Cass., 3 oktober 1996; zie in dezelfde zin J. 't Kint, Associations sans but lucratif, Brussel, Larcier, 1987, 51, nr. 66). Vandaar dat er in dit amendement gebruik gemaakt wordt van de dubbele negatie.

Bovendien dringt een wijziging zich op aangezien de private stichting in artikel 4, lid 2, gedefinieerd wordt aan de hand van eenzelfde dubbele negatie. Een gebrek aan uniformiteit op dit vlak zou wel eens anders kunnen geïnterpreteerd worden tenzij de regering de definitie van de private stichting eveneens wijzigt in het oude taalgebruik van de VZW-definitie.

Nr. 54 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

Art. 5

In het 1º van het voorgestelde artikel 2, tussen de woorden « de naam » en de woorden « en de zetel » de woorden « , de rechtsvorm » invoegen.

Verantwoording

Dit amendement bevestigt de gewoonte die gegroeid is uit de rechtspraktijk waarbij de rechtsvorm van een lid-rechtspersoon wordt vermeld.

Nr. 55 VAN DE HEER VAN QUICKENBORNE

Art. 9

In het 2º van het voorgestelde artikel 3bis, de zin « De rechtbank beoordeelt of het doel omschreven in de statuten met de wil van de oprichters overeenstemt. » doen vervallen.

Verantwoording

Non datum tertium. Er zijn maar twee mogelijkheden. Ofwel is het statutair doel in strijd met de wet of de openbare orde en dan wordt de VZW nietig verklaard door de rechter conform artikel 3bis van de wet, ofwel zijn de activiteiten strijdig met het statutair doel, de wet of de openbare orde en dan is de ontbinding van de VZW het gevolg, conform artikel 18, 3º. De zin waarvan voorgesteld wordt te schrappen voert een derde weg in die stelt dat de rechter de nietigheid kan uitspreken niet alleen in geval van een statutair doel die de wet of de openbare orde schendt maar ook als de werkelijke wil in strijd is met de wet of de openbare orde ondanks het feit dat het statutair doel conform de wet en de openbare orde is.

Deze toevoeging is theoretisch want een werkelijke wil uit zich of uit zich niet. Als ze zich uit dan gebeurt dit in de vorm van activiteiten en dan is mogelijk ­ als die activiteiten in strijd zijn met de wet of de openbare orde ­ de ontbinding het gevolg. Als ze zich niet uit dan kan men toch niet sanctioneren aangezien die wil dan beperkt blijft tot een mening en een mogelijke sanctie hierop heeft geen uitstaans met de VZW-wetgeving.

Bovendien is ze gevaarlijk want het laat de rechter toe om zich naast de controle pro forma in te laten met de wil van partijen die geabstraheerd zou kunnen worden van een handeling of activiteit die men ontplooit. Om een extreem voorbeeld te nemen. Stel een aantal maffiosi richten een VZW op « ter bevordering van het stedelijk weefsel » en stel dat de werkelijke wil zou zijn het stedelijk weefsel kapot te maken. Het statutair doel is niet in strijd met de wet noch met de openbare orde. Zolang de oprichters geen handeling hebben gesteld die hun werkelijke wil prijsgeeft, is er geen sanctie mogelijk want er er is niets contra legem gebeurd.

Tot slot is de zinsnede dubieus in die zin dat als de werkelijke wil geïllustreerd wordt aan de hand van activiteiten die contra legem zijn, de rechter zou kunnen kiezen tussen de ontbinding en de nietigheid, hetgeen compleet haaks staat op de huidige rechtspraak en rechtsleer.

Vincent VAN QUICKENBORNE.

Nr. 56 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 16

Het voorgestelde artikel 9 vervangen als volgt :

« Art. 9. ­ Elke wijziging in de statuten wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies. »

Verantwoording

Het criterium van de neerlegging op de griffie biedt meer rechtszekerheid dan het criterium van de invoeging van het stuk in het verenigingsdossier.

