Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-12

ZITTING 1999-2000

Minister van Financiën

Vraag nr. 462 van de heer de Clippele van 21 februari 2000 (Fr.) :
Recht van opstal. ­ Termijn van de operatie. ­ Natrekking. ­ Fiscale regeling.

Om dubbele belasting inzake registratierechten te voorkomen, gebeurt leasing van onroerende goederen vaak op basis van een recht van opstal.

Na afloop van dit recht van opstal, dat meestal twintig jaar bedraagt, wordt de eigenaar van de grond door natrekking automatisch eigenaar van de gebouwen zonder dat hij de vennootschap die de gebouwen gefinancierd heeft, een vergoeding moet betalen.

Na deze termijn van twintig jaar zijn de gebouwen volledig afgeschreven en is hun handelswaarde sterk gedaald vanwege hun verouderde staat.

Welke fiscale regeling geldt in verband met de natrekking voor de eigenaar van de gronden ?

Kan de geachte minister bevestigen dat de eigenaar van de gronden de overblijvende handelswaarde van de gebouwen op de balansboeken moet optekenen als een uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarde, die bijgevolg vrijgesteld is mits is voldaan aan de voorwaarde van onbeschikbaarheid overeenkomstig de artikelen 44, § 1, 1º, en 190 van het WIB 1992 ?