2-348/3

2-348/3

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

21 MAART 2000


Wetsontwerp tot wijziging van de rechterlijke organisatie tengevolge van de invoering van een procedure van onmiddellijke verschijning


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE UITGEBRACHT DOOR DE HEER RAMOUDT


De commissie voor de Justitie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 29 februari, 14, 17 en 21 maart 2000.

PROCEDURE

Op 18 februari 2000 heeft de Kamer van volksvertengenwoordigers twee wetsontwerpen aangenomen die ertoe strekken een procedure van onmiddellijke verschijning in ons strafprocesrecht in te voeren.

De essentie van deze hervorming ligt besloten in het optioneel bicameraal wetsontwerp tot invoeging van de voormelde procedure in de Wetboek van strafvordering, dat overeenkomstig de in artikel 78 van de Grondwet bepaalde procedure moet worden behandeld (Stuk Senaat, nr. 2-347/1). De Kamer heeft dit ontwerp aangenomen met 78 stemmen tegen 5, bij 35 onthoudingen (Handelingen van de Kamer, 18 februari 2000).

De voor de toepassing van deze strafprocedure noodzakelijke wijzigingen van de rechterlijke organisatie zijn afgesplitst in een tweede wetsontwerp omdat zij een aangelegenheid betreffen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Stuk Senaat,nr. 2-348/1). Dit ontwerp werd door de Kamer aangenomen met 77 stemmen tegen 4, bij 36 onthoudingen (Handelingen van de Kamer, 18 februari 2000).

Op 22 februari 2000 werd het optioneel bicameraal ontwerp op verzoek van 30 senatoren geëvoceerd, hetgeen de Senaat ertoe verplichtte om uiterlijk op 18 mei 2000 over te gaan tot de eindstemming over dit ontwerp (Griffiebulletin, nr. 21 Addendum van 22 februari 2000).

Ingevolge de evocatie werd dit wetsontwerp samen met het verplicht bicameraal ontwerp naar de commissie voor de Justitie verzonden die ze op 29 februari, 14, 17 en 21 maart 2000 heeft besproken.

Het voorliggende verslag dat in samenhang met het verslag over het optioneel bicameraal wetsontwerp moet worden gelezen (Stuk Senaat, nr. 2-347/3) werd goedgekeurd op 21 maart 2000.

I. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN JUSTITIE

Zie stuk nr. 2-347/3.

II. ALGEMENE BESPREKING

Zie stuk nr. 2-347/3.

III. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 1

Mevrouw Nyssens dient een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 3), dat ertoe strekt de artikelen 1 tot 7 van het ontwerp te doen vervallen.

Haar amendementen op de andere artikelen van het ontwerp (zie hierna) zijn subsidiaire amendementen op amendement nr. 3.

Het amendement nr. 3 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 2 onthoudingen.

Artikel 1 wordt aangenomen met 12 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Artikel 2

Artikel 2 wordt aangenomen met 12 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Artikel 3

Artikel 3 wordt aangenomen met 10 tegen 3 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 4

Mevrouw Nyssens dient een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 5), dat ertoe strekt de collegialiteit in te voeren, met andere woorden de regel van de kamers met drie rechters. Het gaat hier om een uitzonderlijke procedure die maximale garanties inzake de rechten van de verdediging rechtvaardigt. Die kamers zullen dagelijks wellicht een groot aantal zaken behandelen. Een alleenrechtsprechende rechter kan voor de zitting onmogelijk kennis nemen van alle dossiers. De waarborg van een kamer met drie rechters is onontbeerlijk.

Het amendement nr. 5 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 1 stem bij 3 onthoudingen.

De heer Van Quickenborne dient een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 1), dat betrekking heeft op het ogenblik waarop de verdachte een verzoek kan indienen om de zaak te verwijzen naar de Kamer met drie rechters. In het ontwerp wordt gesteld dat dit ten laatste moet gebeuren vóór het eerste verhoor voor de rechter ten gronde. Het amendement nr. 1 stelt voor die termijn niet zo lang te rekken en de beklaagde te verplichten om dit verzoek te doen bij het uitvaardigen van een bevel tot aanhouding met het oog op de onmiddellijke verschijning voor de onderzoeksrechter. Zoals de tekst nu is geformuleerd, kan gevreesd worden dat de zaak nodeloos wordt gerokken en dat de termijn van zeven dagen wordt overschreden.

Het amendement nr. 1 wordt verworpen met 10 tegen 2 stemmen bij 2 onthoudingen.

Bijgevolg is het amendement nr. 8, ingediend door de heer Vandenberghe en mevrouw De Schamphelaere (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 8) zonder voorwerp.

Artikel 4 wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 1 stem bij 3 onthoudingen.

