(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 202 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) wil voorkomen dat op de dividenden waarop reeds vennootschapsbelasting is betaald door de vennootschap die het effect heeft uitgegeven, geen tweede maal vennootschapsbelasting wordt betaald door de vennootschap die het effect bezit en die de dividenden int (non bis in idem-principe).
Artikel 203 van hetzelfde wetboek beperkt evenwel de vrijstellingsregeling waarin artikel 202 voorziet.
Zo bepaalt artikel 203, § 1, 5º, van het WIB 1992 dat de dividenden niet als definitief belaste inkomsten (DBI) aftrekbaar zijn wanneer ze worden verleend of toegekend door « een vennootschap, andere dan een beleggingsvennootschap, die dividenden wederuitkeert die met toepassing van het 1º tot 4º, zelf niet zouden kunnen worden afgetrokken ten belope van ten minste 90 % ».
Er wordt evenwel voorzien in een uitzondering op die regel « wanneer de vennootschap die wederuitkeert ... een vennootschap is waarvan de verkregen inkomsten uitgesloten werden van het recht op aftrek dat door dit artikel in België wordt geregeld of door een maatregel met gelijkwaardige uitwerking naar buitenlands recht » (artikel 203, § 2, vijfde lid, 2º, van het WIB 1992).
De toepassing van het non bis in idem-principe is ook terug te vinden in artikel 192, eerste lid, van het WIB 1992 dat voorziet in de vrijstelling van de meerwaarden verwezenlijkt op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van het WIB 1992 van de winst te worden afgetrokken.
Zou de geachte minister mij kunnen antwoorden op de volgende vragen :
1. a) Kunt u, wat de uitzondering betreft op de toepassing van artikel 203, § 1, 5º, van het WIB 1992, waarin artikel 203, § 2, vijfde lid, 2º, van het WIB 1992 voorziet, bevestigen dat de woorden « een vennootschap waarvan de verkregen inkomsten uitgesloten werden van het recht op aftrek dat door dit artikel in België wordt geregeld of door een maatregel met gelijkwaardige uitwerking naar buitenlands recht » uitsluitend betrekking hebben op de dividenden die met toepassing van artikel 203, § 1, 1º tot 4º, van het WIB 1992 zelf niet als DBI kunnen worden afgetrokken en niet op het geheel van de inkomsten verkregen door de wederuitkerende vennootschap (met inbegrip van de dividenden die niet van de aftrek kunnen worden uitgesloten door toepassing van artikel 203, § 1, 1º tot 4º, van het WIB 1992) ?
b) Is met andere woorden de uitzondering op de uitsluitingsregel vervat in artikel 203, § 2, vijfde lid, 2º, van het WIB 1992 van toepassing wanneer de « intermediaire » vennootschap dividenden verkrijgt waarop door haar belastingen zijn betaald krachtens buitenlandse maatregelen met gelijkwaardige uitwerking als de artikelen 202, § 1, 1º, en 203 van het WIB 1992 ?
2. Kunt u eveneens bevestigen dat de vrijstellingsregeling vervat in artikel 192, eerste lid, van het WIB 1992 van toepassing is op de meerwaarde verwezenlijkt op aandelen van een « intermediaire » vennootschap die werkelijk dividenden verkrijgt of kan verkrijgen die zijn vrijgesteld krachtens een buitenlandse maatregel met gelijkwaardige uitwerking als de artikelen 202, § 1, en 203 van het WIB 1992 en dividenden die volledig belast zijn krachtens een maatregel met gelijkwaardige uitwerking naar buitenlands recht ?