2-38

2-38

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 30 MARS 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Révision de l'article 147, alinéa 2, de la Constitution, en vue de supprimer les mots «sauf le jugement des ministres et des membres des Gouvernements de communauté et de région» - Proposition de Mme Nathalie de T' Serclaes et consorts (Doc. 2-318)

Discussion

Mevrouw Meryem Kaçar (AGALEV), rapporteur. - Het is me een waar genoegen verslag te mogen uitbrengen over het voorstel van mevrouw de T'Serclaes.

Overeenkomstig de verklaring van 5 mei van de preconstituante heeft het voorstel tot doel in het tweede lid van artikel 147 van de Grondwet de woorden "behalve bij het berechten van ministers en leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen" op te heffen.

Het voorstel beoogt artikel 147 van de Grondwet in overeenstemming te brengen met de artikelen 103 en 125 van de Grondwet. Het betreft een juridisch-technische aanpassing. Tijdens de vorige zittingsperiode zijn die artikelen van de Grondwet ingrijpend gewijzigd. Daardoor is het Hof van Cassatie niet meer bevoegd voor het berechten van ministers en leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen.

Artikel 147 van de Grondwet kon toen niet worden herzien omdat de preconstituante het niet had opgenomen in de lijst van voor herziening vatbaar verklaarde artikelen.

Tijdens de commissiebesprekingen merkte een commissielid op dat het voorstel tot herziening van artikel 147, tweede lid, van de Grondwet niet alle problemen oplost. Hij meent dat het niet juist is, zoals in de Grondwet wordt bepaald, dat het Hof van Cassatie niet in de beoordeling van de zaken zelf treedt. Overeenkomstig artikel 409 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek beoordeelt het Hof van Cassatie immers tuchtzaken van magistraten. Het commissielid stelde voor het tweede lid aan te vullen met de woorden: "...tenzij de wet anders bepaalt." Andere commissieleden vonden het beter artikel 147, tweede lid, van de Grondwet op te nemen in de volgende verklaring tot herziening van de Grondwet.

Het voorstel tot herziening van artikel 147, tweede lid, van de Grondwet is in de commissie eenparig aangenomen.

Tot slot wens ik nog mijn persoonlijke mening te geven. Ik verheug me over elk initiatief om onze wetgeving coherent te maken. Het is onze taak en onze verantwoordelijkheid om coherente wetten te maken die juridisch-technisch goed in mekaar zitten. Een grondwetswijziging is een starre procedure. Daarom vraag ik me af of we geen soepelere procedure moeten bedenken voor louter juridisch-technische aanpassingen. Dat is een debat waar we zeker op moeten terugkomen. Tot slot wijs ik op de grote verantwoordelijkheid van de preconstituante die heel nauwgezet de artikelen moet aanwijzen die voor herziening vatbaar kunnen worden verklaard.

Mme Nathalie de T' Serclaes (PRL-FDF-MCC). - Je n'ai pas grand-chose à ajouter à l'excellent rapport de Mme Kaçar, si ce n'est pour confirmer qu'il s'agit d'une mise en concordance de l'article 147 avec les modifications intervenues aux articles 103 et 125, et que je ne partage pas entièrement l'avis de notre collègue lorsqu'elle parle de modification technique. Lorsqu'il est modifié, chaque article constitutionnel doit être réexaminé dans son ensemble, ce qui a d'ailleurs été fait en commission puisque certaines suggestions ont été émises. Nous devons néanmoins faire preuve de prudence lorsque nous modifions notre Constitution.

La discussion évoquée par Mme Kaçar devrait plutôt se dérouler dans le cadre de la déclaration de révision. En tant que préconstituants, nous devons comprendre qu'en touchant à certains articles, d'autres peuvent être concernés.

- La discussion est close.