Nr. 57 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 17

Het eerste lid van het voorgestelde artikel 9bis vervangen als volgt :

« Art. 9bis. ­ Elke wijziging in de akten betreffende de benoeming of de ambtsbeëindiging van de betuurders, van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, van de commissarissen en van de personen gemachtigd om de vereniging overeenkomstig artikel 13, vierde lid, te vertegenwoordigen, alsook de akten betreffende de vestiging van de zetel van de vereniging wordt neergelgd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies. »

Verantwoording

Het criterium van de neerlegging op de griffie biedt meer rechtszekerheid dan het criterium van de invoeging van het stuk in het verenigingsdossier.

Nr. 58 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 18

Het voorgestelde artikel 10, § 2, vervangen als volgt :

« § 2. Een alfabetische lijst met de naam, voornamen en woonplaats of, ingeval het rechtspersonen betreft, de naam en de zetel van de leden, wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies. Bij wijziging in de samenstelling van de vereniging, wordt de bijgewerkte lijst binnen de acht dagen na de beslissing of de gebeurtenis die leidt tot de wijziging neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies. »

Verantwoording

Het criterium van de neerlegging op de griffie biedt meer rechtszekerheid dan het criterium van de invoeging van het stuk in het verenigingsdossier.

Het wetsontwerp verplicht de raad van bestuur het register van de leden binnen de acht dagen bij te werken in geval van wijzigingen van het ledenbestand. Het register van de leden biedt de mogelijkheid zich te informeren over het actuele ledenbestand. Het ontwerp kent evenwel slechts aan de leden een raadplegingsrecht van het register toe. Derden moeten hun toevlucht zoeken tot de ledenlijst die ter griffie is neergelegd. Het ontwerp bepaalt dat de op de griffie neergelegde ledenlijst bij wijziging van het ledenbestand moet worden bijgewerkt binnen een maand te rekenen van de verjaardag van de neerlegging. Leden kunnen zich dus veel sneller dan derden voorzien van informatie die een getrouwe weergave is van het actuele ledenbestand. Aangezien een betere bescherming van derden een van de doelstellingen is van het wetsontwerp, is het noodzakelijk ook aan derden het recht te geven zich te voorzien van informatie die een getrouwe weergave is van het actuele ledenbestand.

Nr. 59 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 26

In het eerste lid van het voorgestelde artikel 17, § 5, de zinsnede « moeten binnen dertig dagen na goedkeuring ervan bij het dossier bedoeld in artikel 26nonies, § 1, worden gevoegd » vervangen door de woorden « worden binnen dertig dagen na goedkeuring ervan neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft ».

Verantwoording

Het criterium van de neerlegging op de griffie biedt meer rechtszekerheid dan het criterium van de invoeging van het stuk in het verenigingsdossier.

Nr. 60 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 26

Het voorgestelde artikel 17, § 6, vervangen als volgt :

« Art. 17. ­ § 6. De statuten kunnen erin voorzien dat de algemene vergadering één of meer financiële commissarissen aanwijst om de financiële toestand en de jaarrekening van de vereniging te controleren. De financiële commissarissen mogen geen lid zijn van de vereniging. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in het vorige lid, worden de onderzoeks- en controlebevoegdheid van die commissarissen in de statuten nader omschreven. »

Verantwoording

De objectiviteit van de financiële controle vereist de onafhankelijkheid van de financiële commissaris.

Nr. 61 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 11

Het 3º van het voorgestelde artikel 4 vervangen als volgt : « 3º benoeming en afzetting van de commissarissen; het vastleggen van het bedrag van de bezoldiging ingeval een bezoldiging wordt toegekend. »

Verantwoording

Ingeval een bezoldiging wordt toegekend, is de onafhankelijkheid van de commissaris gewaarborgd als de algemene vergadering het bedrag vastlegt.

Hugo VANDENBERGHE.