(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat : « De belastingplichtige, behalve hij die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het wetboek, waarvoor hij geen recht op aftrek heeft, is gehouden aan zijn medecontractant een factuur uit te reiken (...) »
Artikel 2 van datzelfde koninklijke besluit voegt daaraan toe dat « de in artikel 1, § 1, bedoelde belastingplichtige is gehouden een stuk op te maken voor de in artikel 39bis, eerste lid, 4º, van het wetboek bedoelde leveringen van goederen. »
Artikel 5 van datzelfde koninklijk besluit bepaalt wat er op de factuur vermeld dient te staan. In het 5º, b), van dit artikel staat dat « voor de in artikel 39bis, van het wetboek bedoelde levering van goederen » de volgende gegevens vermeld moeten worden : « de datum waarop het belastbaar feit plaatsvond of, in het artikel 1, § 1, 3º, bedoelde geval, de datum waarop de prijs geheel of gedeeltelijk werd ontvangen ».
Wanneer bij de verkoop van een product een korting wordt toegestaan is het dan in strijd met artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 tot uitvoering van het BTW-Wetboek om op de factuur niet de oorspronkelijke prijs maar alleen de uiteindelijk overeengekomen en werkelijk gevraagde prijs te vermelden ?
Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.
Krachtens artikel 5, § 1, 8º, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, dient de in artikel 1 van hogergenoemd koninklijk besluit beoogde factuur die een levering van goederen vaststelt behoudens de andere vermeldingen per tarief, de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld, te vermelden, waarbij alle bedragen verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
Onder elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld moet worden verstaan alle elementen zowel de positieve als de negatieve die, rekening houdend met de bepalingen beoogd in de artikelen 26 en 28 van het BTW-Wetboek, noodzakelijk zijn in de handelsrelatie tussen de leverancier van goederen en zijn klant, om de maatstaf van heffing respectievelijk te bepalen en te verifiëren.
Wat in het bijzonder de vraag van het geachte lid betreft of de prijsverminderingen die zijn toegekend door de leverancier aan zijn medecontractant en die door laatstgenoemde zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt, op de factuur dienen te worden vermeld zal, rekening houdend met de definitie opgenomen in het voorgaande lid, het antwoord verschillend zijn naargelang de in het contract opgenomen modaliteiten op het gebied van de vaststelling van de verkoopprijs.
Indien het verkoopcontract uitdrukkelijk voorziet in een prijsvermindering uitgedrukt in een percentage of in een vast bedrag in vergelijking met de initiële verkoopprijs, dient de factuur, opdat ze regelmatig zou zijn, behoudens de uiteindelijk van de klant gevraagde prijs, ook de initiële prijs alsmede het bedrag van de door de leverancier toegekende prijsvermindering te vermelden.
Deze oplossing is zowel van toepassing wanneer de prijsvermindering eenzijdig door de leverancier wordt toegestaan, als wanneer ze door de klant wordt verkregen na onderhandelingen met de leverancier.
Indien het verkoopcontract daarentegen een netto overeengekomen prijs vermeldt, spreekt het voor zich dat deze nettoprijs volstaat opdat de factuur in overeenstemming zou zijn met de bepalingen van artikel 5, § 1, 8º, van het hogergenoemd koninklijk besluit nr. 1, zelfs wanneer deze prijs niet overeenstemt met de prijs die gewoonlijk wordt aangerekend.