2-46

2-46

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 18 MEI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de minister van Financiën over «BTW-heffing op digitale producten» (nr. 2-255)

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). -De discussie over de BTW-heffing op digitale producten is begonnen met de oriëntatienota van de regering over de elektronische handel. Met betrekking tot de fiscale aanpak van de elektronische handel, inzonderheid de BTW, staat in hoofdstuk 11 dat "er nochtans alle reden is om een onderscheid te maken tussen enerzijds de leveringen, de indirecte elektronische handel en anderzijds de dienstverleningen, de directe elektronische handel zijnde de bestelling en de levering van gedigitaliseerde ladingen langs elektronische weg". Omwille van die onduidelijkheid wens ik hier vandaag een vraag stellen over de BTW-behandeling van digitale producten. De Nederlandse minister van financiën, de heer Zalm, wil vooralsnog geen BTW heffen op digitale producten. Het gaat om producten in digitale vorm die men via het Internet kan downloaden, zoals muziek- of video-bestanden. De Nederlandse minister meent dat een BTW-heffing op dergelijke producten praktisch niet haalbaar is en dat momenteel de traditionele afzetkanalen niet overvleugeld zijn. Tot slot stelde hij dat de E-handel de leden van de Europese Unie wel noodzaakt tot het vaststellen van één BTW-tarief.

De uitdaging van de elektronische handel, gekoppeld aan het fiscaal vraagstuk, wordt wellicht de uitdaging van de toekomst. Momenteel wordt op Europees vlak evenwel weinig initiatief genomen.

Wat is het standpunt van onze regering met betrekking tot BTW-heffing op digitale producten? Is die momenteel verschuldigd? Zo ja, op basis van welk aanknopingspunt wordt de BTW geheven? Houdt men rekening met de maatschappelijke zetel van de vennootschap die de producten verkoopt, met de Internetserver, met een distributiepunt, of met een ander noodzakelijk aanknopingspunt? Vreest de minister geen fiscale concurrentie nu, na de USA, een buurland een nultarief bepleit? Hoeveel bedragen de tot nog toe geïnde BTW-sommen op digitale producten in ons land, inzonderheid die geheven door buitenlandse internetbedrijven die actief zijn op de Belgische markt?

Ziet de minister heil in een, beperkt in de tijd, gunstig BTW-tarief voor deze producten teneinde de ontwikkeling van deze nieuwe sector te stimuleren?

De minister kan dit misschien op Europees niveau bepleiten. De discussie daaromtrent is volop bezig. Hij kan zeker een bondgenoot vinden in Europees commissaris Erkki Liikanen die een nogal progressieve visie heeft op het Internet en de fiscale aspecten ervan.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - De taxatie van de elektronische handel is op het niveau van de OESO en inzonderheid op het niveau van de Europese instellingen, het voorwerp van intensief overleg. De bescherming van de fiscale staatsontvangsten moet verenigd worden met de zorg om de elektronische handel niet te belemmeren. Op de OESO-conferentie van oktober 1998 in Ottawa werden de initiatieven op dit vlak sterk gestimuleerd. Ik heb inlichtingen ingewonnen bij de Nederlandse fiscale overheid. Minister Zalm is, evenmin als ik, niet geneigd om de elektronische handel van BTW vrij te stellen. Alle lidstaten zitten inzake de indirecte belastingen in hetzelfde schuitje. De zesde BTW-richtlijn heeft een gezamenlijke juridische grondslag en ze moet worden aangepast aan de elektronische handel.

Een van de hoofdprincipes die aan het einde van de conferentie van Ottawa werd vooropgesteld, is dat het downloaden van digitale producten via het Internet een dienstverlening is. Volgens de huidige regelgeving vindt deze dienstverlening plaats in de vestigingsplaats van de dienstverlener. De prestaties verricht door niet-Europese dienstverleners ontsnappen bijgevolg aan de belastingheffing van de Europese Unie.

In de loop van de jaren 1998 en 1999 heeft de Europese Commissie, in nauw overleg met de lidstaten en de ondernemingen, een diepgaande studie aan deze problematiek gewijd met het doel correctie regels op te stellen inzake de bepaling van de plaats van de dienstverlening. Die studie zou in de eerstkomende maanden moeten resulteren in een voorstel van richtlijn vanwege het Europees parlement en de Europese Raad. Die richtlijn moet het mogelijk maken belastingen te heffen op de plaats van het gebruik van de via het Internet gerealiseerde handelsverrichtingen.

Aan de andere kant moeten we er rekening mee houden dat het toekennen van een preferentieel BTW-tarief aan de elektronische handel kan leiden tot een concurrentieverstoring tussen deze handel en de traditionele.

Concluderend wil ik zeggen dat België bereid is naar een algemeen BTW-stelsel te gaan voor zowel traditionele als elektronische handel. Tussen de Europese Commissie en de lidstaten worden daarover besprekingen gevoerd. Ik hoop dat de Commissie op haar volgende maandelijkse bijeenkomst deze problematiek op de agenda zal plaatsen. Hopelijk komen we nog onder het Franse voorzitterschap of in de daaropvolgende termijn tot een voorstel van richtlijn.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). -Ik begrijp best dat de minister geen discriminatie in het leven wil roepen tussen de gewone en de elektronische handel. Toch is het in de geschiedenis van ons fiscaal stelstel meer dan eens gebeurd dat nieuwe ontwikkelingen niet onmiddellijk werden belast. Aanvankelijk kenden we in de 19e eeuw bijvoorbeeld alleen een belasting op onroerend goed; belasting op arbeid is er pas gekomen toen de arbeidsmarkt al een zekere mate van ontwikkeling kende. Men wil blijkbaar nieuwe ontwikkelingen niet afremmen met belastingen.

Uit het antwoord van de minister kan ik opmaken dat er momenteel alleen BTW wordt geheven wanneer de onderneming in Europa gevestigd is. Binnen Europa verschilt de hoogte van de BTW-voet van land tot land. Wie surft naar een Luxemburgs bedrijf betaalt slechts 15% BTW, in België betaalt de verbruiker 21%. Kortom, muziekliefhebbers kopen hun muziekbestanden beter aan in de VS dan in Europa. Heb ik de minister juist begrepen?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Er bestaan in Europa inderdaad verschillende btw-tarieven. Het BTW-stelsel voor heel Europa harmoniseren, zoals de Europese Commissie wil, is echter niet zo gemakkelijk. Desalniettemin hoop ik dat we daar snel toe komen.

Ik wijs er nog op dat er niet alleen verschillen in BTW-tarieven bestaan tussen gewone en elektronische handel, ook binnen de traditionele handel kennen we in Europa nog verschillende stelsels. Ik hoop dat we al die verschillende stelsels zullen kunnen harmoniseren.