Artikel 4bis (nieuw)

De heer Van Quickenborne dient een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 2). Hij verwijst naar de verantwoording die door mevrouw Neyssens werd gegeven bij haar amendement nr. 5, waaraan dezelfde bezorgdheid ten grondslag ligt.

De minister van Justitie merkt op dat amendement nr. 2 ertoe strekt het gemeen recht te bevestigen.

De heer Van Quickenborne repliceert dat het amendement nr. 2 ertoe strekt de procedure van onmiddellijke verschijning expliciet op te nemen in de lijst van zaken die kunnen worden behandeld door drie rechters.

Het amendement nr. 2 wordt verworpen met 10 stemmen bij 4 onthoudingen.

Artikel 5

De heer Vandenberghe en mevrouw De Schamphelaere dienen een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 9), dat ertoe strekt het voorgestelde artikel aan te vullen met de bepaling dat een weddebijslag van 105 000 frank wordt toegekend aan de rechters en de substituut-procureurs des Konings die, overeenkomstig de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken, het bewijs hebben geleverd van de kennis van de andere taal.

Een van de indieners van het amendement onderstreept dat krachtens het voorgestelde artikel 5 toegevoegde rechters en toegevoegde substituut-procureurs des Konings een weddebijslag krijgen.

Met de toegevoegde rechters en substituten wordt geen rekening gehouden voor het berekenen van de taalverhouding binnen het kader van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. In de praktijk komt dit erop neer dat deze toegevoegde rechters en substituten eentalig zullen zijn.

Vermits nu de toegevoegde rechters en substituten meer zullen gaan verdienen dan hun « gewone » (tweetalige) collega's, zal men niet meer gemotiveerd zijn om deel te nemen aan het zware taalexamen. De nieuwe bepaling is dan ook nefast voor de taalverhoudingen binnen de Brusselse rechtbank.

Daarom dient er minstens een gelijkaardige weddebijslag te worden toegekend aan tweetalige rechters en substituut-procureurs des Konings.

Het amendement nr. 9 wordt verworpen met 11 tegen 3 stemmen.

Artikel 5 wordt aangenomen met 10 tegen 3 stemmen bij 1 onthouding.

Mevrouw Nyssens dient een amendement in (Stuk Senaat nr. 2-348/2, amendement nr. 4), dat ertoe strekt een hoofdstuk IIbis (nieuw) in te voegen. Zij stelt een tijdelijke opschorting voor van de regel die bepaalt dat twee derde van alle staande of zittende magistraten van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel, het bewijs moeten leveren van de kennis van de Franse en van de Nederlandse taal. Het betreft een van de voorstellen van de « commissie van wijzen » van de Nederlandstalige en Franstalige Brusselse magistraten met het oog op een betere werking van het gerecht.

Het amendement nr. 4 wordt verworpen met 12 stemmen tegen 1 stem.

Artikel 6

Artikel 6 wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 1 stem bij 3 onthoudingen.

Artikel 7

Mevrouw Nyssens stelt bij amendement voor (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 6) het ontworpen artikel 7 te doen vervallen en de algemene regel toe te passen volgens welke wetten tien dagen die hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad in werking treden.

Het amendement nr. 6 wordt verworpen met 8 stemmen tegen 1 stem bij 3 onthoudingen.

Artikel 7 wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 1 bij 3 onthoudingen.

Artikel 8 (nieuw)

Mevrouw Nyssens dient een amendement in (Stuk Senaat, nr. 2-348/2, amendement nr. 7) dat ertoe strekt een nieuw artikel in te voegen in het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat er bij elke rechtbank van eerste aanleg een dienst van medische experts moet zijn, die in een wachtdienst kan voorzien in het kader van de onmiddellijke verschijning. De huisdrijven van slagen en verwondingen en geweldplegingen op personen zullen immers moeten worden gekwalificeerd om zeer snel de graad van arbeidsongeschiktheid te bepalen. Spreker verwijst naar het Frans voorbeeld. Zonder zo'n dienst werkt de procedure niet.

Een lid zegt dat hij verbaasd is over de voorgestelde invoering van een specifieke medische dienst. In de regel zijn er mobiele hulpdiensten. Waarom moet er een specifieke dienst zijn in de gerechtsgebouwen ?

De indiener van het amendement antwoordt dat die artsen het gerechtelijk dossier snel moeten kunnen aanvullen. Zij zullen zeer vaak worden geraadpleegd en zullen in een uiterst korte tijdspanne uitspraak moeten doen.

Het amendement nr. 7 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 3 bij 1 onthouding.

IV. STEMMING OVER HET GEHEEL

Het wetsontwerp wordt in zijn geheel aangenomen met 10 tegen 3 stemmen bij 1 onthouding.

Het verslag werd goedgekeurd bij eenparigheid van de 8 aanwezige leden.

De rapporteur,
Didier RAMOUDT.
De voorzitter,
Josy DUBIÉ.